ME 90 O Mobiel ECG-apparaat Gebruiksaanwijzing
NEDERLANDS Inhoudsopgave 1. Kennismaking......................................................................................... 3 2. Belangrijke aanwijzingen........................................................................ 3 3. Beschrijving van het apparaat................................................................ 8 3.1 Hoofdfuncties................................................................................... 8 3.2 Leveringsomvang.........................................................
Geachte klant, We zijn blij dat u hebt gekozen voor een product uit ons assortiment. Onze naam staat voor hoogwaardige en grondig gecontroleerde kwaliteitsproducten die te maken hebben met warmte, gewicht, bloeddruk, lichaamstemperatuur, polsslag, zachte therapie, massage en lucht. Neem deze gebruiksaanwijzing aandachtig door, bewaar deze voor later gebruik, laat deze ook door andere gebruikers lezen en neem alle aanwijzingen in acht. Met vriendelijke groet, Uw Beurer-team 1.
Toegepast deel type CF Gelijkstroom Verwijder het apparaat conform de EU-richtlijn voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur – WEEE (Waste Electrical and Electronic Equipment).
• Elektrocardiogrammen die met de ME 90 worden gemaakt, geven de hartfunctie op het moment van de meting weer. Voorafgaande of daarop volgende veranderingen worden daardoor niet automatisch herkend. • ECG-metingen die worden uitgevoerd met een apparaat zoals de ME 90 kunnen niet alle hartaandoeningen herkennen. Raadpleeg ongeacht het meetresultaat van de ME 90 onmiddellijk een arts als u symptomen waarneemt die kunnen duiden op een acute hartaandoening.
Belangrijke veiligheidsaanwijzingen Het gebruik van het apparaat wordt afgeraden wanneer u een pacemaker of andere geïmplanteerde apparaten hebt. Volg met betrekking hiertoe het advies van uw arts op. • Gebruik het apparaat niet in combinatie met een defibrillator. • Gebruik het apparaat niet tijdens een MRI-onderzoek. • Stel het apparaat niet bloot aan statische elektriciteit. Zorg voordat u het apparaat gebruikt dat u zelf niet statisch geladen bent.
Aanwijzingen met betrekking tot opslag en onderhoud • Stel het apparaat niet bloot aan schokken, vocht, vuil, sterke temperatuurschommelingen en direct zonlicht. • Laat het apparaat niet vallen. • Gebruik het apparaat niet in de buurt van sterke elektromagnetische velden en houd het uit de buurt van radioapparatuur of mobiele telefoons.
Algemene informatie over verwijdering Met het oog op het milieu mag het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet met het gewone huisvuil weggegooid worden. Het verwijderen kan via gespecialiseerde verzamelpunten in uw land gebeuren. Verwijder het apparaat conform de EU-richtlijn voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur – WEEE (Waste Electrical and Electronic Equipment).
3.3 Mobiel ECG 1 5 3 2 7 8 1. Hartslag-led 2. Aan/Uit-toets 3. USB-aansluiting 4. Activeringsschakelaar 5. Bovenste elektroden 6. Onderste elektrode 7. Deksel batterijvak 8. Docking station (USB-kabel) 4 6 3.4 Displaysymbolen 2 1 3 4 7 8 5 6 6 7 1. Hartslagindicator: knippert tijdens de meting synchroon met de hartslag. 2. Hartfrequentie: geeft de gemiddelde hartfrequentie tijdens de registratie weer. *** 3. Batterijstatusindicator: geeft de huidige laadtoestand van de batterij weer. 4.
*** De hartfrequentie, gemeten in hartslagen/minuut, wordt bepaald door het hartslaginterval onder te verdelen in 60 seconden. 4. Voor de ingebruikname 4.1 Batterijen plaatsen • Open het deksel van het batterijvak. • Plaats twee nieuwe batterijen van het type CR 2032 in het apparaat. Let goed op dat de batterijen met de juiste polariteit worden geplaatst, zoals aangeduid. Gebruik geen oplaadbare batterijen. • Sluit het deksel van het batterijvak weer zorgvuldig. 4.
5. Metingen uitvoeren 1. Er bestaan drie verschillende methodes om de meting uit te voeren. Begin met meet- methode A “rechter wijsvinger - borst”. Wanneer met deze meetmethode geen of geen stabiele (vaak weergegeven melding: “EE”) metingen kunnen worden uitgevoerd, kunt u overstappen op methode B “linker wijsvinger - borst” en daarna eventueel op methode C “linkerhand - rechterhand”.
Meetmethode A “rechter wijsvinger - borst” (komt ongeveer overeen met “afleiding 2”) Leg uw rechter wijsvinger op de twee bovenste elektroden van het apparaat en houd het apparaat naar boven gericht in uw hand. Top Electrodes 5 cm De juiste positie voor het plaatsen van de onderste elektrode van het apparaat op uw borst kan worden bepaald aan de hand van de volgende methodes: • Ga vanuit uw voorste okselholte naar beneden. Tegelijkertijd gaat uw vanaf uw onderste linkerrib 10 cm naar boven.
Meetmethode B Top Electrodes 5 cm “linker wijsvinger - borst” (komt ongeveer overeen met “afleiding 3”) Leg uw linker wijsvinger op de twee bovenste elektroden van het apparaat en houd het apparaat naar boven gericht in uw hand. De juiste positie voor het plaatsen van de onderste elektrode van het apparaat op uw borst kan worden bepaald aan de hand van de volgende methodes: • Ga vanuit uw voorste okselholte naar beneden. Tegelijkertijd gaat uw vanaf uw onderste linkerrib 10 cm naar boven.
Meetmethode C “linkerhand - rechterhand” (komt ongeveer overeen met “afleiding 1”) Leg uw rechter wijsvinger op de twee bovenste elektroden van het apparaat. Leg een vinger van uw linkerhand op de onderste elektrode. Druk op de onderste elektrode totdat u een klikkend geluid hoort of voelt. Attentie: druk het apparaat niet te hard tegen uw huid. anwijzing: zorg ervoor dat uw rechter- en linkerhand (meetmethode C) of uw hand en A borst (meetmethode A/B) niet met elkaar in aanraking komen.
anwijzing: als de onderste elektrode binnen drie seconden na aanvang van de meting A van het lichaam wordt gehaald, wordt EE weergegeven. Vaak voorkomende redenen voor onnauwkeurige meetresultaten De elektroden worden niet goed aangeraakt door de vinger. De meting wordt boven of door de kleding uitgevoerd. Het apparaat wordt verkeerd om gehouden. De verkeerde zijde van het apparaat wordt tegen de borstkas gedrukt.
Tijdens de meting is er sprake van huidcontact tussen de linkeren rechterhand (meetmethode C) of tussen de voor de meting gebruikte hand en de borst (meetmethode A/B). 6. Resultaatweergave Na de meting kunnen op het LCD-scherm de volgende resultaten worden weergegeven. Resultaat van een onopvallende ECG-registratie. Aanwijzingen voor een of meer pauzes van de hartcyclus, die elk langer dan 2 [s] duren. Aanwijzingen voor een verlaagde hartfrequentie (bradycardie), die kleiner is dan 55 [bpm].
7. Beurer CardioExpert Voor een gedetailleerde weergave van de door u geregistreerde gegevens kunt u gebruik- maken van de computersoftware “Beurer CardioExpert” (meegeleverd op cd-rom) of van de app “Beurer CardioExpert”. U kunt de app gratis downloaden in de App Store of de Google Play Store. De gegevens kunnen via USB-interface of via Bluetooth© Smart worden overgedragen. 7.
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing ij de meetresultaten B wordt EE weergegeven (EE = storing). Onvoldoende contact met de elektroden of u hebt tijdens de meting bewogen of gesproken. Herhaal de meting volgens de aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing. et apparaat wordt niet H ingeschakeld nadat er drie seconden op de Aan/Uittoets is gedrukt. De batterijen zijn leeg. Batterijen vervangen e elektrode maakt D contact met de huid, maar de meting wordt niet gestart. De druk is te zwak.
Het woordmerk Bluetooth® en het bijbehorende logo zijn geregistreerde handelsmerken van Bluetooth® SIG, Inc. Elk gebruik van deze merken door Beurer GmbH vindt plaats onder licentie. Andere handelsmerken en handelsnamen zijn eigendom van de betreffende houders. 9.
BEURER GmbH • Söflinger Str. 218 www.beurer.com • 89077 Ulm (Germany) 20 ME90-1115_NL Vergissingen en veranderingen voorbehouden it apparaat voldoet aan de Europese norm EN60601-1-2 en is onderworpen aan bijD zondere veiligheidsmaatregelen op het gebied van elektromagnetische verdraagzaamheid. Let er daarbij op dat draagbare en mobiele HF-communicatie-installaties dit apparaat kunnen beïnvloeden.