Operation Manual

12
5. Indien uw camcorder vochtig wordt, neem deze dan zo snel
mogelijk af met een droge doek.
6. Zout of zeewater kan ernstige schade toebrengen aan de
camcorder.
7. Laat de camcorder niet vallen en vermijd stoten en schokken.
Een ruwe omgang met de camcorder kan het interne
elektronische circuitbord beschadigen of de lens vervormen.
8. Gebruik geen chemische schurende producten,
oplosmiddelen, of krachtige reinigingsmiddelen om de
camcorder schoon te maken.
9. Er kan vingervet op de camcorderlens achterblijven waardoor
opnames onduidelijk worden. Om dit probleem te vermijden
dient u de camcorderlens te reinigen voordat u foto’s of
video-opnames maakt. Ook dient u de camcorder lens
regelmatig schoon te maken.
10. Indien de lens vuil is, gebruik een lenskwast of zacht doekje
om de lens te reinigen.
11. Raak de lens niet aan met uw vingers.
12. Indien vuil of water in uw camcorder komt, schakel de
camcorder dan onmiddellijk uit en neem de batterijen uit.
Verwijder vervolgens het vuil of water en stuur de camcorder
naar het onderhoudscentrum.
13. Telkens wanneer er gegevens staan op de externe
geheugenkaart, moet u een backup maken op een computer
of schijf. Zo beschikt u over een backup in geval van verlies
van gegevens.
14. Alle originele accessoires zijn alleen ontworpen voor gebruik
met het camcorder model dat u heeft aangeschaft. Gebruik
deze accessories niet met andere camcorder modellen of
camcorders of camcorders van andere merken om
onvoorspelbare gevaren of schade te voorkomen.
15. Voordat u een geheugenkaart voor het eerst gebruikt, moet u
deze eerst met de camcorder formatteren.