Installation Instructions
30 | Storingen en oplossingen NL
6 720 607 726 (2011/03)
11 Storingen en oplossingen
11.1 Storing/Oorzaak/Oplossing
* Bij herhaling van de storing adviseren wij u contact op
te nemen met uw leverancier of fabrikant.
Storing Oorzaak Oplossing
Er is geen ontsteking in de geiser
en het bedieningspaneel werkt
niet.
Geen elektrische voeding.
De besturingsunit is defect of een
zekering is doorgebrand.
Controleer of de stekker in het stop-
contact steekt.
Vervang de zekering of de besturings-
unit (zie Hoofdstuk 10.4).*
De geiser is geblokkeerd. De temperatuursensoren zijn ver-
keerd aangesloten.
Controleer de warmtesensoren.
Er is geen ontsteking. Verkeerde aansluiting van:
• turbine
• temperatuurregelaar
• drukverschilschakelaar
Controleer de aansluitingen.
Er is een vonk, maar de brander
start niet en de geiser blijft geblok-
keerd.
Geen ionisatiesignaal.
Controleer:
• de gasaansluiting.
• de gasdruk
• de ontsteking (ionisatie-elektrode
en de spoelen op het (gasblok)
De geiser krijgt pas na diverse po-
gingen een ontsteking.
Lucht in de gasleiding. Ontluchten. *
Tijdens de werking stopt de bran-
der en blokkeert de geiser.
Drukverschilschakelaar geacti-
veerd.
De temperatuursensor is verkeerd
aangesloten.
De temperatuursensor detecteert
een oververhitting.
Controleer de rookgasafvoer.
Verwijder mogelijke vervuiling uit de
rookgasafvoer.
Controleer de aansluiting van de druk-
regelaar
Controleer de aansluiting.
Laat de geiser afkoelen en probeer op-
nieuw.
Het toestel werkt, maar rode LED
knippert.
Temperatuursensoren verkeerd
aangesloten.
Gasvoordruk te laag.
Controleer de temperatuursensoren en
connectors.
Controleer de gasvoordruk.
Tabel 20










