Operation Manual
38 Het aanpassen van de monitor
Beeldoptimalisering
De eenvoudigste manier om een optimaal beeld te krijgen vanaf een analoge (D-sub) ingang, is
met de functie Auto-aanpassing. Ga naar Scherm en druk op Geometrie en
Auto-aanpassing om het beeld op het scherm te optimaliseren.
Indien u dat wilt, kunt u altijd de geometrische instellingen van het scherm handmatig wijzigen
door middel van de toetsen op de monitor. Om u hierbij te helpen, heeft BenQ een schermtest
hulpprogramma gemaakt waarmee u onder meer op beeldkleur en grijswaarden kunt
controleren.
1. Start het testprogramma auto.exe van de cd-rom. U kunt het programma eventueel ook via
het bureaublad van uw computer opstarten. Maar we bevelen het gebruik van de auto.exe
aan. Als u auto.exe uitvoert, wordt een testpatroon weergegeven.
2. Druk op een willekeurige bedieningstoets, het wiel of op de knop 'Terug' op de S Switch
om het sneltoetsen-menu te openen. Kies Menu om het hoofdmenu te openen.
3. Ga naar Scherm, Geometrie en Auto-aanpassing.
4. Als u merkt dat verticale ruis optreedt (als een gordijn van knipperende verticale lijnen),
kiest u Pixelklok en past u de monitor aan totdat de ruis verdwijnt.
5. Als u merkt dat horizontale ruis optreedt, kies dan Fase en pas de monitor aan totdat de
ruis verdwijnt.
De sneltoetsen aanpassen
De 3 bovenste bedieningstoetsen (ook wel aangepaste toetsen genoemd), dienen als
sneltoetsen voor vooraf ingestelde functies. U kunt de standaardinstelling wijzigen en andere
functies aan deze toetsen toekennen.
1. Druk op een willekeurige bedieningstoets, het wiel of op de knop 'Terug' op de S Switch om
het sneltoetsen-menu te openen.
2. Kies Menu om het hoofdmenu te openen.
3. Ga naar Systeem en Aangepaste toets.
4. Selecteer de aangepaste toets die u wilt wijzigen.
5. Selecteer in het submenu een functie voor deze toets. Er verschijnt een bericht dat de
instelling voltooid is.
De standaard beeldmodus is FPS1, speciaal ontworpen voor FPS-games. Als u liever een andere beeldmodus
gebruikt, gaat u naar
Beeld en wijzigt u de instelling in Beeldmodus.
Als u op de monitor een digitale videobron aansluit via een digitale (DVI, HDMI of DP) kabel, wordt de functie
Auto-aanpassing uitgeschakeld, omdat de monitor automatisch het beste beeld weergeeft.
Controleer, als u de functie Auto-aanpassing gebruikt, of de aangesloten grafische kaart van de computer is
ingesteld op de standaardresolutie van de monitor.










