Operation Manual
Table Of Contents
- Inhoud
- Belangrijke veiligheidsinstructies
- Inleiding
- De projector positioneren
- Aansluitingen
- Bediening
- De projector opstarten
- Het geprojecteerde beeld aanpassen
- De menu's gebruiken
- De projector beveiligen
- Schakelen tussen ingangssignalen
- Vergroten en details zoeken
- De beeldverhouding selecteren
- Het beeld optimaliseren
- De presentatietimer instellen
- Externe oproepbewerkingen
- Het beeld verbergen
- Het beeld stilzetten
- De FAQ-functie gebruiken
- Gebruik op grote hoogte
- Het geluid aanpassen
- Het volume regelen
- Het weergavemenu van de projector aanpassen
- De projector uitschakelen
- Menubewerkingen
- Onderhoud
- Problemen oplossen
- Specificaties
- Informatie over garantie en auteursrechten
- Voorschriften

Aansluitingen 23
Een S-Video/composiet-bronapparaat aansluiten
Bestudeer uw videobronapparaat om vast te stellen of er een ongebruikte S-Video/
composiet-uitgang beschikbaar zijn:
• Als het apparaat beide aansluitingen heeft, gebruikt u de S-Video-uitgang voor het
aansluiten, omdat de S-Video-aansluiting een betere beeldkwaliteit biedt dan de video-
aansluiting.
• Als het apparaat een van de uitgangen heeft, kunt u ook doorgaan met deze procedure.
• Anders dient u een andere uitgang te selecteren om het apparaat op aan te sluiten.
De projector aansluiten op een S-Video/videobronapparaat:
1. Neem een S-Video/videokabel en sluit het ene uiteinde aan op de S-Video-/video-
uitgang van het videobronapparaat.
2. Sluit het andere uiteinde van de S-Video/videokabel aan op de S-VIDEO/VIDEO-
aansluiting op de projector.
3. Als u de de projectorluidspreker(s) wilt gebruiken in uw presentaties, neemt u
hiervoor een geschikte audiokabel en sluit u het ene uiteinde van de kabel aan op de
audio-uitgang van het apparaat en het andere uiteinde op de AUDIO-aansluiting op
de projector.
4. Als u dat wilt, kunt u een andere geschikte audiokabel gebruiken en het ene uiteinde
van de kabel aansluiten op de AUDIO-UITGANG-aansluiting van de projector en het
andere uiteinde op uw externe luidsprekers (niet bijgeleverd).
Zodra de kabel is aangesloten, kan de audio worden beheerd via de OSD-menu's van
de projector. Zie "Geluidsinstellingen" op pagina 50 voor details.
De ingebouwde luidspreker worden gedempt wanneer de AUDIO-UITGANG-stekker
wordt aangesloten.
• De projector kan alleen gemixte mono audio afspelen, zelfs als een stereo audio-ingang is
aangesloten. Zie "Audio aansluiten" op pagina 20 voor details.
• Indien het geselecteerde videobeeld niet wordt getoond nadat de projector is opgestart en
de juiste video-ingang is geselecteerd, controleer dan of de video-ingang aan staat en
correct werkt. Controleer ook of de signaalkabels op de juiste manier zijn aangesloten.










