Operation Manual

De camera voorbereiden voor gebruik 3
Nederlands
2 De camera voorbereiden voor gebruik
2.1 De batterij plaatsen
Wij raden u sterk aan alleen de opgegeven oplaadbare
lithium-ion-batterij te gebruiken voor uw camera. Zorg
ervoor dat u de voeding van de camera uitschakelt
voordat u de batterij plaatst of verwijdert.
De batterij plaatsen:
1. Sluit het batterij/SD-geheugenkaartklepje (A).
2. Plaats de batterij in de correcte richting zoals
aangegeven (B).
3. Duw de batterij helemaal in het vak tot de
vergrendelingshendel van de batterij op zijn plaats
klikt (C).
4. Sluit het batterij/SD-geheugenkaartklepje (D).
De batterij verwijderen:
1. Open de klep van de batterij/SD-geheugenkaart.
2. Ontgrendel de batterijvergrendeling.
3. Wanneer de batterij een weinig uit het vak springt,
trekt u deze langzaam volledig uit het vak.
2.2 De batterij laden
De laadstatus van de batterij beïnvloedt de prestatie van de camera. Voor een maximale
prestatie en levensduur van de batterij, raden wij u aan de batterij volledig op te laden met de
aanbevolen laderset (lader en wisselstroomadapter) en deze vervolgens minstens eenmaal
volledig te ontladen door normaal gebruik.
1. Plaats de batterijen in de lader zoals
weergegeven in de afbeelding.
2. Sluit een uiteinde van de
wisselstroomadapter aan op de lader.
3. Stop het andere uiteinde van de AC
voedingsadapter in het stopcontact.
4. Wanneer de batterij wordt opgeladen, zal de
LED-indicator van de lader rood oplichten.
Wanneer de batterij volledig is opgeladen,
wordt deze LED groen.
De duur van het opladen is afhankelijk van de omgevingstemperatuur en de status van de
batterij.
De camera moet worden gebruikt met de opgegeven laderset. Schade die wordt vero-
orzaakt door gebruik van een verkeerde adapter valt niet onder de garantie. Zorg er
steeds voor dat de camera is uitgeschakeld voordat u de batterij verwijdert.
A
B
C
D