Operation Manual
Aansluitingen 21
Een HDMI-toestel aansluiten
Gebruik een HDMI-kabel als u verbindingen aanbrengt tussen de projector en
HDMI-toestellen.
De projector op een HDMI-toestel aansluiten:
1. Neem een HDMI-kabel en sluit deze aan op de HDMI-uitgang van het videoapparaat.
2. Sluit het andere uiteinde van de kabel aan op de HDMI-ingang van de projector.
• In de onwaarschijnlijke situatie dat u de projector aansluit op een dvd-speler via de HDMI-
ingang van de projector en de kleuren van het beeld niet kloppen, stel dan de kleurruimte
in op YUV. Zie "De Kleurruimte veranderen" op pagina 30 voor details.
• De projector kan alleen gemengd monogeluid afspelen, zelfs als u een stereo-invoerbron
hebt aangesloten. Zie "Audioapparaten aansluiten" op pagina 20voor details.
• De HDMI-ingang is alleen beschikbaar op de MP776 ST.
Een component videoapparaat aansluiten
Controleer op het videoapparaat of er ongebruikte componentvideo-uitgangen beschikbaar
zijn:
• Zo ja, ga door met deze procedure.
• Anders dient u een andere uitgang te selecteren om het apparaat op aan te sluiten.
De projector aansluiten op een component videoapparaat aansluiten:
1. Sluit het uiteinde van de component video-naar-vga-adapterkabel (D-sub) of
componentkabel met de 3 RCA-connectoren aan op de component video-uitgangen
van het videoapparaat. Zorg dat de kleuren van de stekkers overeenkomen met die van
de uitgangen: groen op groen, blauw op blauw en rood op rood.
2. Sluit het andere uiteinde van de component video-naar-vga-adapterkabel (d-sub)
(met een d-sub-stekker) aan op de COMPUTER 1 of COMPUTER 2-aansluiting op
de projector.
3. Als u tijdens presentaties gebruik wilt maken van de luidsprekers (gemengd
monogeluid) van de projector, sluit dan een geschikte audiokabel aan op de audio-
uitgang van het toestel en de AUDIO of AUDIO (L/R) ingang van de projector.
4. Indien gewenst en als de AUDIO OUT-aansluiting beschikbaar is op de projector,
kunt u een andere geschikte audiokabel gebruiken en deze aansluiten op de AUDIO
OUT-aansluiting van de projector en de externe luidsprekers (niet meegeleverd).
Als het audiosysteem is aangesloten, kan dit via de schermmenu's (OSD) van de
projector worden bediend. Zie "Geluidsinstellingen" op pagina 53 voor details.
• De projector kan alleen gemengd monogeluid afspelen, zelfs als een stereo-ingang is
aangesloten. Zie "Audioapparaten aansluiten" op pagina 20 voor details.
• Als het geselecteerde videobeeld niet wordt weergegeven nadat u de projector hebt
ingeschakeld en de juiste videobron hebt geselecteerd, controleert u of het videoapparaat
is ingeschakeld en goed werkt. Controleer ook of de signaalkabels op de juiste manier zijn
aangesloten.










