Operation Manual

13
Overzicht
Afstandsbediening
1. Energie ON/OFF
Dit zet de projector aan of uit.
2. Ingangselectietoetsen
Kies een ingangsignaal voor het beeld.
3. MENU/EXIT
Activeert het schermmenu (On-Screen Display,
OSD). Hiermee gaat u terug naar het vorige
schermmenu (OSD), sluit u het menu en slaat u
de menu-instellingen op.
4. Links
Zet het volume van de projector lager.
Als het schermmenu (OSD) is geactiveerd,
functioneren de knoppen #4, #15 en #17 als
richtingspijlen om de gewenste menuopties te
selecteren en de instellingen te wijzigen.
5. MODE/ENTER
Kies een beschikbare beeldinstellingsmodus.
Hiermee activeert u het geselecteerde menu-
item in het schermmenu.
6. ECO BLANK
Maakt het beeld leeg.
7. PIP
Opent het menu
PIP (Picture-in-picture).
8. ASPECT
Hiermee selecteert u de beeldverhouding.
9. Aanpassingstoetsen voor beeldkwaliteit
Deze functietoetsen voeren dezelfde taken uit
als is aangegeven in het OSD-menu. Zie "De
beeldkwaliteit fijn afstellen" op pagina 32 voor
details.
10.FINE TUNE
Geeft het "Kleurtemperatuur afstemmen"-
menu weer. Zie "Druk op MENU/EXIT om de
instellingen op te slaan en te sluiten." op
pagina 34 voor details.
11.3D/INVERT
Opent het menu "3D" direct en schakelt de
omkeerfunctie in of uit.
12.MUTE
Schakelt het projectorgeluid in of uit.
13.FREEZE
Zet het geprojecteerde beeld stil.
14.LIGHT
De ledverlichting blijft ongeveer 10 seconden
branden als op een toets op de
afstandsbediening wordt gedrukt. Druk binnen
10 seconden op een andere toetsen om de
ledverlichting uit te schakelen.
15.Keystone/pijltoetsen ( / omhoog,
/ omlaag)
Hiermee corrigeert u handmatig het vervormde
beeld, veroorzaakt door de projectiehoek.
Als het schermmenu (OSD) is geactiveerd,
functioneren de knoppen #4, #15 en #17 als
richtingspijlen om de gewenste menuopties te
selecteren en de instellingen te wijzigen.
16.AUTO
Bepaalt automatisch de beste timings voor het
beeld.
17. Rechts
Zet het volume van de projector hoger.
Als het schermmenu (OSD) is geactiveerd,
functioneren de knoppen #4, #15 en #17 als
richtingspijlen om de gewenste menuopties te
selecteren en de instellingen te wijzigen.
18.SOURCE
Opent de ingangselectiebalk.
19.SRS
Hiermee kunt u de SRS-functie in- of
uitschakelen.
20.TEST
Geeft het testpatroon weer.
1
2
3
6
7
8
10
12
13
11
16
18
20
19
17
14
15
15
4
5
9