Operation Manual
Table Of Contents
- Inhoud
- Belangrijke veiligheidsinstructies
- Inleiding
- De projector positioneren
- Aansluitingen
- Bediening
- De projector opstarten
- Het geprojecteerde beeld aanpassen
- De menu's gebruiken
- De projector beveiligen
- Schakelen tussen ingangssignalen
- Vergroten en details zoeken
- De beeldverhouding selecteren
- Het beeld optimaliseren
- De presentatietimer instellen
- Externe oproepbewerkingen
- Het beeld verbergen
- Het beeld stilzetten
- De FAQ-functie gebruiken
- Gebruik op grote hoogte
- Het geluid aanpassen
- Het volume regelen
- Het weergavemenu van de projector aanpassen
- De projector uitschakelen
- Menubewerkingen
- Onderhoud
- Problemen oplossen
- Specificaties
- Informatie over garantie en auteursrechten
- Voorschriften

Aansluitingen22
Een component videoapparaat aansluiten
Bestudeer uw video-ingang om vast te stellen of er ongebruikte Component Video-
uitgangen beschikbaar zijn:
• Zo ja, ga door met deze procedure.
• Anders dient u een andere uitgang te selecteren om het apparaat op aan te sluiten.
De projector aansluiten op een component videoapparaat aansluiten:
1. Neem een Component Video naar VGA (D-Sub)-adapterkabel en verbindt het einde
met 3 RCA-koppelingen met de Component Video-uitgangen van het
videobronapparaat. Zorg ervoor dat de kleuren van de kabels kloppen met de
aansluitingen; groen bij groen, blauw bij blauw, rood bij rood.
2. Verbind het andere uiteinde van de Component Video volgens de VGA- (D-Sub)
adapterkabel (met een D-Sub type-verbinding) op de COMPUTER 1- of
COMPUTER 2-aansluiting op de projector.
3. Als u de de projectorluidspreker(s) wilt gebruiken in uw presentaties, neemt u
hiervoor een geschikte audiokabel en sluit u het ene uiteinde van de kabel aan op de
audio-uitgang van het apparaat en het andere uiteinde op de AUDIO-aansluiting op
de projector.
4. Als u dat wilt, kunt u een andere geschikte audiokabel gebruiken en het ene uiteinde
van de kabel aansluiten op de AUDIO-UITGANG-aansluiting van de projector en het
andere uiteinde op uw externe luidsprekers (niet bijgeleverd).
Zodra de kabel is aangesloten, kan de audio worden beheerd via de OSD-menu's van
de projector. Zie "Geluidsinstellingen" op pagina 50 voor details.
De ingebouwde luidspreker worden gedempt wanneer de AUDIO-UITGANG-stekker
wordt aangesloten.
• De projector kan alleen gemixte mono audio afspelen, zelfs als een stereo audio-ingang is
aangesloten. Zie "Audio aansluiten" op pagina 20 voor details.
• Indien het geselecteerde videobeeld niet wordt getoond nadat de projector is opgestart en
de juiste video-ingang is geselecteerd, controleer dan of de video-ingang aan staat en
correct werkt. Controleer ook of de signaalkabels op de juiste manier zijn aangesloten.










