Operation Manual
BenQ DC 5530 Gebruiksaanwijzing
Probleemoplossing54
Nederlands
h
oudsopgave
10 PROBLEEMOPLOSSING
Symptomen Oorzaken Oplossingen
De voeding wordt
niet ingeschakeld.
• De batterij is leeg.
• De voedingsadapter is niet
aangesloten of beschadigd.
• De USB-kabel is niet correct
aangesloten op de camera of de PC.
• Gebruik de voedingsadapter om de
batterij op te laden.
• Controleer of de voedingsadapter is
aangesloten en of hij niet
beschadigd is.
• Schakel eerst de PC in en verbind
vervolgens de camera en de PC met
de USB-kabel.
De voeding wordt
uitgeschakeld tijdens
het gebruik.
• De batterij is leeg.
• De stand Energiebesparing is
ingeschakeld.
• Het batterij/SD-kaartklepje werd
geopend tijdens het gebruik.
• De adapter werd niet goed
aangesloten.
• Gebruik de voedingsadapter om de
batterij op te laden.
• Schakel de camera in.
• Open het
batterij/geheugenkaartklepje niet
terwijl de camera in gebruik is.
• Sluit de adapter correct aan.
Het batterijvermogen
is te snel opgebruikt.
• De externe temperatuur is te koud.
• De batterij werd gedurende lange
tijd niet gebruikt.
• Zorg ervoor dat de camera niet
onderhevig is aan extreme
temperaturen.
• Herlaad de batterij met de
voedingsadapter of de USB-kabel.
De camera neemt
geen foto’s wanneer
de ontspanknop
wordt ingedrukt.
• De camera is niet ingesteld op de
Fotostand.
• De batterij is zwak.
• De voeding werd niet ingeschakeld.
• Stel de Keuzeschakelaar in op de
Fotostand.
• Vervang de batterij.
• Schakel de camera in.
De close-upfoto is
wazig.
• Selecteer het correcte
scherpstelbereik.
• Als het onderwerp zich op een
afstand van 30 tot 100 cm (12 tot 40
inches) bevindt, selecteer dan de
Macrostand.
De flitser werkt niet. • De cameraflitser is uitgeschakeld.
• De lichtbron volstaat.
• De flitser is niet voldoende geladen.
• Stel de flitser in op de stand
Automatische Flits, Geforceerde
Flits of Rode ogen reductie.
• Wacht tot de flitser volledig is
geladen.
Er is iets verkeerd
met de kleur van het
opgenomen beeld.
• De Witbalans is niet correct
ingesteld.
• Stel de witbalans in op de
Automatische stand of een andere
geschikte stand.
De foto is te helder of
te donker.
• Er is een overdaad of een tekort aan
belichting.
• Afwijking belichtingswaarde
opnieuw instellen.
Het LCD-scherm is
niet zuiver.
• De plastic bedekking van het LCD-
scherm is vuil.
• Het LCD-scherm vertoont hotspots.
• Reinig het LCD-scherm met een
zachte doek.
• Hotspots zijn normaal en hebben
geen invloed op de werking van de
camera.
De camera kan geen
afbeeldingen
downloaden naar de
PC.
• De kabel is niet goed aangesloten.
• De camera is uitgeschakeld.
• Het besturingssysteem is niet
Windows 98SE/2000/ME/XP of de
PC is niet uitgerust met een USB-
poort.
• Het USB-stuurprogramma is niet
geïnstalleerd (Alleen Windows
98SE).
• Controleer de kabelverbinding.
• Schakel de camera in.
• Installeer Windows
98SE/2000/ME/XP en de USB-
poort.
• Installeer het USB-stuurprogramma
(Alleen Windows 98SE).










