Operation Manual

De camera gebruiken10
Nederlands
3.1.8 De digitale zoom gebruiken
Wanneer u de 3x optische zoom en de 4 x digitale zoom combineert, kunt u ingezoomde
foto's maken tot 12 maal de oorspronkelijke grootte om uw opname aan te passen volgens het
onderwerp en de afstand. De digitale zoom is een nuttige functie, maar hoe meer u uw beeld
vergroot (inzoomt), hoe meer pixels (korrels) het zal vertonen.
3.1.9 Het scherpstelbereik wijzigen
1. Schakel in de fotostand de knop [ ] om te schakelen tussen de volgende standen.
2. Stel de opname samen.
3. Druk de ontspanknop halverwege en vervolgens volledig in.
3.1.10 De belichtingswaarde aanpassen
Met de instelling EV (belichtingswaarde) kunt u een foto helderder of donkerder maken.
Gebruik deze instelling wanneer de helderheid tussen het onderwerp en de achtergrond niet
in balans is, of wanneer het onderwerp slechts een klein gedeelte van de foto inneemt.
1. Controleer in de fotostand of de opnamestand is ingesteld op [Auto] of [Manual]
(Handmatig). Raadpleeg 3.1.4 “De opnamestand instellen“ op pagina 7 voor meer
informatie over het instellen van de opnamestand.
2. Druk op de knop [ ] . De aanpassingsbalk voor de belichtingswaarde wordt onderaan
in het LCD-scherm weergegeven.
3. De belichtingswaarde is standaard ingesteld op 0. Deze waarde kan worden aangepast
tussen -2.0 en +2.0.
Om de afwijking van de belichtingswaarde te vergroten, drukt u op de knop [] en
vervolgens op de knop OK.
Om de afwijking van de belichtingswaarde te verkleinen, drukt u op de knop [ ] en
vervolgens op de knop OK.
Picto-
gram
Scherpstelling Beschrijving
Normaal (AF) Normaal automatisch scherpstellen (50 cm tot oneindig).
[]
Macro Macro automatisch scherpstellen (6cm) De flitser is vast ingesteld op
[].
[]
Panfocus (PF) Deze optie kan de duur voor het scherpstellen verkorten en de efficiëntie bij
het maken van foto's verbeteren. Hiermee kunt u gemakkelijk foto’s maken
van snel bewegende objecten en objecten in het donker.