Installation Instructions

Installatie | 27
6 720 614 078 (2008/12)
televisietoestellen, amateurzendstations, magnetrons
en dergelijke.
B Bij verlenging van de bedrading van de voeler moeten
de volgende draaddiameters worden gebruikt:
3.2.2 Aansluiting 230 V AC
B Gebruik alleen elektriciteitskabels van dezelfde kwali-
teit.
B Sluit op de uitgangen C (pomp) en D (storingssignaal)
geen extra componenten aan die andere delen van de
installatie aansturen.
B Advies bij het gebruik van meerdere ICM-modules
(cascade met meer dan vier cv-toestellen): de stroom-
voorziening van de andere ICM-modules via de eerste
ICM-module (ICM-master) aansluiten. Zo wordt een
gelijktijdige ingebruikname gegarandeerd.
3.2.3 Aansluiting voor storingsmeldingen op afstand
met optisch of akoestische melding (bijv. waar-
schuwingslamp)
(Aansluitschema Æ afbeelding 13 op pagina 70):
op het potentiaalvrije storingscontact (klemmen D) kan
bijv. een waarschuwingslamp worden aangesloten. De
toestand van het storingscontact wordt ook via een LED
op de ICM weergegeven (Æ tabel 12 op pagina 31). In
de normale bedrijfstoestand is het contact tussen C en
NC geopend (C en NO gesloten). In geval van een storing
of onderbreking van de stroomvoorziening is het contact
tussen C en NC gesloten (C en NO geopend)
De maximale stroom van dit potentiaalvrije storingscon-
tact is 1 A bij 230 V AC.
3.2.4 Elektrische aansluiting van de buitentempera-
tuurvoeler
Sluit in combinatie met een regelaar met 2-draads BUS-
aansturing de buitentemperatuurvoeler AF 2 absoluut op
de ICM-module (ICM-master) aan (Æ afbeelding 13 op
pagina 70) en niet op het cv-toestel.
3.2.5 Afval
B Voer verpakking op milieuvriendelijke wijze af.
B Bij vervangen van een component: behandel oude
componenten milieuvriendelijk als afval.
3.3 Montage van aanvullende toebehoren
B Monteer het aanvullende toebehoren overeenkomstig
de wettelijke voorschriften en de bijgeleverde instal-
latiehandleiding.
Lengte van de kabel Min. doorsnede
< 20 m 0,75 mm
2
20 - 30 m 1,00 mm
2
Tabel 10Verlenging van de voelerkabel
I.v.m. de spatwaterbescherming (IP): kabel
zo leggen, dat de kabelmantel ten minste 20
mm in de kabeldoorvoer steekt
(Æ afbeelding 8 op pagina 69).
VOORZICHTIG: Gevaar voor ompolen.
Functiestoring door omgepoolde aanslui-
ting op de 0 - 10V-aansluiting.
B Let op correcte aansluiting van de polen
(9 = minus, 10 = plus).
VOORZICHTIG: De ingang van de ICM-mo-
dule heeft geen zekering.
Bij overbelasting van de uitgangen kunnen
de ICM-modules beschadigd raken.
B Beveilig voedingspanning naar de ICM-
module (ICM-master) met een zekering
van max. 16 A.
VOORZICHTIG: Uitgang C (pomp) van de
ICM-module mag met maximaal 250 W wor-
den belast.
B Sluit pompen met een groter opgenomen
vermogen via een relais aan.
Het maximale opgenomen vermogen van de
delen van de installatie (pompen, ...) mag
het aangegeven vermogen niet overschrij-
den (Æ tab. 1 op pagina 20).
De storingsmelding op afstand is bij onder-
breking van de voedingspanning naar de
ICM-module (ICM-master) actief (functie-
controle).