Installatievoorschrift Gaswandketel Bosch VRC BOSCH 6 7201 610 823 -00.1O BOSCH 25 VRC 6 720 610 822 NL (02.
Inhoud Inhoud Voor uw veiligheid 3 Verklaring symbolen 3 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8 1.9 Toestelbeschrijving algemeen EG-conformiteitsverklaring Typenoverzicht Leveringsomvang Toestelbeschrijving Toebehoren (zie prijslijst) Afmetingen Toestelopbouw/functieschema Elektrische bedrading Technische gegevens 4 4 4 4 4 5 5 6 7 8 2 Voorschriften 9 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.
Voor uw veiligheid Voor uw veiligheid Verklaring symbolen Veiligheidsaanwijzingen in de tekst worden door middel van een grijs vlak en een gevaren driehoek aangeduid. Bij gaslucht: B Sluit de gaskraan, blz. 26, pos. 172. B Ramen openen. B Geen elektriciteitsschakelaars gebruiken. B Open vuur doven. B Direct energiebedrijf, erkend gastechnisch installateur waarschuwen. Bij rookgaslucht: B Toestel buiten bedrijf stellen. B Ramen en deuren openen. B Erkend gastechnisch installateur waarschuwen.
Toestelbeschrijving algemeen 1 Toestelbeschrijving algemeen 1.1 EG-conformiteitsverklaring Dit toestel voldoet aan de geldende eisen van de europese richtlijnen 90/396/EEG, 92/42/EEG, 73/23/ EEG, 89/336/EEG en de in het EG-proefmodelcertificaat beschreven proefmodel. Deze voldoet aan de eisen voor lagetemperatuurverwarmingsketels. Prod.-ID-Nr. CE-0085 AS 0001 Land van bestemming NL Categorie Bosch 25 VRC Bosch 29 VRC Toepassing II2L 3B/P I2L C12, C32, C42, C52, C82, B22, B32 Tabel 1 1.2 1.
Toestelbeschrijving algemeen 1.5 Toebehoren (zie prijslijst) • Montageaansluitplaat • Weersafhankelijke inbouwregeling TA 211 E • Rookgastoebehoren 80/110 mm • Ruimtetemperatuurregelaar TR 21, TR 100, TR 200 • Rookgastoebehoren 80/80 mm • Inbouwschakelklok DT 1, DT 2 • Gasombouwset voor 25 VRC op propaan. 1.6 Afmetingen min. min. 100 100 185 240 = 360 827 ~ 160 338 ~ 60 200 8,5 30 103 1,5 105 13 512 902 101 850 860 = 122 6 720 610 822-01.1O Afb.
Toestelbeschrijving algemeen 1.7 Toestelopbouw/functieschema 229 234 228 234.1 226 221 224 220 411 34 35 6 ϑ 32 29 30 33 36 68 3 69 413 56 64 93 63 6.3 52.1 ϑ 27.1 52 7 11 4 53 18 57 8.1 55 15 317 61 ECO 3 0 2 4 5 1 E 7 0 13 14 43 44 45 46 48 47 6 720 610 822-02.1O Afb. 4 3 4 6 6.3 7 8.1 11 13 14 15 18 27.
Toestelbeschrijving algemeen 1.8 Elektrische bedrading 3 3 3 6 5 3 6 4 6 1 3 1 7 3 6 6 3 6 3 3 6 7 E C O 4 .1 2 5 V 1 5 3 2 3 0 V /A C 2 3 0 V 3 2 5 3 1 0 1 3 6 1 3 5 3 1 2 3 2 8 3 0 2 L 3 1 3 1 5 1 3 1 8 3 1 5 3 1 9 1 2 4 7 8 9 3 2 9 N N s L s L R 3 0 0 1 6 1 3 1 4 3 0 3 3 2 8 .1 M M 1 8 2 2 6 4 1 3 6 6 8 5 2 6 .3 5 2 .1 2 2 8 5 6 3 6 3 2 6 7 2 0 6 1 0 7 0 4 -0 9 .1 R Afb. 5 4.1 6 6.3 18 32 33 36 52 52.
Toestelbeschrijving algemeen 1.9 Technische gegevens Eenheid Max. nominaal vermogen Max. nominaal belasting o.w Min. nominaal vermogen Min. nominaal belasting o.w Gasaansluitwaarde „5“ Aardgas (G 25), (HS = 8,1 kWh/m3) „31“ Propaan (G 31), (Hi = 12,8 kWh/m3) Gasaansluitvoordruk „5“ Aardgas (G 25) „31“ Propaan (G 31) Branderdruk „5“ Aardgas (G 25) min./max. Branderdruk „31“ Propaan (G 31) min./max. Branderdruk Verwarming Nominale inhoud verwarming Max. aanvoertemperatuur Min. aanvoertemperatuur Max.
Voorschriften 2 Voorschriften Voor de Bosch gaswandketels VRC, zijn de navolgende voorschriften van toepassing: • NEN 3028 Veiligheidseisen voor centrale verwarming installaties. • NEN 1010 Veiligheidsvoorschriften voor laagspanningsinstallaties • NEN 1078 Voorschriften voor aardgasinstallaties NPR 3378 toelichting bij NEN 1078 • GAVO 1987 Diverse artikelen en plaatselijk geldende voorschriften. De gaswandketel voldoet aan de richtlijnen 67/ 889/EEG en 76/890/EEG ten aanzien van radio en t.v. ontstoring.
Installatie 3 Installatie Gevaar: explosie! B Sluit de gaskraan altijd voor werkzaamheden aan gasvoerende delen. i 3.1 Montage, gas, afvoer en stroomaansluitingen en het in bedrijf nemen van de installatie mag alleen plaatsvinden door een erkend intallateur. Belangrijke opmerkingen Instalatie van het toestel dient te geschieden volgens de GAVO 1978. B Voor het installeren van het toestel moet er van uitgegaan worden, dat aan alle voorschriften wordt voldaan en alle voorschriften worden opgevolgd.
Installatie 3.3 Montageaansluitplaat monteren Bepaal de opstellingsplaats van het toestel en houd daarbij rekening met de volgende voorwaarden: • Maximale afstand tot alle oneffenheden van het oppervlak, zoals slangen, buizen, uitstekende delen van muren etc. • Mogelijkheid tot toegang voor alle onderhoudswerkzaamheden (houd bij voorkeur een minimumafstand van 100 mm rondom het toestel aan).
Installatie 3.4 Leidingen installeren 3.4.1 Sanitairwater Bij toepassing van kunststofleiding dient bij de toestelaansluitting zowel koud- als warmwterzijdig een metalen leiding van tenminste 1,5 m lengte te worden aangebracht. De drukverliezen in het warmwatergedeelte zijn zo gering (0,2 bar), dat geen extra voorzieningen nodig zullen zijn in gevallen van lage watervoordruk. Wanneer alle kranen gesloten zijn, mag de statische druk de 10 bar niet overschrijden.
Installatie 3.5 Toestel monteren Toestel bevestigen Voorzichtig: Door vervuiling in het leidingnet kan het toestel beschadigen. B Toestel op de voorbereide pijpaansluitingen zetten en met de bijverpakte ringen en moeren op de wand monteren. B Installatiespoelen om vuil te verwijderen. B Wartels op de pijpaansluitingen vast draaien. B Verpakking verwijderen, let op de aanwijzingen op de verpakking en let op het bijgeleverde bevestigingsmateriaal.
Installatie 3.6 Overzicht van rookgastoebehoren Rookgastoebehoren voor apparaten Dakuitmonding dubbel-pijpsdoorvoer vertikaal (plat dak) C52 L min = 200 L min = 300 L min = 500 Dakuitmonding kombidoorvoer-vertikaal (schuin dak) C32 L max = 1275 mm 6 720 610 822-06.1O Afb. 14 6 720 610 338-12.1O Afb.
Installatie A A L min = 300 L min = 100 Dakuitmonding prefabschoorsteen C52 L min = 160 L min = 300 L min = 160 L min = 160 Prefabschoorsteen (minimale konstruktie eisen) Alleen als kap door GASTEC is beoordeeld B 6 720 610 822 - 11.1O Afb. 16 A B Opening rookgasafvoer min. 150 cm per toestel Opening luchttoevoer min. 150 cm per toestel 6 720 610 822 - 10.1O Afb. 17 A 6 720 610 822 NL (02.07) Opening luchttoevoer min. 150 cm per toestel.
Installatie Minimale doortocht A cm2 Steenachtig afvoersysteem parallel L min = 300 Aantal toestellen Dakuitmonding C.L.V.
Installatie Concentrische muurdoorvoer met broekstuk naar parallel 2 x 80 mm C12 Concentrische muurdoorvoer horizontaal C12x L max = 1500 30 L min = 356 L max = 4000 6 720 610 822-09.1O 6 720 610 822-13.1O Afb. 19 Afb. 22 Balkondoorvoer C12 L max = 1500 6 720 610 822-14.1O Afb. 20 Concentrische dakuitmonding vertikaal C32x L max = 4000 6 720 610 822-08.1O Afb. 21 6 720 610 822 NL (02.
Installatie L min = 500 L min = 160 Dakuitmonding met luchttoever vanuit de gevel C52 A 6 720 610 822 - 27.1O Afb. 24 A Opening rookgasafvoer min. 150 cm per toestel 6 720 610 822 - 15.1O Afb. 23 18 6 720 610 822 NL (02.
Installatie Centraal rookgas systeem C82 6 720 610 822 - 18.1O 6 720 610 822-17.1O Afb. 25 6 720 610 822 NL (02.07) Afb.
Installatie Rookgastoebehoren aansluiten Montage van concentrisch systeem i Raadpleeg de installatiehandleiding van het rookgastoebehoren voor meer informatie over de installatie. 6 B Kies de juiste diafragma volgens de documentatie van het toebehoren. B Schakel het toestel uit. B Verwijder de mantel. 226 B Schroef het deksel van de verbrandingskamer. B Elektrische aansluitingen (226.1) van de ventilator (226) loskoppelen. 6 720 610 822-19.1O Afb.
Installatie Vertikaal Remplaat (7) Stuwplaat Rookgas- ...2000 ...2300 ...3000 ...4000 afvoerlengte in mm Toesteltype 25 VRC (6) Ø 52 (6) Ø 52 (6) Ø 52 – (7) Nr.1 29 VRC (6) Ø 52 (6) Ø 52 – – (7) Nr.2 Rookgasafvoerlengte in mm 3. 226.3 Tabel 7 Horizontaal 1. Stuwplaat onder ventilator en remplaatje (7) voor ventilator ...1030 ...2030 ...3030 2. 6 720 610 822-25.1O ...4000 Afb. 31 B Schuifhuls (226.3) naar boven schuiven. Toesteltype 25 VRC (6) Ø 63 + (7) Nr.
Installatie B Verwijder de mantel. Montage van parallel systeem i Raadpleeg de installatiehandleiding van het rookgastoebehoren voor meer informatie over de installatie. B Schroef het deksel van de verbrandingskamer. B Kies de juiste stuwplaat volgens de tabel 9 en 10. B Monteer de rookgastoebehoren volgens afb. 32 en 33. 80 1. 3. 226.3 2 1 2. 3 6 720 610 822-25.1O Afb. 34 B Schuifhuls (226.3) naar boven schuiven. B Bevestig het deksel van de verbrandingskamer met de schroeven.
Installatie 3.7 Aansluitingen controleren Wateraansluiting B Open de koudwaterstopkraan en vul het warmwatercircuit (testdruk: max. 10 bar). B Servicekranen van aanvoer en retourverwarming indien aanwezig openen en installatie vullen. B Ontlucht het toestel met de ingebouwde ontluchter. B Alle overige onderdelen op lekkage controleren. Installatie ontluchten Bij de pomp is een automatische ontluchter 27.2 gemonteerd. B Vul het verwarmingscircuit tot een druk van 1 tot 2 bar.
Elektrische aansluiting 4 Elektrische aansluiting Gevaar: Door stroom schok! B Bij het aansluiten en werken aan elektrische delen altijd toestel spanningsvrij maken: stekker uit wandcontactdoos verwijderen. Schakelkast openen B Afdekking onder los halen en wegnemen. 3 0 4 2 5 1 E De regel-, besturings- en veiligheidsinrichtingen zijn door de fabrikant van bedrading voorzien en gekeurd. In aardingszone 3 mag het toestel alleen worden aangesloten wanneer een aardlekschakelaar aanwezig is.
Elektrische aansluiting B Bevestig de kabel van de spanningsvoorziening door de trekontlasting aan te draaien. De massa-ader moet nog los zijn wanneer de andere reeds vast gezet zijn. 4.2 Verwarmingsregelaars, afstandsbedieningen of schakelklokken aansluiten Weersafhankelijke inbouwregelaar TA 211 E L B Sluit de regelaar volgens de bijbehorende installatiehandleiding op het toestel aan.
Inbedrijfname 5 Inbedrijfname Afb. 40 8.1 14 15.
Inbedrijfname B Radiatoren ontluchten. 5.3 B Open de automatische ontluchter bij de pomp (27.1) voor het verwarmingscircuit en sluit deze na het ontluchten weer. B Temperatuurregelaar verwarming draaien, om de aanvoertemperatuur van de verwarmingsinstallatie aan te passen: B Vul de verwarmingsinstallatie opnieuw tot 1 - 2 bar. B Controleren of de gassoort overeenkomt met de gassoort op het typeplaatje. B Gasstopkraan (172) openen. 5.
Inbedrijfname 5.5 Warmwatertemperatuur De warmwatertemperatuur kan met de temperatuurregelaar tussen ca. 40 °C en 60 °C worden ingesteld. De ingestelde temperatuur wordt in de display niet weergegeven. Met ruimtetemperatuurregelaar B De temperatuurregelaar op het toestel geheel naar links omdraaien. De verwarming is uitgeschakeld. De warmwatervoorziening, de verzorging van de spanning voor de verwarmingsregelaars en schakelklokken blijven gehandhaafd. 5.
Individuele instelling 6 Individuele instelling 6.1 Mechanische instellingen 6.1.1 Instellen van de aanvoertemperatuur 6.1.2 De temperatuurregelaar is op stand E begrenst. Bij deze begrenzing is de maximale aanvoertemperatuur 75 °C. Een instelling van het vermogen op de berekende warmtebehoefte is niet noodzakelijk. Wanneer meerdere verwarmingspompen in serie (achter elkaar) geschakeld zijn, is een hydraulische scheiding nodig. i De aanvoertemperatuur is tussen 45 °C en ca. 87 °C instelbaar.
Individuele instelling 6.2 Instellen van de Bosch Heatronic Waarde instellen 6.2.1 Bosch Heatronic bedienen B Draai de temperatuurregelaar te stellen. De Bosch Heatronic maakt één comfortabele instelling mogelijk, tevens kan men veel toestelfuncties controleren. De beschrijving beperkt zich tot de noodzakelijke functies bij het inbedrijf nemen. Een uitvoerige beschrijving vindt u in het Bosch servicevademecum. 5 2 om een waarde in B Waarde noteren op het inbedrijfname protokol op pagina 45.
Individuele instelling B Temperatuurregelaar verwarming draaien tot 2.2 verschijnt. Na een korte tijd verschijnt de ingestelde pompschakeling op de display. B Toets indrukken en ingedrukt houden tot op de display - - verschijnt. Toets brandt. 6 720 610 332-32.1O 6 720 610 332-33.1O Afb. 49 B Temperatuurregelaar draaien, tot op de display de gewenste pompschakelstand tussen 1 en 3 verschijnt. De display en de toets knipperen. Afb. 51 B Temperatuurregelaar draaien totdat op de display 2.4 verschijnt.
Individuele instelling 6.2.4 Max. aanvoertemperatuur instellen (servicefunctie 2.5) De maximale aanvoertemperatuur kan tussen 45°C en ca. 87 °C (fabriekszijdige instelling) begrenst worden. B Toets indrukken en ingedrukt houden tot op de display - - verschijnt. Toets brandt. 6.2.5 i Inschakelen van de schakeldifferentie (∆t) (servicefunctie 2.6) Bij aansluiting van een weersafhankelijke regelaar wordt het schakelverschil door de regelaar overgenomen. Een instelling op het toestel is niet noodzakelijk.
Individuele instelling B Draai de temperatuurregelaars en op de oorspronkelijke waarden. Op de display verschijnt de aanvoertemperatuur. 6.2.6 B Toetsen en indrukken en ingedrukt houden tot op de display [ ] verschijnt. Het verwarmingsvermogen is vastgelegd. Verwarmingsvermogen instellen (servicefunctie 5.0) Het is mogelijk om het toestel verwarmingszijdig op de juiste transmissieberekening in te stellen. Het verwarmingsvermogen kan tussen min. nominaal warmtevermogen en max.
Individuele instelling 6.2.7 Waarde uitlezen van de Bosch Heatronic 1 4 2 In het geval van een reparatie vereenvoudigt dit de instelling aanzienlijk. B Uitlezen van de ingestelde waarde in de display (zie tabel 14) en in het inbedrijfname protokol invullen. Na het uitlezen: B Temperatuurregelaar spronkelijke stand. weer instellen op de oor- 6 720 610 332-56.1O 3 Afb. 63 Servicefunctie Hoe uitlezen? Pompschakeling 2.2 (3) draaien tot (4) 2.2 verschijnt. Wachten tot (4) wisselt.
Aanpassing aan het soort gas 7 Aanpassing aan het soort gas 7.1 Gasinstellingen Vooral na een ombouw op een ander soort gas moet de instelling van de gashoeveelheid voor minimale en maximale verwarmingscapaciteit worden gecontroleerd of opnieuw ingesteld. 3 • Aardgas: Aardgastoestellen zijn in de fabriek ingesteld op een Wobbe-index van 12,2 kWh/m3 en een voordruk van 25 mbar en verzegeld. De nominale warmtecapaciteit kan worden ingesteld volgens de branderdrukmethode of de volumetrische methode.
Aanpassing aan het soort gas 7.1.2 Instelmethode volgens branderdruk Branderdruk bij maximale verwarmingscapaciteit B Toets indrukken en ingedrukt houden tot op de display - - verschijnt. Toets brandt. Branderdruk bij minimale verwarmingscapaciteit B Draai de temperatuurregelaar naar links tot in de display 1. (= minimale warmtecapaciteit) wordt weergegeven. De display en de toets knipperen. 6 720 610 332-63.1O 6 720 610 332-32.1O Afb. 66 B Draai de temperatuurregelaar tot in de display 2.
Aanpassing aan het soort gas B Draai de temperatuurregelaar tot in de display 2. (= maximale warmtecapaciteit) wordt weergegeven. De display en de toets knipperen. 7.1.3 Volumetrische instelmethode Controleer bij de toevoer van mengsels van vloeibaar gas en lucht in piekbehoeftetijden de instelling met de instelmethode volgens de branderdruk. B Vraag bij het gasbedrijf de Wobbe-index (Wo) en de calorische waarde (HS) resp. de operationele calorische waarde (Hi) op. 6 720 610 332-61.1O Afb.
Aanpassing aan het soort gas B Zoek de met „max.“ aangegeven doorstroomhoeveelheid (l/min) in de tabel op pagina 43. Stel de gasdoorstroomhoeveelheid in via de gasmeter en en de instelmoer (63). Bij rechtsom draaien meer gas, bij linksom draaien minder gas. B Draai de temperatuurregelaar tot in de display 2. (= maximale warmtecapaciteit) wordt weergegeven. De display en de toets knipperen.
Aanpassing aan het soort gas 7.2 Ombouw op propaan Na de ombouw op ander soort gas: Voor het ombouwen op propaan kan een propaanombouwset besteld worden. B Neem het toestel in gebruik en stel het gas in volgens het hoofdstuk „Gasinstellingen“. Neem de bijbehorende ombouwvoorschriften in acht. Van Naar gasgassoort soort 5 Inspuiters (29) 18 stuks Code Codeerstekker Code 69 200 31 Tabel 15 B Hoofdschakelaar (0) uitschakelen. B Sluit de gaskraan.
Onderhoud 8 Onderhoud Gevaar: Door stroom schok! B Bij het aansluiten en werken aan elektrische delen altijd toestel spanningsvrij maken: stekker uit wandcontactdoos verwijderen. Gevaar: Uitstromend gas! B Vervang de branderdichting altijd nadat de brander is gedemonteerd! Warmwater B Laat het toestel uitsluitend door een gespecialiseerd en erkend bedrijf onderhouden (zie onderhoud).
Onderhoud B Duw de voelersonde 35 mm diep in de meetaansluiting en dicht de meetplaats af. 8.3 B Meet de verbrandingsluchttemperatuur. Verwarming aftappen: B Sluit de meetaansluiting af. Wanneer de vereiste rookgaswaarden niet worden bereikt, moeten brander en warmtewisselaar worden gereinigd en reduceerschijf en rookgasvoering worden gecontroleerd. B Slang aansluiten op vul/aftapkraan en vul/aftapkraan openen evt. hoogste ontluchter openen, installatie leeg laten lopen.
Aanhangsel 9 Aanhangsel 9.1 Foutcode Display Foutoorzaak Foutoplossing A7 Warmwatervoeler heeft onderbreking of kortsluiting. Controleer warmwatervoeler en aansluitkabel op onderbreking of kortsluiting. AC Geen elektrische verbinding tussen inschuifmodule en Heatronic Controleer de verbindingskabel tussen inschuifmodule en Heatronic. b1 Codeerstekker. Steek de codeerstekker goed vast, meet deze en vervang indien nodig. C1 Drukschakelaar is tijdens de werking geopend.
Aanhangsel 9.
Aanhangsel 9.3 Gashoeveelheid (l/min) „5“ Aardgas G 25 HS (kWh/m3) Hi (kWh/m3) Toestel 9,0 8,1 Display Belasting kW Gashoeveelheid (l/min) 35 9,7 19,8 45 12,5 25,5 55 15,3 31,2 65 18,1 36,9 75 20,9 42,7 85 23,6 48,5 95 26,4 54,3 99 27,8 57,2 33 10,6 21,9 35 11,3 23,2 45 14,5 29,8 55 17,7 36,4 65 20,9 43,1 75 24,2 49,7 85 27,4 56,3 95 30,6 63,0 99 32,2 66,3 Bosch 25 VRC Bosch 29 VRC Tabel 18 44 6 720 610 822 NL (02.
Ingebruiknemingsprotocol 10 Ingebruiknemingsprotocol Klant/eigenaar van de installatie:. . . . . . . . . . . . . . . . . . Plak hier het meetprotocol ............................................. Installateur: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ............................................. Toesteltype:. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . FD (productiedatum): . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Garantie 11 Garantie Op de Bosch Thermotechnik produkten (cv-ketels, boilers en geisers) verlenen wij namens uw installateur 24 maanden na de installatiedatum garantie, mits de ingevulde registratiekaart binnen 8 dagen na installatie door ons is terugontvangen. Garantiewerkzaamheden leiden niet tot verlenging van de duur van de garantie. Omschrijving van de garantie Deze garantiebepalingen gelden uitsluitend voor door Bosch Thermotechnik zelf vervaardigde produkten.
Garantie 6 720 610 822 NL (02.
Garantie Robert Bosch Thermotechniek BV Postbus 379 7300 AJ Apeldoorn Tel.: +31 (0) 55 - 54 34 343 Fax: +31 (0) 55- 54 34 344 www.bosch-thermotechnik.