Operation Manual

42
Hagen snoeien
Houd de haagsnoeier stevig vast tijdens het ge-
bruik en zorg ervoor dat u goed stevig staat.
Werken op een ladder of in andere niet-stabiele
omstandigheden is gevaarlijk.
Let op dat er geen dieren of personen in de buurt
van het snoeigebied staan.
Vormgeving
De haag zou zodanig gesnoeid moeten worden dat de
onderkant aan beide zijden breder is dan de bovenkant.
Op die manier kan er meer licht doordringen naar de
lager gelegen vertakkingen. Een algemene richtlijn is:
ongeveer 10 cm uitdijing voor elke meter struik (hoogte),
zoals aangegeven in tekening C.
De bovenkant van de struik kan afgerond worden.
Snoeivolgorde
Snoei eerst beide zijden van de haag van onder naar
boven: op die manier belet u dat snoeiresten in het nog
te snoeien gebied vallen, zoals aangegeven in
tekening D.
Snoei vervolgens de bovenkant: snoei de haag terug in
verschillende fases wanneer de takken extreem lang
geworden zijn, zoals aangegeven in tekening E.
Voordeel: Korte snoeiresten zijn beter voor
composteren.
Optimale snoeitijden
Hagen met groene bladeren worden best in juni en
oktober gesnoeid, altijdgroene hagen in april en
augustus, en coniferen en andere snel groeiende
struiken zouden vanaf mei ongeveer elke zes weken
gesnoeid moeten worden.
Algemene informatie
Wanneer u oudere hagen voor een groot deel wilt
terugsnoeien, gebruik dan eerst een haagschaar, om
de dikkere takken tot op de gewenste lengte te knippen,
en pas daarna de haagsnoeier. U kunt de vorm van de
haag precies bepalen door een lijn te spannen tussen
de extreme uiteinden van de haag en er dan langs te
snoeien. Let goed op dat het mes niet in aanraking komt
met objecten uit hard materiaal, zoals
omheiningbedrading of metalen planthouders, die het
zouden kunnen beschadingen.
Onderhoud
Stop en verwijder de accu van de haagsnoeier.
Opmerking: Als u wenst dat uw toestel lang kan mee-
gaan en betrouwbaar blijft, dient u onderstaand
onderhoud regelmatig uit te voeren.
Smeer de messen vóór en na elk gebruik. Laat de olie
tussen de twee messen in lopen.
Controleer regelmatig of er geen zichtbare defecten zijn,
zoals beschadigde messen, losse koppelingen en
versleten of beschadigde onderdelen Controleer of
beschermings- en afweerkappen niet beschadigd zijn
en correct geplaatst werden. Doe het nodige
onderhouds- of herstelwerk voordat u de haagsnoeier
gebruikt. Als de haagsnoeier een defect zou vertonen
ondanks de specifieke zorg tijdens de fabricage en tests,
dan moet de herstelling uitgevoerd worden door een
geautoriseerde vertegenwoordiger van Bosch
tuinproducten.
Vermeld steeds het bestelnummer (10 cijfers) van de
haagsnoeier in uw correspondentie of bij het bestellen
van reserveonderdelen!
Onderhoud van accu
Laad de accu alleen op met de acculader
die bij het product meegeleverd werd.
Laat de accu NIET gedurende een lange
periode in de acculader steken zonder dat
de lader aan de netvoeding verbonden is,
want dat zou de accu kunnen beschadigen.
Opladen
De accu wordt opgeladen van zodra de netstekker van
de acculader in de voeding steekt en de accu in de
opening op de acculader geplaatst is, zoals aangegeven
in tekening F. Haal de stekker van de acculader uit het
stopcontact voordat u de accu op de lader plaatst of
van de lader neemt.
De intelligente acculader herkent de geladen toestand
van de accu en schakelt meteen over op druppelladen.
Op die manier wordt de accu beschermd tegen
overladen en blijft hij altijd geladen.
De accu kan slechts snel opgeladen worden wanneer
de temperatuur tussen 0° en 50°C is. Als de accu nog
warm is na gebruik, dan duurt het meestal 30 minuten
voordat het opladen begint.
Een toestel van BOSCH dat door een accu
aangedreven wordt en nieuw is of reeds een lange tijd
niet gebruikt werd, zal pas ten volle kunnen presteren
na 5 oplaad- en ontlaadcycli.
Wanneer de functionele duur van de accu per lading
sterk afneemt, dan wilt dat zeggen dat de accu
vervangen moet worden.