Operation Manual

Bediening30
Info over de beeldverhouding
In de onderstaande afbeeldingen zijn de zwarte gedeelten inactief en de witte actief.
OSD-menu’s kunnen in deze ongebruikte zwarte gebieden worden weergegeven.
1. Auto: De verhouding van het beeld wordt aangepast
aan de eigen resolutie van de projector in de
horizontale of verticale breedte. Deze instelling is
geschikt voor een beeldsignaal dat noch 4:3 noch 16:9
is, waarbij u een zo groot mogelijk deel van het
scherm wilt gebruiken zonder dat u de
beeldverhouding van het beeldsignaal verandert.
4. 16:9: Past het beeld zodanig aan
dat het in het midden van het
scherm wordt weergegeven in
een beeldverhouding van 16:9.
Dit is vooral geschikt voor
beelden met een
beeldverhouding van 16:9, zoals
HDTV, omdat dit beeld met
dezelfde beeldverhouding wordt
weergegeven.
2. Werkelijk
: Het beeld wordt geprojecteerd in de
oorspronkelijke resolutie, en de grootte wordt
aangepast binnen het weergavegebied. Bij
ingangssignalen met een lagere resolutie, worden de
beelden kleiner weergegeven dan op een volledig
scherm. Indien nodig past u de zoominstellingen aan
of plaatst u de projector dichter bij het scherm, zodat
het beeld wordt vergroot. Wellicht dient u hierna ook
de scherpstelling van de projector aan te passen.
5. 16:10: Past het beeld zodanig aan
dat het in het midden van het
scherm wordt weergegeven in
een beeldverhouding van 16:10.
Dit met name geschikt voor
beelden die al een verhouding
van 16:10 hebben, deze worden
weergegeven zonder
beeldvervorming.
3. 4:3: Past het beeld zodanig aan dat het in het midden
van het scherm wordt weergegeven in een
beeldverhouding van 4:3. Deze instelling is vooral
geschikt voor 4:3-beeld zoals bepaalde
computermonitors, tv's met een standaarddefinitie en
dvd-films met een 4:3-beeldverhouding, omdat in dit
geval de beeldverhouding van het beeldsignaal
behouden blijft.
15:9-beeld
16:9-beeld
4:3-beeld
16:9-beeld
16:10-beeld
4:3-beeld