Installation Instructions

26 | Gasregeling NL
6 720 607 726 (2011/03)
9 Gasregeling
9.1 Fabrieksinstellingen
Aardgas
Geisers die ontworpen zijn voor aardgas L (G25) worden
in de fabriek verzegeld voor de levering nadat de waar-
den op het typeplaatje zijn gecontroleerd.
Vloeibaar gas
Geisers op propaan/butaan (G31) dienen ter plaatse te
worden omgebouwd. Maak hierbij gebruik van de be-
schikbare ombouwsets.
Het vermogen dient te worden afgesteld volgens
paragraaf 9.2. Gebruik hiervoor een digitale drukmeter.
Het vermogen dient te worden afgesteld volgens para-
graaf 6.2. Gebruik hiervoor een digitale drukmeter.
9.2 Gasdrukafstelling
Verwijderen van de besturingsunit
B Verwijder het voorpaneel van het toestel (zie
bladzijde 21).
B Druk gelijktijdig op beide lipjes (A) en trek aan de be-
sturingsunit.
Afb. 23 Verwijderen van de besturingsunit
B Draai de besturingsunit een kwartslag.
B Hang de besturingskast aan de daarvoor bestemde
haken op.
Afb. 24 besturngsunit – gasblok
Aansluiten drukmeter
B Draai de branderdrukmeetnippel (1) los.
B Sluit de digitale drukmeter aan op de branderdruk-
meetnippel.
Afb. 25 Drukmeetpunten
1 Branderdrukmeetnippel
2 Stelschroef minimale gasdruk (laaglast)
3 Stelmoer maximale gasdruk (vollast)
4 Gasvoordrukmeetnippel
Maximale gasdrukinstelling ( vollast)
Hoofdschakelaar in positie 0.
B Stel de temperatuurregelaar (Afb. 18, pos. 2) in op
60°C.
B Houd de branderstatus-LED (Afb. 18, pos 4) inge-
drukt en zet de hoofdschakelaar (Afb. 18, pos. 3) in
positie I.
Nadat de branderstatustoets voor tenminste 10 secon-
den ingedrukt is geweest, brandt het toestel in vollast-
bedrijf, de branderstatus-LED knippert.
B Open de warmwaterkraan.
Verzegelde onderdelen mogen niet gewijzigd
worden.
Geisers mogen niet ontstoken worden wan-
neer de gasvoordruk minder is dan 20 mbar
en meer dan 30 mbar is.
GEVAAR:
B De volgende handelingen moeten uitge-
voerd worden door een erkend installa-
teur.