Operation Manual

De camera gebruiken 19
Nederlands
onderwerpen. Over het algemeen gebruikt u best een kortere sluitertijd om een
snelbewegend object op te nemen.
Manueel: U kunt zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde instellen.
3.8 Afspelen
3.8.1 Opnamen afspelen
1. Schakel de voeding en zet de camera in de Weergavestand.
Het laatst opgenomen beeld wordt weergegeven op het LCD-scherm.
Als er geen opnamen zijn opgeslagen, verschijnt het bericht
[Geen beeld].
2. Druk op de vierwegknop.
[ ] toont de vorige opname.
[ ] toont de volgende opname.
• Als u [ ] of [ ] ingedrukt houdt, kunt u aan hoge snelheid bladeren door de opnamen.
3.8.2 Videoclips afspelen
1. Schakel de voeding en zet de camera in de Weergavestand.
2. Druk op [ ] of [ ] om de videoclip die u wilt afspelen, te selecteren.
3. Het afspelen starten.
Druk op [ ] om het afspelen van de videoclip te starten.
Druk op [ ] om de videoclip te stoppen of druk op [ ] om de clip te pauzeren. Druk
opnieuw op [ ] wanneer de film wordt gepauzeerd om het afspelen te hervatten.
• Druk tijdens het afspelen van de video op [ ] om snel vooruit te spoelen of op [ ] om
terug te spoelen.
• Druk op de ontspanknop om het stilstaand beeld op te nemen van de videoclip die is
gepauzeerd.
3.8.3 Foto’s vergroten en bijsnijden
1. Schakel de voeding en zet de camera in de Weergavestand.
2. Een opname selecteren.
Druk op [ ] of [ ] om de opname die u wilt vergroten of bijsnijden te selecteren.
Alleen foto’s kunnen worden vergroot of bijgesneden.
3. De foto vergroten.
Druk op
[T] om de foto te vergroten. Het centrale gedeelte van de foto wordt
weergegeven. U kunt de pijlknop gebruiken om verschillende delen van de vergrote
opname weer te geven.
Druk op de knop
MENU om terug te keren naar de normale grootte.
4. Snijd de foto bij.
Druk op de knop
OK om de foto bij te snijden.
5. Sla de foto op.
Druk opnieuw op de knop
OK om de geselecteerde foto bij te snijden en op te slaan
als een nieuwe foto.
3.8.4 Miniaturen weergeven