Operation Manual

18
Naaicomputer gereedmaken
Draadspanning
De bovendraadspanning wordt automatisch bij de steekkeuze in de
basisinstelling gezet.
De bovendraadspanning wordt in de BERNINA fabriek optimaal
ingesteld en op de naaicomputer getest. Hiervoor worden als boven- en
onderdraad Metrosene-/Seralongaren nr. 100/2 (Firma Mettler,
Zwitserland) gebruikt.
Als ander naai- of borduurgaren wordt gebruikt, kunnen afwijkingen op de
optimale draadspanning ontstaan. Daarom is het soms noodzakelijk om de
draadspanning aan het naaiwerk en de gewenste steek aan te passen.
Hogere bovendraadspanning = de bovendraad wordt meer
gespannen en de onderdraad wordt hierdoor meer in de stof
getrokken.
Lagere bovendraadspanning = de bovendraad wordt minder
gespannen en hierdoor meer in de stof getrokken.
druk op het «i»-veld
druk op het «bovendraadspannings»-veld
Bovendraadspanning veranderen
de optimale steekvorming wordt weergegeven (draadverstrengeling in de
stof)
de witte balk op de maatverdeling en het getal in het veld geven de
basisinstelling weer
druk op de pijlvelden omhoog/omlaag of
draai de steekbreedte- of steeklengteknop naar rechts/links of
verschuif de ronde knop op het beeldscherm met behulp van de
beeldschermpen of uw vinger
de bovendraadspanning wordt hoger of lager ingesteld
de wijziging van de bovendraadspanning wordt op de maatverdeling (geel)
en in het geel omlijnde veld weergegeven
de basisinstelling blijft zichtbaar (wit)
de wijziging van de bovendraadspanning heeft alleen betrekking op de
gekozen steek
druk op het «terug»-veld
de instelling wordt opgeslagen en het beeldscherm wordt gesloten
Terug naar de basisinstelling
druk op het geel omlijnde veld
de basisinstelling wordt teruggehaald
zet de naaicomputer uit
alle wijzigingen worden gewist
033527.50.05_1108_B580_NL