Operation Manual

Inleiding10
Nederlands
Bedieningselementen en functies
Projector
7. Keystone/pijltoetsen ( / Omlaag)
Hiermee corrigeert u handmatig de
vervormde beelden die door de
projectiehoek worden veroorzaakt. Zie
"Keystone corrigeren" op pagina 32 voor
details.
8. FOCUS/ZOOM Ring
Wordt gebruikt voor het aanpassen van
het geprojecteerde beeld. Zie "Het
beeldformaat en de helderheid fijn
afstellen" op pagina 32 voor details.
9. TEMP (Waarschuwingslampje
temperatuur)
Licht rood op als de temperatuur van de
projector te hoog wordt. Zie "Indicatoren"
op pagina 64 voor details.
10. Keystone/pijltoetsen ( / Omhoog)
Hiermee corrigeert u handmatig de
vervormde beelden die door de
projectiehoek worden veroorzaakt. Zie
"Keystone corrigeren" op pagina 32 voor
details.
11. LAMP (Waarschuwingslampje lamp)
Geeft de lampstatus aan. Brandt of
knippert als er een probleem is met de
lamp. Zie "Indicatoren" op pagina 64 voor
details.
12. AUTO
Hiermee worden automatisch de beste
beeldtiminginstellingen bepaald voor het
weergegeven beeld. Zie "Het beeld
automatisch aanpassen" op pagina 31
voor details.
13. Rechts/
Activeert de paneeltoetsblokkering. Zie
"Besturingstoetsen blokkeren" op pagina
42 voor details.
Als het schermmenu (OSD) is
geactiveerd, functioneren de toetsen #3,
#7, #10, en #13 als richtingspijlen om de
gewenste menuopties te selecteren en de
instellingen te wijzigen. Zie "De menu's
gebruiken" op pagina 26 voor details.
14. SOURCE
Geeft de ingangselectiebalk weer. Zie
"Schakelen tussen ingangssignalen" op
pagina 30 voor details.
1. POWER (Power-lampje)
Brandt of knippert als de projector wordt
gebruikt. Zie "Indicatoren" op pagina 64
voor details.
2. MENU/EXIT
Schakelt het schermmenu (OSD) in. Keert
terug naar het vorige OSD-menu, afsluiten
en opslaan van menu-instellingen
Zie "De menu's gebruiken" op pagina 26
voor details.
3. Links/
Hiermee kunt u de schermafbeelding
verbergen. Zie "De FAQ-functie gebruiken"
op pagina 42 voor details.
4. POWER
Hiermee zet u de projector stand-by of
schakelt u deze in.
Zie "De projector opstarten" op pagina 25
en "De projector uitschakelen" op pagina 49
voor details.
5. MODE/ENTER
Selecteer een beschikbare beeldmodus. Zie
"Een beeldmodus selecteren" op pagina 36
voor details.
Hiermee opent u het geselecteerde menu-
item in het schermmenu. Zie "De menu's
gebruiken" op pagina 26 voor details.
6. BLANK
U
sed to hide the screen picture. See "Het
beeld verbergen" op pagina 41
voor
details.
POWER TEMP LAMP
9
1
2
3
4
7
5
6
10
8
11
12
13
14