Operation Manual

30 Het aanpassen van de monitor
"Helderheid" (zie 34)
"Contrast" (zie 34)
"Scherpte" (zie 34)
"Black eQualizer" (zie 34)
"Gamma" (zie 35)
"Kleurtemperatuur" (zie 35)
"Kleurtinten" (zie 35)
"Verzadiging" (zie 35)
"AMA" (zie 35)
"Directe modus" (zie 35)
"Beeldmodus" (zie 36)
"Weergavemodus" (zie 37)
"Dynamisch contrast" (zie 37)
"Slimme schaal" (zie 38)
"Slimme focus" (zie 38)
"Volume" (zie 40)
"Geluid uit" (zie 40)
2. Zodra alle instellingen zijn aangepast, gaat u naar Inst Opslaan en bewaart u deze als een
spelmodus.
3. Als u naar uw spelmodus wilt overschakelen, gaat u naar Beeld geavanc. en
Beeldmodus, en kiest u de spelmodus die u bij Stap 2 hebt gemaakt. De gewenste
beeldinstellingen worden dan direct toegepast.
Weergavemodus aanpassen
U kunt beelden met een andere beeldverhouding dan 16:9 en een andere grootte dan
24" weergeven door de weergavemodus van de monitor aan te passen.
1. Druk op een van de toetsen om het sneltoetsmenu te openen en druk op Menu om het
hoofdmenu te openen.
2. Ga naar Beeld geavanc. en Weergavemodus.
3. Kies een gewenste weergavemodus. De instelling wordt direct geactiveerd.
Slimme schaal gebruiken
U kunt de beeldgrootte aanpassen met Slimme schaal.
1. Ga naar Beeld geavanc. en Slimme schaal.
2. Pas de waarde aan.
Schakel eerst naar de gewenste weergavemodus en volg vervolgens de instructies van "Slimme schaal gebruiken"
op pagina 30 om de beeldgrootte precies aan te passen aan uw wensen.
• Als een van de aangepaste toetsen is geprogrammeerd op Slimme schaal drukt u op de betreffende toets en
past u de waarde direct aan.
• De weergave kan tijdens het aanpassen van de grootte tijdelijk instabiel worden. Dit is een normaal fenomeen
en mag niet worden opgevat als een fabricagefout.
• Voor meer informatie over
Slimme schaal gaat u naar "Slimme schaal" op pagina 38.