Operation Manual
Divar 2 | Gebruiksaanwijzing | Triggers en alarmen NL | 19
Bosch Security Systems
Nederlands
Alarmen
Als een extern contact een alarm veroorzaakt
• Monitoren A en B schakelen over op een voorgeprogrammeerde
weergavemodus.
• Monitor A: Het kader rond de weergegeven deelschermen is rood. Het
alarmpictogram verschijnt in elk deelscherm. Er wordt een bericht met
betrekking tot de alarmstatus weergegeven.
• Monitor B: Camerabeelden worden in voorgeprogrammeerde Sequentie
weergegeven.
• De alarmtoon klinkt. De alarmindicator en de indicator knipperen.
• Een bestuurbare camera met pre-positioning kan naar een vooraf
gedefinieerde positie worden verplaatst.
Een ingangsalarm bevestigen
1. Druk op de toets ACK om het alarm te bevestigen.
> De alarmtoon wordt uitgeschakeld.
> De alarmindicator en de indicator branden niet langer.
> Het bericht met de alarmstatus verdwijnt.
> De laatstgebruikte weergavemodus wordt hersteld.
Het alarmpictogram blijkt zichtbaar zolang de ingang die het alarm veroorzaakt
actief is.
Als een alarm niet wordt bevestigd, wordt de alarmtoon na een vooraf ingestelde
waarnemingstijd uitgeschakeld. Het alarm moet echter nog steeds worden
bevestigd.
Als automatisch bevestigen is ingeschakeld, worden de alarmtoon, de
alarmindicator en de indicator na een vooraf ingestelde periode
uitgeschakeld.
Beweging
Als een beweging een alarm doet afgaan
• Monitoren A en B schakelen over op een voorgeprogrammeerde
weergavemodus.
• Monitor A: Het kader rond de camera met de bewegingsmelding is geel.
Het pictogram voor bewegingsmelding wordt weergegeven in het
deelscherm. Er wordt een bericht met betrekking tot de alarmstatus
weergegeven.
• Monitor B: Camerabeelden worden in voorgeprogrammeerde Sequentie
weergegeven.
• De alarmtoon klinkt. De bewegingsindicator en de indicator
knipperen.
• Een bestuurbare camera met pre-positioning kan naar een vooraf
gedefinieerde positie worden verplaatst.
Een bewegingsmelding bevestigen
1. Druk op de toets ACK om het alarm te bevestigen.
> De alarmtoon wordt uitgeschakeld.
> De bewegingsindicator en de indicator branden niet langer.
> Het bericht met de alarmstatus verdwijnt.
> De laatstgebruikte weergavemodus wordt hersteld.
Het pictogram voor de bewegingsmelding blijft zichtbaar zolang de ingang die
het alarm veroorzaakt actief is. Als een alarm niet wordt bevestigd, wordt de
alarmtoon na een vooraf ingestelde waarnemingstijd uitgeschakeld. Het alarm
moet echter nog steeds worden bevestigd. Als automatisch bevestigen is
ingeschakeld, worden de alarmtoon, de bewegingsindicator en de indicator
na een vooraf ingestelde periode uitgeschakeld.
Bij buitengebruik van bewegingsdetectie kunnen valse alarmen optreden als
gevolg van veranderingen in de lichtsituatie.










