Operation Manual

Bediening44
Beschrijving van elk menu
De standaardwaarden die in deze handleiding zijn weergegeven, vooral op de pagina's 44-
49, zijn uitsluitend informatief bedoeld. Ze kunnen verschillen tussen de projectors
afhankelijk van de voortdurende verbetering aan de producten.
FUNCTIE BESCHRIJVING
Beeldmodus
Met de vooraf ingestelde beeldmodi kunt u de instellingen van het
projectorbeeld aanpassen aan het type programma. Zie "Een
beeldmodus selecteren" op pagina 31 voor details.
Referentiemo
dus
Selecteert een beeldmodus die aansluit op uw behoeften op het vlak
van beeldkwaliteit en stelt het beeld verder bij op basis van de selectie
op deze pagina. Zie "De modus Gebruikersmodus 1/Gebruikersmodus
2/Gebruikersmodus 3 instellen" op pagina 31 voor details.
Helderheid
Past de helderheid van het beeld aan. Zie "Aanpassen van Helderheid"
op pagina 32 voor details.
Contrast
Stelt de mate van verschil tussen donker en licht in het beeld in. Zie
"Aanpassen van Contrast" op pagina 32 voor details.
Kleur
Hiermee past u het verzadigingsniveau van de kleuren aan -- de sterkte
van elke kleur in een videobeeld. Zie "Aanpassen van Kleur" op pagina
32 voor details.
De functie is alleen beschikbaar wanneer Video of S-Video met
NTSC-systeem is geselecteerd.
Tint
Hiermee past u de rode en groene kleurtonen van het beeld aan. Zie
"Aanpassen van Tint" op pagina 32 voor details.
De functie is alleen beschikbaar wanneer Video of S-Video met
NTSC-systeem is geselecteerd.
Scherpte
Maakt het beeld scherper of onscherper. Zie "Aanpassen van Scherpte"
op pagina 32 voor details.
De functie is alleen beschikbaar wanneer Video of S-Video met
NTSC-systeem is geselecteerd.
Huidkleur
Zie "De huidkleur aanpassen" op pagina 32 voor details.
Instellingen
opslaan
Slaat de instellingen op die zijn gemaakt voor Gebruikersmodus 1, 2 of
3.
Afbeeldingsi
nstellingen
opnieuw
instellen
Slaat de instellingen op die zijn gemaakt voor Gebruikersmodus 1, 2 of
3.
1. BEELD: Basis menu