MX720/MW721 Digital Projector Gebruikershandleiding
Inhoud Belangrijke veiligheidsinstructies ........... 3 Inleiding .................................. 7 Het testpatroon gebruiken .................. 37 Onderwijssjabloons................................ 38 De projector uitschakelen.................... 39 Direct uitschakelen ................................ 39 Menubewerkingen .................................. 40 Kenmerken van de projector.................7 Inhoud van de verpakking .......................8 Buitenkant van de projector...................
Belangrijke veiligheidsinstructies Uw projector is ontwikkeld en getest volgens de nieuwste veiligheidsstandaards voor ITapparatuur. Voor een veilig gebruik van dit product dient u echter de instructies in deze handleiding en op de verpakking van het product nauwkeurig op te volgen. Veiligheidsinstructies 1. Lees deze handleiding 4. aandachtig door voordat u de projector gaat gebruiken. Bewaar de handleiding voor toekomstig gebruik.
Veiligheidsinstructies (vervolg) 6. 7. 8. 4 9. Plaats geen voorwerpen voor de projectielens als de projector wordt gebruikt. De voorwerpen kunnen heet worden en daardoor vervormd raken of vlam vatten. Druk op ECO BLANK op de projector of afstandsbediening om de lamp tijdelijk uit te schakelen. Zorg dat de stekker van de projector uit het stopcontact is verwijderd voordat u de lamp of elektronische onderdelen vervangt. 10. Plaats dit product nooit op een onstabiele ondergrond.
Veiligheidsinstructies (vervolg) 12. 13. Wanneer u de projector gebruikt, 14. neemt u mogelijk warme lucht en een bepaalde geur waar bij het ventilatierooster. Dit is een normaal verschijnsel. Plaats de projector niet in de volgende ruimtes. - Slecht geventileerde of gesloten ruimtes. Zorg dat de projector ten minste 50 cm van de muur staat en laat voldoende ruimte vrij rondom de projector. - Plekken waar de temperatuur extreem hoog kan oplopen, zoals in een auto met gesloten ramen.
Veiligheidsinstructies (vervolg) 17. 18. 19. Trap niet op de projector of leg er geen voorwerpen op. Dit kan niet alleen schade aan de projector veroorzaken, maar kan ook leiden tot ongevallen en mogelijk letsel. Plaats geen vloeistoffen in de buurt van of op de projector. Als er vloeistof in de projector wordt gemorst, werkt deze mogelijk niet meer. Als de projector nat wordt, trekt u de stekker uit het stopcontact en belt u BenQ voor reparaties.
Inleiding Kenmerken van de projector De projector heeft de volgende kenmerken • SmartEco™ start dynamische energiebesparing De SmartEco™-technologie biedt een nieuwe manier om het lampsysteem van de projector te bedienen en bespaart maximaal 70% op de energie die de lamp gebruikt, afhankelijk van de helderheid van het beeldmateriaal.
Inhoud van de verpakking Pak alles voorzichtig uit en controleer of u alle onderstaande items hebt. Wanneer één of meerdere van deze items ontbreken, dient u contact op te nemen met de leverancier. Standaardaccessoires De meegeleverde accessoires zijn geschikt voor uw regio, maar verschillen mogelijk van die in de afbeeldingen. *De garantiekaart wordt slechts in bepaalde regio’s geleverd. Vraag uw verkoper voor gedetailleerde informatie.
Buitenkant van de projector 1. Voorkant/bovenkant 1 2 3 6 7 4 8 9 5 10 Achter/onderkant 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 25 22 23 24 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. Extern besturingspaneel (Zie "Bedieningselementen en functies" op pagina 10 voor details.
Bedieningselementen en functies Projector 1 2 10 9 4 11 12 14 3 5 13 6 7 8 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10 15 12 Focusring 10. Hiermee past u de scherpstelling van het geprojecteerde beeld aan. Zoomring 11. Hiermee past u de grootte van het beeld aan. IR-sensor afstandbediening 12. bovenkant LAMP (waarschuwingslampje lamp) Geeft de lampstatus aan. Brandt of knippert als er een probleem is met de lamp. MENU/EXIT 13. Hiermee schakelt u het schermmenu (OSD) in.
Afstandsbediening 1 2 3 4 5 6 7 12 13 14 15 12 16 8 17 9 10 18 19 20 11 21 10. NETWORK SETTING Opent direct de netwerkinstellingen. 11. TEST Geeft het testpatroon weer. 12. Keystone/pijltoetsen ( / Omhoog, / Omlaag) Hiermee corrigeert u handmatig het vervormde beeld, veroorzaakt door de projectiehoek. 13. AUTO Bepaalt automatisch de beste timings voor het beeld. 14. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. Power ON/OFF (AAN/UIT) Schakelt de projector in/uit.
Bereik van de afstandsbediening Houd de afstandsbediening onder een hoek van maximaal 30 graden ten opzichte van de IR-sensoren van de afstandsbediening op de projector. De afstand tussen de afstandsbediening en de sensoren mag niet meer dan 8 meter (~ 26 voet) bedragen. Zorg dat niets de infraroodstraal tussen de afstandsbediening en de IR-sensoren op de projector blokkeert.
De projector positioneren Het kiezen van een plek De projector kan op de volgende vier manieren worden geïnstalleerd: 1. Tafel voor Selecteer deze instelling als u de projector op de tafel en voor het scherm installeert. Als u een snelle opstelling en draagbaarheid wenst, is dit de meest gebruikte opstelling. 3. Plafond achter Selecteer deze instelling als u de projector tegen het plafond en achter het scherm installeert.
De gewenste beeldgrootte van de projectie instellen De afstand van de lens van de projector tot het scherm, de zoominstellingen en het videoformaat zijn allemaal factoren die de grootte van het geprojecteerde beeld bepalen. Projectieafmetingen Zie "Afmetingen" op pagina 59 voor de maten van het lensmidden van deze projector voordat u de geschikte positie berekent.
MW721 Maximale zoom Minimale zoom Scherm Midden van de lens Verticale afstand Projectieafstand De beeldverhouding is 16:10 en het geprojecteerde beeld is 16:10. Formaat van Schermgrootte geprojecteerd beeld Diagonaal B H (mm) (mm) Afstand tot scherm (mm) Min lengte Max lengte (max. zoom) Gemiddeld (min.
Aansluitingen Als u een signaalbron aansluit op de projector, volg dan deze instructies: 1. 2. 3. Schakel alle apparatuur uit voordat u verbindingen maakt. Gebruik de juiste signaalkabels voor elke bron. Zorg dat de kabels goed zijn geplaatst. • Niet alle kabels die in de onderstaande verbindingen zijn weergegeven, worden meegeleverd met de projector (zie "Inhoud van de verpakking" op pagina 8). Deze kabels zijn verkrijgbaar bij elektronicawinkels.
• De d-sub-uitgang werkt alleen als een geschikte d-sub-stekker op de COMPUTER 1-aansluiting is aangesloten. • Als u deze verbindingsmethode wilt gebruiken als de projector op standby staat, zorg dan dat de Beeldscherm-uit-functie is ingeschakeld in het menu SYSTEEMINSTLL: Geavanceerd. Zie "Standby-instellingen" op pagina 48 voor details. Videoapparaten aansluiten U dient de projector slechts op een van de volgende videouitgangen aan te sluiten. Elke uitgang levert een andere videokwaliteit.
Geluid afspelen via de projector U kunt tijdens presentaties gebruik maken van projectorluidspreker (gemengd mono), maar ook aparte versterkte luidsprekers aansluiten op de AUDIO OUT-uitgang van de projector. Als u een apart geluidssysteem hebt, doet u er goed aan de audio-uitgang van het videoapparaat op dit systeem aan te sluiten en niet op de monoaansluiting van de projector. U kunt ook een microfoon gebruiken voor geluidweergave via de projectorluidspreker(s).
• • • Maak het microfoonsignaal beschikbaar als de projector op stand-by staat door het menu SYSTEEMINSTLL: Geavanceerd > Standby Settings > Microphone in te schakelen. Als de microfoon niet functioneert, controleer dan de volume-instelling en de kabelaansluiting. Als de microfoon te dicht bij de luidspreker(s) van de projector komt, kan er feedbackruis ontstaan. Verplaats de microfoon weg van de luidspreker(s) van de projector.
Bediening De projector opstarten 1. Sluit het netsnoer aan op de projector en stop de stekker in een stopcontact. Schakel het stopcontact in (indien nodig). Controleer of het POWER (Power-lampje) op de projector oranje brandt zodra de stroom is ingeschakeld. Gebruik uitsluitend de originele accessoires (zoals de stroomkabel) op het toestel om mogelijke gevaren, zoals elektrische schok en brand, te voorkomen. 2. Druk op AAN/UIT om de projector te starten.
Het geprojecteerde beeld aanpassen De projectiehoek aanpassen De projector heeft vooraan een handige verstellerknop en achteraan een verstelvoetje. Met deze verstelvoetjes kunt u de hoogte van het beeld en de projectiehoek wijzigen. De projectorhoogte aanpassen: 1. Druk op de verstellerknop en til de projector aan de voorkant op. Wanneer het beeld de gewenste positie heeft, laat u de verstellerknop los om het verstelvoetje in deze positie te vergrendelen. 2.
Keystone corrigeren Keystone verwijst naar het effect waarbij het geprojecteerde beeld merkbaar groter is aan bovenkant of onderkant. Dit doet zich voor als de projector niet loodrecht op het scherm staat. Corrigeer dit door het handmatig via EEN van onderstaande stappen te corrigeren. • Met de afstandsbediening Druk op / op de projector of de afstandsbediening om de Keystone-correctiepagina te openen. Druk op om de keystone bovenin het beeld te corrigeren.
De menu's gebruiken De projector beschikt over schermmenu's (OSD) waarin u de instellingen kunt aanpassen. Onderstaande OSD-afbeeldingen dienen slechts ter referentie en kunnen afwijken van de daadwerkelijke OSD. Hieronder ziet u een overzicht van het OSD-menu.
De projector beveiligen Een veiligheidskabelslot gebruiken De projector moet op een veilige plek worden geïnstalleerd om diefstal te voorkomen. Of schaf een slot aan, bijvoorbeeld een Kensington-slot, om de projector te beveiligen. U ziet aan de achterkant van de projector een sleuf voor een Kensingtonslot. Zie item 25 op pagina 9 voor details. Een Kensington veiligheidskabelslot is meestal een combinatie van sleutel(s) en slot. Zie de documentatie van het slot voor meer informatie over het gebruik.
Als u het wachtwoord bent vergeten Als de wachtwoordfunctie is geactiveerd, wordt u gevraagd het wachtwoord van zes cijfers in te voeren Wachtwoordfout als u de projector inschakelt. Als u het verkeerde Probeer het opnieuw. wachtwoord invoert, verschijnt het foutbericht van het wachtwoord dat hier rechts wordt weergegeven. Dit blijft drie seconden op het scherm staan. Hierna volgt het bericht WACHTWOORD INVOEREN. U kunt een nieuwe poging doen door een ander wachtwoord van zes cijfers in te voeren.
6. 7. U hebt een nieuw wachtwoord aan de projector toegewezen. Voer het nieuwe wachtwoord in als u de projector weer start. Sluit het OSD-menu af door op MENU/EXIT te drukken. De wachtwoordfunctie uitschakelen U kunt de wachtwoordbeveiliging ook uitschakelen. Ga terug naar het menu SYSTEEMINSTLL: Geavanceerd > Beveiligingsins Tellingen > Beveiligingsinstellingen wijzigen zodra het OSD-menu is geopend. Druk op MODE/ ENTER. Het bericht "WACHTWOORD INVOEREN" verschijnt. Voer het huidige wachtwoord in. i.
• De eigenresolutie van de MX720 heeft een beeldverhouding van 4:3, de MW721 projector heeft een beeldverhouding van 16:10. Voor de beste beeldresultaten, kiest u een ingangssignaal dat ook gebruik maakt van deze resolutie. Andere resoluties worden door de projector aangepast, afhankelijk van de instelling "beeldverhouding", waardoor enige beeldvervorming of verlies van beeldkwaliteit kan optreden. Zie "De beeldverhouding selecteren" op pagina 28 voor details.
De beeldverhouding selecteren De beeldverhouding is de verhouding tussen de breedte en de hoogte van het beeld. De meeste analoge tv-signalen en enkele computers maken gebruik van een verhouding van 4:3 en digitale tv's en dvd's van 16:9. Door de opkomst van digitale signaalverwerking kunnen apparaten die digitale beelden weergeven, zoals deze projector, het beeld dynamisch uitrekken en schalen naar een andere verhouding dan die van het ingangssignaal.
3. 4. 5. 4:3: Past het beeld zodanig aan dat het in het midden van het scherm wordt weergegeven in een beeldverhouding van 4:3. Deze instelling is vooral geschikt voor 4:3-beeld zoals bepaalde computermonitors, tv's met een standaarddefinitie en dvd-films met een 4:3-beeldverhouding, omdat in dit geval de beeldverhouding van het beeldsignaal behouden blijft. 16:9: Past het beeld zodanig aan dat het in het midden van het scherm wordt weergegeven in een beeldverhouding van 16:9.
Het beeld optimaliseren Wandkleur gebruiken Mocht u willen projecteren op een gekleurd oppervlak, zoals een geverfde muur die niet wit is, dan kan de functie Wandkleur helpen de kleur van het geprojecteerde beeld te corrigeren zodat eventueel kleurverschil tussen het oorspronkelijke en het geprojecteerde beeld zoveel mogelijk wordt beperkt. Gebruik deze functie door naar het menu WEERGAVE > Wandkleur te gaan en druk op / om de kleur te kiezen die het dichtst de kleur van het projectieoppervlak benadert.
Deze functie is alleen beschikbaar als de modus Gebruikersmodus 1 of Gebruikersmodus 2 is geselecteerd in het Beeldmodus submenu-item. 5. 6. Druk op / om een beeldmodus te kiezen die uw eisen het dichtst benadert. Druk op om een submenu-item te selecteren dat kan worden veranderd en pas de waarde aan met / . Zie "De beeldkwaliteit verfijnen in de gebruikersmodi" hieronder voor details.
Een kleurtemperatuur selecteren De beschikbare opties voor de instelling van kleurtemperatuur* verschillen per signaaltype. 1. Koel: Maakt het beeld blauwachtig wit. 2. Normaal: De witte kleur behoudt de normale schakering. 3. Warm: Maakt het beeld roodachtig wit. *Meer informatie over de kleurtemperatuur: Er bestaan vele kleurschakeringen die om verschillende redenen als "wit" worden beschouwd. Het begrip "kleurtemperatuur" is een van de meest gebruikte methoden om de kleur wit uit te drukken.
De instellingen aanpassen: 1. Ga naar het menu BEELD en selecteer 3D-kleurbeheer. 2. Druk op MODE/ENTER op de projector of afstandsbediening en de pagina 3D-kleurbeheer wordt weergegeven. 3. Selecteer Primaire kleur en druk op / om een kleur te kiezen uit Rood, Geel, Groen, Cyaan, Blauw of Magenta. 4. Druk op om Tint te markeren en druk op / om het bereik ervan in te stellen. Het verhogen van het bereik betekent dat meer delen van de twee omliggende kleuren erbij horen.
De presentatietimer instellen Presentatietimer kan de presentatietijd op het scherm weergeven zodat u uw presentatie beter kunt indelen. Volg onderstaande stappen om deze functie te gebruiken: 1. 2. Ga naar het menu SYSTEEMINSTLL: Basis > Presentatietimer en druk op MODE/ENTER om de pagina Presentatietimer te openen. Selecteer Timerinterval en bepaald de tijdsperiode door op / te drukken.
Door pagina's scrollen vanaf de afstandsbediening Sluit de projector met een USB-kabel op uw pc of notebook aan voordat u door pagina's gaat bladeren. Zie "Aansluitingen" op pagina 16 voor details. U kunt software voor beeldweergave (op een aangesloten pc) die reageert op pagina omhoog/omlaag-opdrachten (zoals Microsoft PowerPoint) besturen door te drukken op Page Up/Page Down op de afstandsbediening.
Besturingstoetsen blokkeren Als de besturingstoetsen op de projector geblokkeerd zijn, kunnen de instellingen van de projector niet per ongeluk worden veranderd (bijvoorbeeld door kinderen). Als de Paneeltoetsblokkering is ingeschakeld, functioneert geen enkele toets op de projector, behalve AAN/UIT. 1. Ga naar het menu SYSTEEMINSTLL: Basis > Paneeltoetsblokkering en kies Aan door op / op de projector of afstandsbediening te drukken. Er wordt een bevestiging weergegeven. 2.
Het geluid aanpassen De geluidsaanpassingen, zoals hieronder beschreven, hebben invloed op de luidsprekers van de projector. Zorg dat u de aansluitingen op de audio-ingang van de projector kloppen. Zie "Aansluitingen" op pagina 16 voor informatie over het aansluiten van de audio-ingang. Het geluid dempen Schakel het geluid tijdelijk uit: 1. 2. 3. Druk op MENU/EXIT en vervolgens op / totdat het menu SYSTEEMINSTLL: Geavanceerd is geselecteerd. Druk op om Geluidsinstellingen te kiezen en druk op MODE/ENTER.
Onderwijssjabloons De projector biedt diverse patronen voor diverse onderwijsdoeleinden. Zo activeert u een patroon: 1. 2. 3. Open het OSD-menu, ga naar WEERGAVE > Lessjabloon en druk op Schoolbord of Wit bord te selecteren. Druk op / om het gewenste patroon te kiezen. Druk op MODE/ENTER om het patroon te activeren.
De projector uitschakelen 1. Druk op AAN/UIT en er verschijnt een melding die u om een bevestiging vraagt. Wanneer u niet binnen enkele seconden reageert, verdwijnt het bericht. 2. Druk nogmaals op AAN/UIT. De POWER (Power-lampje) knippert oranje en de lamp wordt uitgeschakeld. De ventilatoren blijven nog ongeveer 90 seconden draaien zodat de projector kan afkoelen. Ter bescherming van de lamp reageert de projector niet op opdrachten tijdens het afkoelen.
Menubewerkingen Menusysteem De schermmenu's verschillen afhankelijk van het geselecteerde signaaltype en het projectormodel. Hoofdmenu Submenu Opties Wandkleur 1.
Hoofdmenu Submenu Opties Timerinterval Timerweergave Presentatietimer Timerpositie 1~240 minuten Altijd/3 min./2 min./1 min./ Nooit Linksboven/Linksonder/ Rechtsboven/Rechtsonder Aftellen/Optellen Aftelrichting Herinnering voor Aan/Uit geluid Aan/Uit Taal Projectorinstallatie 4. SYSTEEM- Menuinstellingen INSTLL: Basis Weergaveduur menu Menupositie Herinnering Direct inschakelen Inschakelen bij signaal Tafel voor/Tafel achter/ Plafond achter/Plafond voor 5 sec./10 sec./20 sec./30 sec.
Hoofdmenu Submenu Hoogtemodus 5.
Hoofdmenu Submenu 6. INFORMATIE Huidige systeemstatus Opties • • • • • • • • Ingang Beeldmodus Lampmodus Resolutie 3D-formaat Kleursysteem Equivalent lamp Firmware-versie De menuopties zijn beschikbaar wanneer de projector minstens één goed signaal ontvangt. Wanneer er geen apparatuur op de projector is aangesloten of er geen signaal wordt waargenomen, zijn er beperkte menuopties beschikbaar.
Beschrijving van elk menu Functie Wandkleur Beeldverhouding Keystone Positie Beschrijving Corrigeer de kleur van het geprojecteerde beeld als het projectieoppervlak niet wit is. Zie "Wandkleur gebruiken" op pagina 30 voor details. Er zijn diverse opties voor instelling van de beeldverhouding, afhankelijk van het apparaat waarvan het signaal afkomstig is. Zie "De beeldverhouding selecteren" op pagina 28 voor details. Corrigeert eventuele keystone-fouten in het beeld.
Functie Beeldmodus Referentiemodus Helderheid Contrast Kleur Beschrijving Met de vooraf ingestelde beeldmodi kunt u de instellingen van het projectorbeeld aanpassen aan het type programma. Zie "Een beeldmodus selecteren" op pagina 30 voor details. Hiermee selecteert u een beeldmodus die voldoet aan uw beeldkwaliteitwensen en kunt u het beeld verder verfijnen op basis van de selecties onder aan dezelfde pagina. Zie "De Gebruikersmodus 1/Gebruikersmodus 2 modus instellen" op pagina 30 voor details.
Functie Beschrijving Presentatietimer Herinnert de spreker de presentatie binnen een bepaalde tijd af te ronden. Zie "De presentatietimer instellen" op pagina 34 voor details. Taal Hiermee stelt u de taal voor de schermmenu's in. Zie "De menu's gebruiken" op pagina 23 voor details. U kunt de projector tegen het plafond of achter een scherm installeren, of met een of meerdere spiegels. Zie "Het kiezen van een plek" op pagina 13 voor details.
Functie Beschrijving 4. SYSTEEMINSTLL: Basis menu Externe ontvanger Hiermee kunt u alle externe ontvangers of één specifieke externe ontvanger inschakelen op de projector. Paneeltoetsblokkering Schakelt alle paneeltoetsen op de projector in of uit, behalve AAN/UIT en alle knoppen op de afstandsbediening. Zie "Besturingstoetsen blokkeren" op pagina 36 voor details. Achtergrondkleur Stelt de achtergrondkleur van de projector in.
Functie Beschrijving Baud-ratio Kies een baud rate die identiek is aan die van de computer zodat u de projector kunt aansluiten via een geschikte RS-232-kabel en de firmware van de projector kunt updaten of downloaden. Deze functie is bedoeld voor gekwalificeerde reparateurs. Testpatroon Zie "Het testpatroon gebruiken" op pagina 37 voor details. Ondertitels aan Activeert de functie door Aan te kiezen als het geselecteerde ingangssignaal ondertitels bevat. 5.
Functie Beschrijving 5. SYSTEEMINSTLL: Geavanceerd menu Kabel-lan Aanmeldcode voor projectie Zie BenQ Netwerkprojector Handleiding voor details. Netwerkinstellingen AMX-apparaat detecteren Als AMX-apparaat detecteren op Aan staat, kan de projector door de AMX-controller worden gedetecteerd. MAC-adres Toont het mac-adres van deze projector. Zet alle instellingen terug naar de fabrieksinstellingen.
Onderhoud Onderhoud van de projector De projector heeft maar weinig onderhoud nodig. Het enige dat u regelmatig dient te doen, is de lens en behuizing schoonhouden. Verwijder nooit onderdelen van de projector, met uitzondering van de lamp. Neem contact op met uw leverancier als er andere onderdelen vervangen dienen te worden. De lens reinigen Reinig de lens als u vuil of stof op het oppervlak ziet. Schakel de projector uit en laat de projector volledig afkoelen voordat u de lens reinigt.
Informatie over de lamp Het aantal lampuren onderzoeken De gebruiksduur van de lamp (lampuren) wordt automatisch berekend door de ingebouwde timer als de projector wordt gebruikt. Zie "Lampmodus instellen als Economisch of SmartEco" hieronder voor meer informatie over de modus Economisch. Informatie over het aantal lampuur verkrijgen: 1. Druk op MENU/EXIT en vervolgens op / om het menu SYSTEEMINSTLL: Geavanceerd te selecteren. 2. Druk op om Lampinstellingen te selecteren en druk op MODE/ENTER.
De timing van de lampvervanging Wanneer het LAMP (waarschuwingslampje) van de lamp rood oplicht of wanneer er een bericht in het scherm wordt weergegeven dat aangeeft dat u de lamp dient te vervangen, dient u een nieuwe lamp te installeren of met het apparaat naar uw leverancier te gaan. Een oude lamp kan storing in de projector veroorzaken. In sommige gevallen kan de lamp ontploffen. Ga naar http://lamp.benq.com voor een vervangende lamp.
De lamp vervangen • Om het risico van een elektrische schok te vermijden, dient u altijd de projector uit te schakelen en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact te verwijderen alvorens u de lamp gaat vervangen. • Om de kans op brandwonden te verkleinen, dient u de projector gedurende ten minste 45 minuten te laten afkoelen alvorens u de lamp vervangt.
6. Trek met de handgreep de lamp langzaam uit de projector. • Als u te snel trekt, kan de lamp breken waardoor glasscherven in de projector terecht kunnen komen. • Plaats de lamp niet binnen het bereik van kinderen of in de buurt van vloeistoffen en ontvlambare materialen. • Steek uw handen niet in de projector nadat de lamp is verwijderd. Als u de optische onderdelen in de projector aanraakt, kan dat ongelijke kleurweergave en een vervormde projectie veroorzaken. 7.
Stelt de lamptimer in op nul 13. Open nadat het startlogo is verschenen, het schermmenu. Ga naar het menu SYSTEEMINSTLL: Geavanceerd > Lampinstellingen. Druk op MODE/ ENTER. De pagina Lampinstellingen wordt weergegeven. Selecteer Lamptimer herstellen. Er verschijnt een waarschuwingsbericht waarin u wordt gevraagd de lamptimer te herstellen. Selecteer Reset en druk op MODE/ENTER. De lamptijd wordt op "0" gezet. Stel de gebruiksduur van de lamp niet op nul in wanneer de lamp niet is vervangen.
Indicatoren Lampje Status & beschrijving Situaties gerelateerd aan de stroomtoevoer Oranje Groen Knippert Groen Oranje Knippert Rood Groen Rood Knippert Uit Uit Uit Uit Uit Uit Stand-bymodus Opstarten Normale werking Uit Uit Afkoelen bij normaal uitschakelen Uit Uit Uit Uit Rood Uit Rood Uit Rood Uit Uit Groen Groen Rood Groen Uit Groen Uit Uit Uit Groen Downloaden Starten van CW mislukt Uitschakelen van schaler mislukt (databoard) Herstellen van schaler mislukt (alleen videoprojector) Down
Problemen oplossen U kunt de projector niet inschakelen. Oorzaak Oplossing Het netsnoer levert geen stroom. Stop het ene uiteinde van het netsnoer in de netsnoeraansluiting op de projector en het andere uiteinde in het stopcontact. Zorg dat het stopcontact is ingeschakeld (indien van toepassing). De projector werd aangezet tijdens het afkoelen. Wacht tot de projector volledig is afgekoeld. Geen beeld Oorzaak De videobron is niet ingeschakeld of niet correct aangesloten.
Specificaties Projectorspecificaties Alle specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Afmetingen 311 mm (B) x 104 mm (H) x 244 mm (D) 311 244 104 Eenheid: mm Plafondmontage Schroef voor plafondmontage: M4 (max. L = 25 mm; min.
Timing-diagram Ondersteunde timing voor PC-signaal Resolutie Modus VGA_60* VGA_72 640 x 480 VGA_75 VGA_85 720 x 400 720 x 400_70 SVGA_60* SVGA_72 SVGA_75 800 x 600 SVGA_85 SVGA_120** (Reduce Blanking) XGA_60* XGA_70 XGA_75 1024 x 768 XGA_85 XGA_120** (Reduce Blanking) 1152 x 864 1152 x 864_75 BenQ 1024 x 576 Notebook_timing BenQ 1024 x 600 Notebook_timing 1280 x 720 1280 x 720_60* 1280 x 768 1280 x 768_60* WXGA_60* WXGA_75 1280 x 800 WXGA_85 WXGA_120** (Reduce Blanking) SXGA_60*** 1280 x 1024 SXGA_75 SXGA
• De hierboven weergegeven timings worden wellicht niet ondersteund vanwege beperkingen van het EDID-bestand en de vga-videokaart. Het is mogelijk dat enkele timings niet kunnen worden gekozen.
**Ondersteunde timing voor 3D-signaal in het formaat Frame Sequential. ***Ondersteunde timing voor 3D-signaal in het formaten Boven-onder en Side-by-side. • De hierboven weergegeven timings worden wellicht niet ondersteund vanwege beperkingen van het EDID-bestand en de vga-videokaart. Het is mogelijk dat enkele timings niet kunnen worden gekozen.
Ondersteunde timing voor video- en S-Video-ingang Videomodus Horizontale frequentie (kHz) Verticale frequentie (Hz) Frequentie kleursubdrager (MHz) NTSC* PAL SECAM PAL-M PAL-N PAL-60 NTSC4,43 15,73 15,63 15,63 15,73 15,63 15,73 15,73 60 50 50 60 50 60 60 3,58 4,43 4,25 of 4,41 3,58 3,58 4,43 4,43 *Ondersteunde timing voor 3D-signaal in het formaat Frame Sequential.
Informatie over garantie en auteursrechten Beperkte garantie De garantie van BenQ voor dit product heeft betrekking op productie- en materiaalfouten die zich bij normaal gebruik van het apparaat manifesteren. Wanneer u een beroep wilt doen op de garantie, dient u een geldig aankoopbewijs te kunnen overleggen. Wanneer dit product tijdens de garantieperiode defect raakt, is BenQ alleen verplicht de defecte onderdelen te vervangen (inclusief arbeidsloon).