6720613720-00.
| Inhoudsopgave NL Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 Veiligheidsaanwijzingen en verklaring symbolen Algemene veiligheidsaanwijzingen Verklaring symbolen 3 3 4 6 2 2.1 2.2 2.3 2.4 Gegevens betreffende het toestel EG-verklaring van overeenstemming Leveringsomvang Productbeschrijving Technische gegevens 5 5 5 5 7 Inbedrijfstelling (alleen voor de installateur) 19 7 7.1 7.2 Storingen Storingen met displayweergave Storingen zonder displayweergave 20 20 21 8 8.1 23 8.
NL Veiligheidsaanwijzingen en verklaring symbolen | 3 1 Veiligheidsaanwijzingen en verklaring symbolen 1.1 Algemene veiligheidsaanwijzingen Met betrekking tot deze handleiding Deze handleiding bevat belangrijke informatie betreffende een veilige en vakkundige montage en bediening van de regelaar zonne-energie. Deze handleiding is zowel bestemd voor de gebruiker als voor de installateur.
| Veiligheidsaanwijzingen en verklaring symbolen 1.2 Verklaring symbolen Veiligheidsaanwijzingen in de tekst worden door middel van een grijs vlak en een gevarendriehoek aangeduid. Signaalwoorden geven de ernst aan van het gevaar dat kan optreden als de voorschriften niet worden opgevolgd. • Voorzichtig betekent dat er mogelijk lichte materiële schade kan optreden. • Waarschuwing betekent dat er licht persoonlijk letsel of ernstige materiële schade kan optreden.
NL Gegevens betreffende het toestel | 5 2 Gegevens betreffende het toestel 2.1 EG-verklaring van overeenstemming Dit product voldoet qua constructie en gedrag aan de desbetreffende Europese richtlijnen alsmede aan evt. aanvullende nationale eisen. De overeenstemming is bewezen. 2.2 Leveringsomvang 2.3 Productbeschrijving De regelaar is ontwikkeld voor gebruik in een zonne-installatie. De regelaar kan aan een muur worden gemonteerd of is in een zonnestation geïntegreerd.
| Gegevens betreffende het toestel NL Installatieschema zonne-installatie 4 1 2 3 7747006071.01-1.SD Afb. 3 1 2 Installatieschema Collectorveld zonnestation 3 4 Zonneboiler Regelaar B-sol 100 Hoofdcomponenten van de zonne-installatie Collectorveld • bestaat uit platte collectoren of vacuümbuiscollectoren zonnestation • bestaat uit een pomp, veiligheids- en afsluitarmaturen voor de zonne-installatiecircuit.
NL 2.4 Gegevens betreffende het toestel | 7 Technische gegevens Regelaar B-sol 100 Eigen verbruik 1W Beschermingswijze IP20 / DIN 40050 Aansluitspanning 230 V AC, 50 Hz Bedrijfsstroomsterkte Imax: 1,1 A max.
| Voorschriften 3 Voorschriften Dit apparaat voldoet aan de desbetreffende ENvoorschriften. De onderstaande richtlijnen en voorschriften opvolgen: B Plaatselijke bepalingen en voorschriften van het verantwoordelijke nutsbedrijf. B Industriële en brandweertechnische bepalingen en voorschriften.
NL Installatie (alleen voor de installateur) | 9 4 Installatie (alleen voor de installateur) 4.1 Wandmontage van de regelaar De regelaar wordt met behulp van drie schroeven op de wand bevestigd. Voorzichtig: Gevaar voor letsel en beschadiging van de behuizing door ondeskundige montage. B De achterkant van de behuizing mag niet als boorsjabloon worden gebruikt. B Het bovenste bevestigingsgat (Æ afb. 4, pos. 1) boren en de meegeleverde schroef tot 5 mm indraaien.
| Installatie (alleen voor de installateur) 4.2 NL Elektrische aansluiting 4.2.1 De kabeldoorvoer voorbereiden Gevaar: Levensgevaar door elektrische stroom. De kabels kunnen afhankelijk van de montagesituatie van achteren (Æ afb. 5, pos. 4) of van onderen (Æ afb. 5, pos. 3) in de behuizing worden geleid! B Voor het openen van het apparaat de voedingsspanning (230 V AC) onderbreken. B Beschermingswijze IP 20 tijdens de installatie aanhouden: B De kabel met trekontlasting beveiligen.
NL Installatie (alleen voor de installateur) | 11 4.2.2 Kabels aansluiten Voor de aansluiting van de kabels moet u het volgende in acht nemen: • Afgeschermde laagspanningskabels gebruiken indien externe inductieve invloeden kunnen worden verwacht (bijv. door transformatorstations, krachtstroomkabels, microgolven). • De plaatselijke voorschriften zoals aarding enz. opvolgen. • Alleen originele toebehoren van de fabrikant gebruiken. Andere fabrikaten op aanvraag.
| Bediening 5 Bediening Aanwijzingen voor de gebruiker De zonne-installatie wordt bij de inbedrijfstelling door uw installateur afgesteld en draait daarna automatisch. B De zonne-installatie ook tijdens een langere afwezigheid (bijv. vakantie) niet uitschakelen. Indien de installatie overeenkomstig de opgaven van de fabrikant is geïnstalleerd, is de zonne-installatie op zichzelf veilig. B Geen wijzigingen aan de instellingen van de regelaar uitvoeren.
NL Bediening | 13 5.1 Elementen van het zonnestation De hoofdcomponenten van het zonnestation zijn: • Thermometer (Æ afb. 7, pos. 1 en 3): De ingebouwde thermometers geven de temperaturen van de retour van de collectoren (blauw) en de aanvoer (rood) weer. • Manometer (Æ afb. 7, pos. 2): De manometer geeft de bedrijfsdruk aan. 1 2 3 7747004985.09-1.SD Afb.
| Bediening 5.2 NL Elementen van de regelaar 1 2 3 4 5 9 m ax /m in 5 1 T1 T3 max 8 T2 7 5 6 7747006071-04.1 SD Afb. 8 1 2 3 4 5 6 7 8 9 5.3 Regelaar en display Display Draaiknop Toets „terug“ Menutoets Symbool voor temperatuursensor Aanduiding voor temperatuurwaarden, bedrijfsuren enz. Aanduiding voor „Max.
NL Temperatuurwaarden weergeven In de automatische werking kunnen met behulp van de draaiknop verschillende installatiewaarden (temperatuurwaarden, bedrijfsuren, pomptoerental) worden opgevraagd. Hoofdmenu (alleen voor de installateur) In het hoofdmenu van de regelaar wordt de regeling aan de omstandigheden van de zonne-installatie aangepast. B Om naar het hoofdmenu te wisselen: druk op de toets menu . B Met de draaiknop de gewenste instelling of functie selecteren.
Functie + min / max Minimaal toerental bij toerentalregeling Deze functie legt het minimale toerental van de pomp vast en maakt de aanpassing van de toerentalregeling aan de individuele uitvoering van de zonne-installatie mogelijk. Maximale collectortemperatuur en minimale collectortemperatuur 100-140 °C Wanneer de maximale collectortemperatuur wordt overschre- [120 °C] den, wordt de pomp uitgeschakeld.
I Functie ingesteld Aanduiding Bediening | 17 Instelbereik [vooraf ingesteld] NL Handmatige werking „on“ (ingeschakeld) on/off/Auto De handmatige werking „on“ stuurt de pomp maximaal [off] 12 uur aan. Op het display verschijnen afwisselend de aanduidingen „on“ en de geselecteerde waarde. Op het display wordt het transport van de solarvloeistof geanimeerd weergegeven (Æ afb. 8, pos. 8). Veiligheidsvoorzieningen, zoals bijv. max. collectortemperatuur, blijven ingeschakeld.
| Bediening Expertmenu (alleen voor de installateur) B Om naar het Expertmenu te wisselen: de toets menu ongeveer 5 seconden lang indrukken. B Met de draaiknop de gewenste instelling of functie P1 tot P4 selecteren. Aanduiding B Om de instelling te veranderen: de draaiknop indrukken en dan draaien. B Om de instelling op te slaan: de draaiknop nogmaals indrukken. B Om het expertmenu te verlaten: de toets indrukken.
NL 6 Inbedrijfstelling (alleen voor de installateur) | 19 Inbedrijfstelling (alleen voor de installateur) Waarschuwing: Beschadiging van de pomp door drooglopen. B Controleren of het collectorcircuit met solarvloeistof is gevuld (Æ Montage- en onderhoudshandleiding zonne-energiestation). B Tijdens de inbedrijfstelling van de zonneinstallatie moet u de technische documentatie van het zonnestation, van de collectoren en van de zonneboiler in acht nemen.
| Storingen NL 7 Storingen 7.1 Storingen met displayweergave Bij storingen knippert het display rood. Bovendien geeft het display het soort storing door middel van symbolen weer. Aanduiding B Voor de gebruiker: Indien een storing optreedt contact opnemen met een installatiebedrijf. Soort storing Effect Mogelijke oorzaken Verhelpen sensorbreuk (collector- of boilertemperartuursensor) De pomp wordt uitgeschakeld Temperatuursensor niet of niet correct aangesloten.
NL 7.2 Storingen | 21 Storingen zonder displayweergave Soort storing Effect Mogelijke oorzaken Verhelpen De aanduiding is uitgegaan. De pomp draait niet, hoewel aan de inschakelvoorwaarden is voldaan. De zonneboiler wordt niet opgewarmd door de zonneenergie. Geen stroomtoevoer, zekering of voedingskabel defect. Controleer de zekering en vervang deze indien nodig. De elektrische installatie door een elektricien laten controleren. De pomp draait niet, alhoewel aan de inschakelvoorwaarden is voldaan.
| Storingen NL Soort storing Effect Mogelijke oorzaken Verhelpen De begrenzing van de boilertemperatuur en de tapmengkraan is te hoog ingesteld. De begrenzing van de boilertemperatuur en de tapmengkraan lager instellen. Te heet tapwater. Verbrandingsgevaar Te koud tapwater (of te geringe hoeveelheid warm tapwater). De temperatuurregelaar voor warm water op de ketel of de tapmengkraan is te laag ingesteld.
NL Aanwijzingen voor de gebruiker | 23 8 Aanwijzingen voor de gebruiker 8.1 Waarom is een regelmatig onderhoud belangrijk? Uw zonne-installatie voor drinkwateropwarming of een combinatie van drinkwateropwarming en verwarmingsondersteuning is vrijwel onderhoudsvrij. Desondanks adviseren wij om de installatie iedere 2 jaar door een installatiebedrijf te laten onderhouden. Zo wordt een foutloze en efficiënte werking gegarandeerd en kan mogelijke schade vroegtijdig herkend en hersteld worden. 8.
| Aanwijzingen voor de gebruiker 8.4 De bedrijfsdruk controleren, eventueel opnieuw laten instellen Drukschommelingen binnen de zonnecircuit op grond van temperatuursveranderingen zijn normaal en leiden niet tot storingen in de zonne-installatie. B De bedrijfsdruk op de manometer (Æ afb. 7) controleren terwijl de installatie koud is (ca. 20 °C). Bij het wegvallen van de druk Een drukdaling kan de volgende oorzaken hebben: • Er is een lek in de zonnecircuit.
Tabel 8 Protocolvoorbeeld voor waarden zonne-installatie Boiler onder (°C) Collector (°C) Collector retour, blauw, in °C Collector aanvoer, rood, in °C Bedrijfsdruk in bar Manometer op zonnestation Zonnestation: Windstreek: Temperatuuraanduiding op regelaar Dakhelling: Boilertype: Thermometer op zonnestation Collectortype: Aantal collectoren: Datum Datum inbedrijfstelling: Protocol voor de gebruiker Gebruiker van de installatie: 9 Bedrijfsuren en/of warmtehoeveelheid in kWh Weerssituatie
| Notities 6 720 615 394 (2008/10) NL
NL | 27 Notities 6 720 615 394 (2008/10)
Bosch Thermotechniek B.V. Postbus 379 7300 AJ Apeldoorn Tel: +31 (0) 55 - 543 43 43 Fax: +31 (0) 55 - 543 43 44 www.boschsupportline.nl infott@nl.bosch.