Operation Manual

Inleiding 13
11. Geavanceerde aanpassingstoetsen voor de
beeldkwaliteit (GAMMA,
KLEURTEMPERATUUR, Brilliant Color)
Toont de instelbalken voor het aanpassen
van de geschikte waarden voor de
beeldkwaliteit. Zie "Geavanceerde
bedieningselementen voor de
beeldkwaliteit" op pagina 32 voor details.
12. Power (Voeding)
Hiermee zet u de projector stand-by of
schakelt u deze in. Zie "De projector
opstarten" op pagina 22 en "De projector
uitschakelen" op pagina 40 voor details.
13. TEST
Geeft het testpatroon weer.
14. AUTO
Hiermee worden automatisch de beste
beeldtiminginstellingen bepaald voor het
weergegeven beeld. Zie "Het beeld
automatisch aanpassen" op pagina 23 voor
details.
15. OVERSCAN
Toont de instellingenbalk.
16. MODE/ENTER
Selecteert een beschikbare
beeldinstellings-
modus. Zie "Een beeldmodus selecteren"
op pagina 31 voor details.
Activeert het geselecteerde item van het
Geef het menu-item weer (OSD). Zie "De
menu's gebruiken" op pagina 25 voor
details.
17. BEELDVERHOUDING
Selecteer de beeldverhoudingen. Zie "De
beeldverhouding selecteren" op pagina 29
voor details.
18. SRS
Schakelt de SRS-surroundgeluidseffecten
(Sound Retrieval System) in/uit.
I
I