Operation Manual
Inleiding10
Bedieningselementen en functies
Projector
6. BLANK
Hiermee kunt u de schermafbeelding
verbergen. Zie "Het beeld verbergen" op
pagina 35 voor details.
7. TEMPeratuurindicatorlichtje
Licht rood op als de temperatuur van de
projector te hoog wordt. Zie "Indicatoren"
op pagina 56 voor details.
8. Power (Voeding)/Aan/uit-
indicatorlichtje
Schakelt de projector tussen de stand-
bymodus en ingeschakelde modus. Zie
"De projector opstarten" op pagina 22 en
"De projector uitschakelen" op pagina 40
voor details.
Brandt of knippert als de projector wordt
gebruikt. Zie "Indicatoren" op pagina 56
voor details.
9. LAMP-indicatorlichtje
Geeft de status van de lamp aan. Licht op
of knippert wanneer er een probleem is
met de lamp. Zie "Indicatoren" op pagina
56 voor details.
10. Ingang
Geeft de ingangselectiebalk weer. Zie
"Schakelen tussen ingangssignalen" op
pagina 28 voor details.
11. AUTO
Bepaalt automatisch de beste beeldtiming
voor het weergegeven beeld. Zie "Het
beeld automatisch aanpassen" op pagina
23 voor details.
12. MODE/ENTER
Selecteert een beschikbare
beeldinstellingsmodus. Zie "Een
beeldmodus selecteren" op pagina 31 voor
details.
Activeert het geselecteerde item van het
OSD-menu. Zie "De menu's gebruiken"
op pagina 25 voor details.
1. Focusring
Hiermee past u de scherpstelling van het
geprojecteerde beeld aan. Zie "Het
beeldformaat en de helderheid fijn
afstellen" op pagina 24 voor details.
2. Zoomring
Hiermee past u de grootte van het beeld
aan. Zie "Het beeldformaat en de
helderheid fijn afstellen" op pagina 24 voor
details.
3. Trapeziumcorrectie/pijltoetsen ( /
omhoog, / omlaag)
Hiermee corrigeert u handmatig de
vervormde beelden die door de
projectiehoek worden veroorzaakt. Zie
"Keystone corrigeren" op pagina 24 voor
details.
4. MENU/EXIT
Hiermee schakelt u het schermmenu
(OSD) in. Hiermee gaat u terug naar het
vorige schermmenu (OSD), sluit u het
menu en slaat u de menu-instellingen op.
5. Volume/pijltoetsen ( / links, /
rechts)
Regelt het volume.
Indien het On-Screen Display (OSD) menu
is geactiveerd, worden de toetsen #3 en #5
gebruikt als richtingspijlen om de gewenste
menu-items te selecteren en aanpassen aan
te brengen. Zie "De menu's gebruiken" op
pagina 25 voor details.
1
3
4
5
2
6
3
7
5
10
8 9
11
12
I
I










