Operation Manual
Table Of Contents
- Inhoud
- Belangrijke veiligheidsinstructies
- Inleiding
- De projector positioneren
- Aansluitingen
- Bediening
- De projector opstarten
- Het geprojecteerde beeld aanpassen
- De menu's gebruiken
- De projector beveiligen
- Schakelen tussen ingangssignalen
- Vergroten en details zoeken
- De beeldverhouding selecteren
- Het beeld optimaliseren
- De presentatietimer instellen
- Externe oproepbewerkingen
- Het beeld verbergen
- Het beeld stilzetten
- De FAQ-functie gebruiken
- Gebruik op grote hoogte
- Het geluid aanpassen
- Het volume regelen
- Het weergavemenu van de projector aanpassen
- De projector uitschakelen
- Menubewerkingen
- Onderhoud
- Problemen oplossen
- Specificaties
- Informatie over garantie en auteursrechten
- Voorschriften

Bediening24
Bediening
De projector opstarten
1. Sluit de voedingskabel aan op de projector en een
stopcontact. Schakel de schakelaar van het
stopcontact in (waar aangesloten) Controleer of
het POWER (Power-lampje) op de projector
oranje brandt zodra de stroom is ingeschakeld.
• Gebruik de originele accessoires (bijv.
voedingskabel) alleen met het apparaat om
mogelijke gevaren, zoals elektrische schok en brand
te voorkomen.
• Als de functie Onmiddellijk inschakelen wordt geactiveerd in SYSTEEMINSTELLING:
menu Geavanceerd, wordt de projector automatisch ingeschakeld nadat de voedingskabel
is aangesloten en de stroom wordt geleverd. Zie "Direct inschakelen" op pagina 51 voor
details.
2. Verwijder de lensdop. Als deze gesloten blijft,
wordt de dop mogelijk vervormd door de hitte
van de lamp.
3. Druk op Power op de projector of
afstandsbediening om de projector te starten.
De POWER (Power-lampje) knippert groen en
blijft branden als de projector wordt
ingeschakeld.
Het opstarten duurt ongeveer 30 seconden. In
de latere fase van het opstarten wordt het
opstartlogo weergegeven.
Draai zo nodig aan de focusring om de
helderheid van het beeld aan te passen.
Als de projector nog warm is van de vorige sessie,
gaat de ventilator ongeveer 90 seconden draaien voordat de lamp wordt ingeschakeld.
4. Als de projector voor de eerste keer wordt
ingeschakeld, selecteert u de OSD-taal volgens
de instructies op het scherm.
5. Als u om een wachtwoord wordt gevraagd,
drukt u op de pijlknoppen om een wachtwoord
van zes cijfers in te voeren. Zie "De
wachtwoordbeveiliging gebruiken" op pagina
28 voor details.
6. Schakel alle aangesloten apparatuur in.
7. De projector gaat zoeken naar ingangssignalen.
Het momenteel gescande ingangssignaal wordt
in de linkerbovenhoek van het scherm
weergegeven. Als de projector geen goed
signaal waarneemt, blijft het bericht ‘Geen
signaal’ op het scherm staan totdat er een
ingangssignaal wordt gevonden.
U kunt ook op de knop SOURCE op de
projector of afstandsbediening drukken om het gewenste invoersignaal te selecteren.
Zie "Schakelen tussen ingangssignalen" op pagina 31 voor details.
I
I










