Operation Manual
21 Het aanpassen van de monitor
• "Helderheid" (zie 25)
• "Contrast" (zie 25)
• "Scherpte" (zie 25)
• "Black eQualizer" (zie 25)
• "Gamma" (zie 26)
• "Kleurtemperatuur" (zie 26)
• "Kleurtinten" (zie 26)
• "Verzadiging" (zie 26)
• "AMA" (zie 26)
• "Directe modus" (zie 26)
• "Beeldmodus" (zie 27)
• "Weergavemodus" (zie 28)
• "Dynamisch contrast" (zie 28)
• "Slimme schaal" (zie 29)
• "Slimme focus" (zie 29)
• "Volume" (zie 31)
• "Geluid uit" (zie 31)
2. Zodra alle instellingen zijn aangepast, gaat u naar Inst Opslaan en bewaart u deze als een
spelmodus.
3. Als u naar uw spelmodus wilt overschakelen, gaat u naar Beeld geavanc. en
Beeldmodus, en kiest u de spelmodus die u bij Stap 2 hebt gemaakt. De gewenste
beeldinstellingen worden dan direct toegepast.
Weergavemodus aanpassen
U kunt beelden met een andere beeldverhouding dan 16:9 en een andere grootte dan
21,5" weergeven door de weergavemodus van de monitor aan te passen.
1. Druk op een van de toetsen om het sneltoetsmenu te openen en druk op Menu om het
hoofdmenu te openen.
2. Ga naar Beeld geavanc. en Weergavemodus.
3. Kies een gewenste weergavemodus. De instelling wordt direct geactiveerd.
Slimme schaal gebruiken
U kunt de beeldgrootte aanpassen met Slimme schaal.
1. Ga naar
Beeld geavanc. en Slimme schaal.
2. Pas de waarde aan.
Schakel eerst naar de gewenste weergavemodus en volg vervolgens de instructies van Slimme schaal gebruiken op
pagina 21 om de beeldgrootte precies aan te passen aan uw wensen.
• Als een van de aangepaste toetsen is geprogrammeerd op Slimme schaal drukt u op de betreffende toets en
past u de waarde direct aan. De sneltoets
Slimme schaal is beschikbaar als de Weergavemodus is ingesteld
op
1:1 (en de resolutie lager is dan 1920 x 1080), 17", of 19"B.
• De weergave kan tijdens het aanpassen van de grootte tijdelijk instabiel worden. Dit is een normaal fenomeen
en mag niet worden opgevat als een fabricagefout.
• Voor meer informatie over
Slimme schaal gaat u naar Slimme schaal op pagina 29.










