Stads/allround fiets Instructieboek
Inhoudsopgave 1. Inleiding........................................................................................................ 4 2. Garantie....................................................................................................... 5 3. Veiligheid...................................................................................................... 7 3.1 3.2 3.3 4. Checklist ..................................................................................................... 9 4.1 5.
11. Verlichting voor.......................................................................................... 28 11.1 11.2 11.3 11.4 11.5 11.6 11.7 11.8 Klassieke type koplamp met batterijen....................................................................30 Halogeen of LED......................................................................................................31 Logic Light 2de versie................................................................................................
1. Inleiding Gefeliciteerd met de aankoop van uw Batavus fiets. Lees deze instructies aandachtig en bewaar ze onder handbereik om in de toekomst te kunnen raadplegen. Handel steeds volgens de adviezen en tips die in deze instructies vermeld staan. Deze instructies bevatten tips en adviezen die uw rijcomfort en veiligheid ten goede komen. De fabrikant kan echter niet uitsluiten dat er schade kan onstaan, ondanks het nauwkeurig opvolgen van deze adviezen en tips.
2. Garantie Garantiebepaling voor Batavus fietsen Indien u van de Batavus garantie gebruik wilt maken, moet u altijd het aankoopbewijs en het ‘Bewijs van Eigendom’ aan de dealer en/of aan Batavus bv kunnen overhandigen. Hieronder vindt u de garantiebepalingen. Voor garantiezaken kunt u altijd terecht bij de Batavus dealer, welke de kennis heeft om dit conform de garantiebepalingen af te handelen. Artikel 1 Garantie 1.
Artikel 4 Garantie onderdelen 4.1 Gedurende de garantieperiode zullen alle onderdelen, waarvan door Batavus bv is vastgesteld dat sprake is van een materiaal- en/of constructiefout, naar keuze van Batavus bv worden gerepareerd dan wel worden vergoed. Eventuele kosten van (de-)montage zijn voor rekening van de eigenaar. 4.
3. Veiligheid 3.1 Het gebruik van de fiets • • • • Respecteer de verkeersregels. Zorg dat de uitrusting van uw fiets voldoet aan de wettelijke minimumeisen. Vermijd hevige schokken en extreme belastingen. Vermijd oneigenlijk gebruik, zoals forceren en demonteren van, of het eigenhandig aanbrengen van wijzigingen aan onderdelen - raadpleeg uw dealer.
3.2 Veiligheidsvoorzieningen Jasbeschermer In sommige uitvoeringen is de fiets voorzien van een jasbeschermer (A). A 2 Verenhoes In sommige uitvoeringen is de fiets voorzien van een verenhoes (A) rondom de verende zadelpen ter bescherming van de handen van kinderen die achterop in kinderzitjes zitten. A 3 Bagagedrager Er zijn diverse dragers. De aanduiding van de maximale belasting (in KG) staat op de drager (A). A 3 3.
4. Checklist 4.1 Voordat u vertrekt of na een eventuele valpartij • • • • Respecteer de verkeersregels. Zorg dat de uitrusting van uw fiets voldoet aan de wettelijke minimumeisen. Vermijd hevige schokken en extreme belastingen. Vermijd oneigenlijk gebruik, zoals forceren en demonteren van, of het eigenhandig aanbrengen van wijzigingen aan onderdelen - raadpleeg uw dealer.
5. Zadel Typen zadels A B C D E F A Hoogteafstelling met framebout (zie 5.2) D B Hoogteafstelling met klemring (zie 5.3) E C Hoogteafstelling met snelsluiter (zie 5.4) F Positieafstelling met stropbout (zie 5.6) Positieafstelling met zadelbout (uitvoering met 1 of 2 bouten) (zie 5.7) Positieafstelling met snelsluiter (zie 5.8) • Let op voor ruwe oppervlakken bij het parkeren van de fiets om beschadiging aan het zadel te voorkomen. • Door weersinvloeden kunnen zadeloppervlakken afgeven.
5.1 Hoogteafstelling algemeen Veiligheidsmarkering Stel de hoogte van de zadelpen niet verder in dan de veiligheidsmarkering (A). De diepte van de zadelpen in de framebuis moet meer dan 7 cm zijn. MAX 7 cm 1 Zithouding Voor een comfortabele zit is volgende procedure handig: 1. Trek uw schoenen uit. 2. Ga op de fiets zitten. 3. Houd de crank in het verlengde van de zitbuis. 4. Zet uw hak op de pedaal. 5. Uw been moet nét gestrekt kunnen worden.
5.2 Hoogteafstelling met framebout 1. Draai de bout (A) los. 2. Pas de hoogte aan. 3. Draai de bout vast. A 1 5.3 Hoogteafstelling met klemring 1. Draai de bout (A) los. 2. Pas de hoogte aan. 3. Draai de bout vast. A 1 5.4 Hoogteafstelling met snelsluiter 1. Draai de snelsluiter (A) los. 2. Pas de hoogte aan. 3. Draai de snelsluiter vast.
5.5 Positieafstelling met stropbout 1. Draai de bout (A) los. 2. Stel de positie (kantelen) in. 3. Draai de bout vast. A 1 5.6 Positieafstelling met zadelbout 1. Draai de bout(en) (A) los. 2. Stel de positie (kantelen) in. 3. Draai de bout vast. Er is ook een uitvoering met 2 bouten. A 1 5.7 Positieafstelling met snelsluiter 1. Open de snelsluiter (A). 2. Stel de positie (kantelen) in. 3. Sluit de snelsluiter.
6. Stuur Typen sturen A B C D E F A Standaard model met inbusbout (zie 6.2) D B Standaard model met zeskant bout (zie 6.3) C Batavus Ergo Matic (geen gebruik E gereedschap) (zie 6.4) F Batavus Ergo Matic Plus stuurpen (geen gebruik gereedschap) (zie 6.5) Batavus Ergo Matic 3 (geen gebruik gereedschap) (zie 6.6) Batavus Logic Light (geïntegreerde koplamp) (zie 6.
6.1 Afstellen algemeen Controleer of de rem- en versnellingskabels niet te strak staan en dat de kabels niet klem zitten. Dit kan het schakel,rem- en stuurgedrag verstoren. Veiligheidsmarkering Stel de hoogte niet verder in dan de veiligheidsmarkering (A). De diepte van de zadelpen in de framebuis moet meer dan 7 cm zijn. Zorg dat het stuur recht staat ten opzichte van het voorwiel. A MAX 7 cm 1 6.2 Afstellen stuur met inbusbout Kanteling van het stuur 1.
6.3 Afstellen stuur met zeskant bout Kanteling van het stuur 1. Haal het kapje (B) los om de bout (A) zichtbaar te maken. 2. Draai de bout minimaal één slag los. 3. Kantel het stuur in de juiste positie. Let op dat het stuur precies in het midden is geplaatst. A 4. Draai de bout vast. 5. Plaats het kapje terug. B Hoogte van de stuurpen 1. Draai de expanderbout (A) enkele slagen los. 2. Tik met een kunststof hamer de bout naar beneden en los. Gebruik eventueel een plankje. 1 A 1 3.
6.4 Afstellen stuur Batavus Ergo Matic Kanteling van de voorbouw/stuur 1. Draai de hendel (A) naar rechts los. Hiermee kan zowel de kanteling van de voorbouw en het stuur afgesteld worden in één handeling. 2. Kantel de voorbouw (B)en stuur (C) in de gewenste positie. A Let op dat het stuur precies in het midden is geplaatst. C 3. Draai na het instellen de hendel terug. B 1 Hoogte van de stuurpen 1. Draai de hendel (A) naar rechts los. 2. Kantel de voorbouw horizontaal. 3.
6.5 Afstellen stuur Batavus Ergo Matic Plus stuurpen Kanteling van de voorbouw/stuur 1. Druk de veiligheidssluiting (A) in en open de hendel (B) door deze omhoog te bewegen. Nu kunnen zowel de kanteling van de voorbouw als het stuur afgesteld worden in één handeling. B A Let op dat het stuur precies in het midden is geplaatst. 2. Sluit na het instellen de hendel (B) tot deze hoorbaar klikt. 1 Hoogte van de stuurpen 1. Druk de veiligheidssluiting (A) in en open de hendel (B) door deze omhoog te bewegen.
6.6 Afstellen stuur Batavus Ergo Matic 3 Kanteling van de voorbouw / stuur 1. Druk de veiligheidssluiting (A) in en open de hendel (B) door deze omhoog te bewegen.Hiermee kan zowel de kanteling van de voorbouw en het stuur afgesteld worden in één handeling. 2. Kantel voorbouw en stuur in de gewenste positie. A B Let op dat het stuur precies in het midden is geplaatst. 3. Sluit na het instellen de hendel (B) tot deze hoorbaar klikt. 1 Hoogte van de stuurpen 1.
6.8 Afstellen Batavus Ergo Grip handvat 1. Draai de inbusbout (A) enkele slagen los. 2. Zet het handvat in de juiste stand. 3. Draai de inbusbout voorzichtig vast. A 1 6.9 Afstellen verende voorvork Stel de veersterkte evenredig in met de knoppen (A) en (B)*. Sommige verende voorvorken zijn uitgevoerd met afdekkapjes. Deze kunt u eenvoudig afnemen met bv. een muntstuk. Niet alle verende voorvorken zijn instelbaar. De instelbare vorken zijn herkenbaar aan de markering ‘+’ en ‘–‘ met pijl.
7. Versnellingen raadpleeg uw dealer Typen stuurverstellers A B C D Versteller gecombineerd met: A/B Nexus-3, 7 of 8 versnellingsnaaf C SRAM 3, 5 of 7-versnellingsnaaf D NuVinci, traploze versnellingsnaaf Het is beter een lichtere versnelling te kiezen dan een versnelling die net iets te zwaar is, om uw rug en knieën zoveel mogelijk te ontzien. Benut de zwaarste versnellingen voor afdalingen of bij wind in de rug. Neem even de pedaaldruk weg tijdens het schakelen.
8. Ketting Let op: raadpleeg uw dealer voor het reinigen en onderhoud van uw ketting. Bij uw dealer zijn speciale schoonmaakmiddelen beschikbaar. Bewegingsruimte Let op: raadpleeg uw dealer wanneer de bewegingsruimte (A) van de ketting meer dan 2 cm is. De ketting hangt dan te slap.
9. Remmen raadpleeg uw dealer Typen remmen A Terugtraprem B Cantilever-rem (velgrem) C V-brake (velgrem) (zie 9.1) A B C D E F D Trommelrem E Rollerbrake (zie 9.2) F Handrem (zie 9.3) Let op: raadpleeg uw dealer bij remproblemen, goed en veilig remmen is van levensbelang. Remblokjes Let op: raadpleeg uw dealer als de remblokjes zijn versleten (als de schuine inkepingen van de remblokjes (A) zijn weggesleten). Vervang in dit geval de remblokjes. A 1 9.
9.2 Rollerbrake Wanneer een rollerbrake is aangetrokken, kan de fiets toch nog iets vooruit en achteruit bewegen. Dat kan aanvoelen alsof de rem niet goed is afgesteld. Deze speling hoort echter bij dit soort remmen. Door deze speling worden gevaarlijke situaties zoveel mogelijk voorkomen. 1 9.3 Bijstellen handrem / remgreep 1. Draai borgmoer (B) los. 2. Stel met moer (A) de handrem in. 3. Draai borgmoer (B) vast, de inkeping naar onderen. ⅔ Stel de handrem zo in dat deze ⅔ deel aangetrokken wordt.
10. Wielen Voor een lichte ‘loop’ zijn de volgende zaken belangrijk: • Goed opgepompte banden; De bandenspanning staat op de zijkant van de band vermeldt (Bar of PSi) • Strak gespannen spaken; • Goed afgestelde, spelingsvrije naaf. Let op: raadpleeg uw dealer: • Voor het regelmatig controleren van de spanning van de spaken. • Voor het uitnemen/plaatsen van een achterwiel met naafversnellingen.
10.2 Band plakken Voorbereiding 1. Zorg ervoor dat het wiel met de lekke band vrij kan draaien. • zet de fiets op zijn kop (op een deken of i.d. om beschadiging te voorkomen); • bij wielen met een snelsluiter kan het hele wiel uitgenomen worden. Zorg ervoor dat de fiets beschermd is tegen beschadiging. 2. Controleer de buitenzijde van de buitenband en verwijder de eventuele oorzaak van het lek. • kleine steentjes; • stukjes glas (let op voor snijwonden); • eventueel een spijker. Stap 1 1.
Stap 4 1. Pomp de binnenband op. • Bij een groot lek: u hoort de lucht ontsnappen. • Bij een kleiner lek: houd de binnenband onder water (in bijvoorbeeld een emmer). 2. Maak de binnenband droog. 3. Markeer het lek met een balpen. 1 Stap 5 Plak de band volgens de instructies die bij de banden reparatieset zijn geleverd. Bij de meeste sets zijn onderstaande instructies voldoende: 1. Maak met schuurpapier de plaats van het lek schoon. 2. Laat de binnenband leeg lopen. 3.
11. Verlichting voor Typen koplampen A B C D E F G A Klassieke koplamp met batterijen (met aan/ D Koplamp geïntegreerd in voorvork (met uit schakelaar op de koplamp) (zie 11.1) aan/uit/auto schakelaar op achterzijde van de koplamp) via naafdynamo (zie 11.4) B Halogeen of LED (met aan/uit/auto schakelaar op de koplamp) via (naaf-) dynamo (zie 11.2) E C Logic light 2de versie (met aan/uit schakelaar F op de koplamp) koplamp geheel geïntegreerd in stuurpen (zie 11.
Dynamoschakelaar Sommige uitvoeringen zijn voorzien van een dynamoschakelaar aan het stuur. 1 Dynamo • Zorg ervoor dat de groeven op de dynamo de zijkant van de buitenband zo volledig mogelijk raken. • Zorg ervoor dat de hartlijn (A) van de dynamo door de as van het wiel loopt. • Als de dynamo ‘uit’ staat moet de ruimte tussen de dynamo en de band 5 tot 10 mm zijn. A Naafdynamo De naafdynamo is een dynamo die in de voornaaf geïntegreerd is.
11.1 Klassieke type koplamp met batterijen Aan/uit schakelen Druk op de knop (A) om de lamp aan of uit te schakelen. A Lichtbundel afstellen Stel de stand van de lichtbundel af met moer (B). B Batterijen vervangen 1. Draai de schroef (A) los. 2. Verwijder de voorzijde van de koplamp. 1 A 1 3. Vervang de batterijen. Let op de + en - polen. Let op lege batterijen horen bij het chemisch afval.
11.2 Halogeen of LED Aan/uit schakelen met ‘autoswitch’ Zet de schakelaar (A) op Aan, Uit of op Automatisch. In de stand Automatisch schakelt de lamp aan als het donker wordt en de fiets in beweging is. Lichtbundel afstellen Onder het afdekkapje (B) zit de moer (C) waarmee de stand van de lichtbundel van de koplamp afgesteld kan worden. A B C 1 11.3 Logic Light 2de versie Aan/uit schakelen met ‘autoswitch’ Zet de schakelaar (A) op Aan, Uit of op Automatisch.
11.5 Koplamp in combinatie met voordrager Aan/uit schakelen Druk op de knop (A) om de lamp aan of uit te schakelen. A B Lichtbundel afstellen Stel de stand van de lichtbundel af met moer (B). 1 11.6 Koplamp met batterijen Aan/uit schakelen Druk op de knop (A) om de lamp aan of uit te schakelen. Lichtbundel afstellen Stel de stand van de lichtbundel af met moer (B). B A 1 11.7 Koplamp via (naaf)-dynamo Aan/uit schakelen Druk op de knop (A) om de lamp aan of uit te schakelen.
12. Verlichting achter Typen achterverlichting A B C A Autoswitch met batterijen C Klassiek type achterlicht op spatbord met (inclusief reflector). (zie 12.1) draad. B Klassiek type achterlicht op spatbord met batterijen (zie 12.2) Bij modellen met een standlicht slaat de condensator wat energie op. Nadat u stopt blijft het licht hiermee nog even branden. 12.
3. Vervang de batterijen. Let op de + en - polen. Let op lege batterijen horen bij het chemisch afval. 1 12.2 Klassiek type achterlicht met batterijen Aan/uit schakelen De switch (A) kan op de onderzijde, zijkant of op de reflector zelf zitten. A A 1 Batterijen vervangen 1. Draai de schroef (A) los. 2. Verwijder het kapje. A 1 3. Vervang de batterijen. Let op de + en - polen. Let op lege batterijen horen bij het chemisch afval.
12.3 Storingen verlichting Mogelijke oorzaak Mogelijke oplossing De stroomdraad is onderbroken. Controleer de stroomdraad op • vastzitten aan de lamp en dynamo; • roestvorming; • een blank geschuurd stukje draad (kortsluiting) of breuk. Batterijen leeg. Vervang batterijen.
13. Standaard Typen standaarden A B A Enkele standaard (zie 13.1) B Dubbele standaard (zie 13.2) Verwijder boodschappen en neem kinderen uit de zitjes voordat u de fiets op de standaard plaatst. En andersom haal eerst de fiets van de standaard en plaats daarna kinderen in zitjes en boodschappen. Zo voorkomt u schade aan standaard en frame. 13.1 Afstellen enkele standaard Druk de knop (A) in en stel de lengte van de standaard af. A 1 13.
14. Technische gegevens 14.1 Aanhaalmomenten Om schade aan de schroefdraad of het loskomen tijdens het rijden te voorkomen moet het vastdraaien van bouten en moeren volgens vastgestelde aanhaalmomenten plaatsvinden. De gegevens in onderstaande tabel zijn algemene richtwaarden. Item Aanhaalmoment [Nm] Van de in de handleiding genoemde bouten en moeren.