Manual
3
C-1 Gebruiksaanwijzing
1. Voeding
Voor het bedrijf van de condensatormicrofoon is een fantoomvoeding vereist
(+36 tot +52 V). Wanneer de microfoon op een microfooningang met geactiveerde
fantoomvoeding is aangesloten dan wordt dit door het oplichten van de
controle-LED aangegeven. Voor schade aan uw C-1, die op een defecte fantoomvoeding is
terug te voeren, zijn wij niet aansprakelijk. Schakel uw weergavesysteem stom, voordat u
de fantoomvoeding activeert.
2. Richtkarakteristiek
Uw C-1 beschikt over een kapsel met niervormige opnamekarakteristiek en is
ideaal om gerichte zangsolo’s, instrumentale- of spraakopnames te maken.
Nierkarakteristiek betekent, dat voornamelijk het geluid van voren wordt opgenomen.
Voor opnamesituaties geeft men de voorkeur aan deze richtkarakteristiek, daar op deze
wijze het geluid van achteren onderdrukt wordt.
3. Installatie van de Microfoon
Op uw microfoon is een houder vastgeschroefd die zowel op een microfoonstatief met
metrisch (Europa) of Whitworth (US) schroefdraad kan worden aangebracht. Door de
schroef aan de onderzijde van de microfoon los te schroeven maakt u de microfoon van
de houder los. Bevestig de houder aan het microfoonstatief, zet de microfoon in de houder
en draai opnieuw de schroef vast.
In het algemeen dient de microfoon kaarsrecht in de houder voor de geluidsbron
te staan. De hoek van de microfoon in verhouding tot de geluidsbron is van invloed op
de geluidsopname. Experimenteer dus met de verschillende standen om het desgewenst
geluid te verkrijgen. Hiervoor is het mogelijk om de microfoon in de houder te draaien,
schroef hiervoor de schroef lichtjes los en aansluitend weer vast.








