Operation Manual
De camera gebruiken 7
Nederlands
3 De camera gebruiken
3.1 Fotostand
3.1.1 Aan de slag met foto’s
1. Druk gedurende meer dan één seconde op de knop
[] om de camera in te schakelen.
2. Stel uw opname in het LCD-scherm in onder de
Fotostand.
3. Druk de ontspanknop halverwege (1) en vervolgens
volledig in (2).
• Wanneer u de ontspanknop halverwege indrukt,
wordt er automatisch scherpgesteld en de belichting
aangepast.
• Het scherpstelkader wordt groen wanneer de camera
is scherpgesteld en wanneer de belichting is vastgest-
eld.
• Wanneer de scherpstelling of de belichting niet geschikt is, wordt het kader van het
scherpstelgebied rood.
• Druk op de knop [ ] om het laatst opgenomen beeld te bekijken. Druk op de knop
[ ] om terug te keren naar de Fotostand.
• Het LCD-scherm wordt donkerder bij sterk zonlicht of helder licht. Dit is geen defect.
• Houd uw camera altijd stil wanneer u de ontspanknop indrukt om onscherpe opnamen te
voorkomen. Dit is vooral belangrijk wanneer u foto’s maakt bij lage belichtingsomstan-
digheden, waarbij de camera de sluitertijd zal vertragen om ervoor te zorgen dat uw
opnamen correct belicht zijn.
• Als u de knop [ ] indrukt, wisselt het LCD-scherm in deze volgorde: OSD normaal →
Gedetailleerde info. → Info. Uit.
• Als QuickView (Snelweergave) is ingesteld op “On” (Aan) wordt een voorbeeld van het
opgenomen beeld weergegeven terwijl de opname in het geheugen wordt opgeslagen.










