Installation Instructions

6 720 613 555 (2007/01)
6 | Installatie nl
3Installatie
3.1 Montage
3.1.1 Montage op de muur
IPM 1 Æ Afbeelding 2 t/m 5 vanaf pagina 29
IPM 2 Æ Afbeelding 13 t/m 16 vanaf pagina 33
3.1.2 Montage op de montagerail
IPM 1 Æ Afbeelding 6 op pagina 29
IPM 2 Æ Afbeelding 17 op pagina 33
3.1.3 Demontage van de montagerail
IPM 1 Æ Afbeelding 7 op pagina 30
IPM 2 Æ Afbeelding 18 op pagina 34
3.2 Elektrische aansluiting
B Gebruik met inachtneming van de geldende
voorschriften voor de aansluiting minstens
een elektrische kabel van type H05VV-...
(NYM-...).
B Geleid leidingen vanwege de bescherming
tegen spatwater altijd door de reeds voorge-
monteerde tules en monteer de meegeleverde
trekontlastingen.
3.2.1 Aansluiting laagspanningsdeel met bus-
verbinding
Toegestane leidinglengten van de buscompati-
bele Heatronic 3 naar de IPM...:
B Om inductieve beïnvloeding te voorkomen:
Installeer alle laagspanningsleidingen geschei-
den van leidingen met een spanning van 230 V
(Minimumafstand 100 mm).
B Als er inductieve externe invloeden zijn, moe-
ten de leidingen worden afgeschermd.
Daardoor worden de leidingen beschermd
tegen externe invloeden zoals sterkstroomka-
bels, voeringsleidingen, transformatorsta-
tions, radio- en televisietoestellen,
amateurzendstations, magnetrons en derge-
lijke.
B Bij verlenging van de bedrading van de voeler
moeten de volgende draaddiameters worden
gebruikt:
Gevaar: Gevaar voor stroomschok!
B Onderbreek voorafgaand aan
het elektrisch aansluiten de
voedingsspanning naar het cv-
toestel en naar alle andere
BUS-deelnemers.
Voorzichtig: Als de achterwand
voor de demontage van de monta-
gerail wordt opengebroken, wordt
de veiligheidsklasse verlaagd tot
IP20.
Leidinglengte Diameter
80 m
0,40 mm
2
100 m
0,50 mm
2
150 m
0,75 mm
2
200 m
1,00 mm
2
300 m
1,50 mm
2
Leidinglengte Diameter
20 m
0,75 mm
2
... 1,50 mm
2
30 m
1,00 mm
2
... 1,50 mm
2
30 m
1,50 mm
2