Installation Instructions

Inbedrijfstelling en buiten bedrijf stellen | 29
6 720 614 078 (2008/12)
4.3 Reset van de configuratie
Bij een reset van de configuratie wordt een in de ICM-
module opgeslagen installatieconfiguratie gewist. Bij de
volgende inbedrijfstelling wordt dan de actuele installa-
tieconfiguratie opgeslagen in de ICM-module.
B Onderbreek de stroomvoorziening naar alle ICM-mo-
dules.
B Open de behuizing van de ICM-module (ICM-master)
(Æ afbeelding 3).
B Verwijder de jumper (Æ afbeelding 12).
B Zorg voor een correcte aansluiting van alle componen-
ten van de cv-installatie.
B Schakel de voeding (230 V AC) voor alle componen-
ten van de cv-installatie, behalve voor de ICM-modu-
le, in.
B Stel alle cv-toestellen in bedrijf (inschakelen)
B Schakel de stroomvoorziening via de netstekker van
de (eerste) ICM-module in.
B Jumper (Æ afbeelding 12) weer aanbrengen.
Nu begint de configuratie. Dit duurt ten minste 5 mi-
nuten.
B Behuizing van de module ICM (ICM-master) sluiten
(Æ afbeelding 3).
4.4 Buiten bedrijf stellen
Om de cv-installatie buiten bedrijf te stellen:
B Stroomvoorziening van alle ICM-modules en alle cv-
toestellen onderbreken.
De configuratie van de cv-installatie is opge-
slagen in de ICM-master. Door een reset van
de ICM-master wordt de complete configu-
ratie (ook van de andere ICM-modules) ge-
wist.
VOORZICHTIG: Functiestoring!
B Let bij het gebruik van de systeemvarian-
ten 2 of 3 bij het opnieuw plaatsen van de
jumper op de juiste positie
(Æ afbeelding 12).
WAARSCHUWING: Schade aan de installa-
tie door vorst.
B Als de cv-installatie langere tijd buiten
bedrijf wordt gesteld, moet de vorstbe-
veiliging in de gaten worden gehouden
(zie de installatiehandleiding van het cv-
toestel).