Manual

16 B-CONTROL FADER BCF2000/ROTARY BCR2000 Gebruiksaanwijzing
SWITCH TYPE CONTROLLERS (buttons, foot switches, push function of Push Encoders)
PUSH ENCODER
1 2 3 4 5 6 7 8
MIDI Data Type MIDI Send Channel Parameter Value 1 Value 2 Controller MODE Controller Option Display Value
PROGRAM CHANGE 1-16 O, Bank Select MSB O, Bank Select LSB
Fixed Program
Change-value:
O, 0 - 127
Value indication:
On/O
CC (Control Change) 1-16 CC-0-127 On-value: 0-127 O-Value: O, 0-127
Toggle On
Toggle O
Increment
In case of
'Increment' Steps:
-127...+127
Value indication:
On/O
NRPN
(Non Registered
Parameter Number)
1-16
NRPN Parameter
Number
On-value: 0-12 O-Value: O, 0-127
Toggle On
Toggle O
Increment
In case of
'Increment' Steps:
-127...+127
Value indication:
On/O
NOTE (MIDI notes) 1-16
MIDI Note Number:
0-127
Fixed velocity-value:
0-127
Toggle On
Toggle O
Value indication:
On/O
AFTER TOUCH 1-16
Key number
0-127, ALL
(All = Channel
Aftertouch
Min. value:
0-127
Max. value:
0-127
In case of
'Increment' Steps:
-127...+127
Value indication:
On/O
MMC
(MIDI machine
control)
MIDI Device number:
0-126, ALL
Select:
Play, Pause, Stop,
Fwd, Rew
Locate
Punch In
Punch Out
If Frame rate not O
Frame Rate:
O
24
25
30
30d
(drop frame)
Value indication:
On/O
Locate position time
(1st part): hh:mm
Locate position
always sent rst
(before MMC-
command)
Locate positiontime
(2nd part): ss:
(Frames) Locate
position always sent
rst (before MMC-
command)
GS/XG 1-16
Select GS/XG-Main
Control-parameter
with clear text
indication
On-value: 0-127 O-value: O, 0-127
Toggle On
Toggle O
Value indication:
On/O
Tab. 4.2: Toewijzing van de Push-Encoders in de EDIT-Mode (SWITCH-Typen)
Verklaringen bij de tabellen:
Alle instellingen in de EDIT-modus worden gemaakt door de push-encoder
te draaien. Door een druk op de push-encoder wordt de actuele waarde
weergegeven. Verder zijn de instel mogelijk heden ervan afhankelijk of
het geselecteerde bedienings element van het SWITCH-type of van het
CONTINUOUS-type is.
In de Edit-modus selecteert u met de Push-encoder 1 de gewenste soort
opdracht die u aan een bedieningselement wilt toewijzen. Alleen de opdrachten
in kolom 1 zijn mogelijk.
Met Push-Encoder 2 kunt u het MIDI-kanaal selecteren waar de data van het
bedieningselement naartoe moeten worden gestuurd.
Met de Push-Encoders 3-5 worden de parameters en waarden van het
geselecteerde MIDI-type ingesteld. Deze verschillen naar MIDI-functie en worden
later in dit hoofdstuk toegelicht.
De Push-Encoder 6 (Controller-modus) selecteert het gewenste gedrag van het
tevoren geselecteerde bedienings element en is afhankelijk van het feit of het om
een SWITCH-type of een CONTINUOUS-type gaat.
Continuous-elementen:
Continuous-elementen worden onderscheiden naar de types “Absolute”,
Absolute (14-Bit)”, “Relative 1” (2e complement), “Relative 2” (Binaire oset),
“Relative 3” (voorgaand teken Bit), “Relative 1 (14-Bit)”, “Relative 2 (14-Bit)”,
“Relative 3 (14-Bit)” en “Increment / Decrement. Absolute geeft absolute
datawaarden af. Daarbij kunnen sprongen in de waardewijziging optreden.
Bij Relative wordt de actuele parameterwaarde onafhankelijk van de positie
van de regelaar aangehouden. Absolute 1 (14-Bit) of een van de Relative
(14-Bit)-modi zijn de standaardmodi voor waardeveranderingen bij NRPNs
met hogere resolutie. Deze is noodzakelijk bij enige software-mixers, wanneer
er meer dan 128 treden nodig zijn). Increment / Decrement dient voor de
stapsgewijze verhoging of verlaging van waarden met behulp van de Data
Increment / Decrement opdrachten (zie lijst 5.1 in de bijlage).
De klassieke Controller-modus voor de meeste toepassingen
is “Absolute”. Alle andere modi moeten door de aan te sturen
MIDI-apparatuur / software speciaal worden ondersteund.
Met Encoder 7 kunt u de uitlezing van de bedieningselementen instellen.
Afhankelijk of u dit wilt doen voor een encoder, een push-encoder, een fader of
een voetpedaal, zijn er verschillende mogelijkheden:
LED-uitlezing van de push-encoder:
OFF De LED-ring blijft uit.
1d (1 digit): Er brandt steeds slechts één LED (standaardinstelling)
1d- De LED-ring werkt op dezelfde manier als bij ‘1d, maar bij de waarde 0
brandt geen LED.
2d De uitlezing van de LED-ringen werkt met tussenstappen. Wanneer u
van links naar rechts draait, brandt eerst een LED, waarna de volgende
gaat branden, waarna de vorige dooft enzovoort. Op die manier kunt u
ook kleine aanpassingen nauwkeurig uitvoeren.
2d- Zoals bij “2d”, maar bij de waarde van 0 brandt geen LED.
Bar Balkuitlezing: wanneer u een waarde verhoogt, gaan achtereenvolgens
alle LED’s (voor Volume enzovoort) branden.
Bar- Zoals bij Bar, maar bij Value 0 dooft de LED.
Sprd Spread: Bij de waarde 0 brandt de middelste LED bovenin, terwijl bij
een verhoging van de waarde de LED’s in de ring vanuit het midden
gelijktijdig naar weerszijden gaan branden.