User Guide

Luchtfilter (21) reinigen resp. vervangen
Verwijder stof en vuil regelmatig van het luchtfilter om
startproblemen,
vermogensverlies
een te hoog brandstofverbruik
te voorkomen.
Reinig de luchtfilter ongeveer alle 25 bedrijfsuren en bij
bijzonder stoffige verhoudingen vaker.
1. Maak de schroef los en verwijder de afdekking (20).
2. Verwijder de houderbeugel (32) en de luchtfilter (21) uit het
piepschuim uit de afdekking.
3. Reinig de houderbeugel, afdekking en luchtfilterplaat (33).
4. Was de luchtfilter uit piepschuim met water en vloeibaar
reinigingsmiddel.
5. Druk de luchtfilter in een droge, zachte lap uit.
6. Laat de luchtfilter goed drogen.
7. Dompel de luchtfilter in motorolie en druk hem dan in een
droge, schone doek uit, om overtollige olie te verwijderen.
8. Breng de luchtfilter en de houderbeugel in de afdekking
aan.
9. Schroef de afdekking weer vast.
Vervang het luchtfilter regelmatig.
L Beschadigde luchtfilters moeten onmiddellijk vervangen
worden.
Bougie (26) controleren resp. vervangen
Raak de bougie of bougiestekker niet aan als de motor
draait. Hoogspanning!
Gevaar voor verbranding bij hete motor.
Veiligheidshandschoenen dragen!
Controleer de bougie en de elektrodenafstand regelmatig.
Ga hiertoe als volgt te werk:
1. Laat de motor afkoelen.
2. Verwijder de afdekking (21) van de luchtfilter.
3. Trek de bougiestekker (27) van de bougie af.
78
4. Draai de bougie los met de meegeleverde
bougiesleutel (36).
5. Reinig de bougie, als deze vuil is.
6. De elektrodenafstand moet 0,76 mm bedragen.
Vervang de bougie:
alle 100 uren of ieder seizoen (afhankelijk daarvan, welk
geval zich het eerst voordoet)
als het isolatielichaam beschadigd is
bij sterke elektrode-afbrand
bij zeer vuile elektroden of elektroden die bedekt zijn met
een laagje olie
Gebruik de volgende bougies:
Champion RC12YC
of gelijksoortige
Ontstekingsvonk controleren
1. Laat de motor afkoelen.
2. Verwijder de afdekking (21) van de luchtfilter.
3. Trek de bougiestekker (27) van de bougie (26) af.
4. Draai de bougie los met de meegeleverde bougiesleutel
(36).
5. Draai de bougie los.
6. Steek de bougiestekker goed op de bougie.
7. Stel de motor zoals onder „Vóór de start van de motor“
beschreven in.
8. Druk de bougie met een geïsoleerde tang tegen het
motorhuis (niet in de buurt van het bougiegat).
9. Trek krachtig het startkabel aan de startgrendel.
L Bij foutvrije werking moet een vonk tussen de elektroden
zichtbaar zijn.
Geluiddemper / uitlaatopening
Controleer regelmatig de geluidsdempers.
Reinig de uitlaatopening (41) regelmatig.
Olie verversen
L Wissel de olie, zo lang de motor nog warm is.
De olie is pas na de eerste 5 bedrijfsuren te wisselen. Daarna
slechts alle 100 bedrijfsuren resp. ieder seizoen.
L Er zijn twee personen vereist.
1. Verwijder de afscherming (5) van de uitgooi.
2. Maak de olieaftapschroef (4) los.
3.
Eerste persoon:
houdt een ten minste 0,6 l bevatend reservoir onder de
olieaftapschroef.
Tweede persoon:
kantel de hakselaar, opdat de olie eruit kan lopen.
4. Maak het bereik rond om de olieuittredingsopening grondig
schoon.
5. Schroef de olieaftapschroef weer vast.
6. Breng de afscherming van de uitgooi weer aan.
7. Verwijder de deksel van de olie-invulschroef (3) .
8. Vul de nieuwe olie – 0,6 l – (olie zie „TANKEN“) langzaam
in de opening.
9. Draai de olie-invulschroef vast.
10. Wis de olie-achterstanden/verontreinigingen weg.
11. Breng de afscherming van de uitgooi weer aan.
Apparaat verstopt
Verstoppingen in de machine reduceren het vermogen van de
machine.
Hoe verwijder ik verstoppingen?
1. Verwijder de schroef M8x205.
2. Trek de twee veerstekers (34) en de bout (35) eruit.
3. Klap het uitgooizeef (6) omlaag.
4. Verwijder alle verontreinigingen uit de machine.
5. Klap het uitgooizeef omhoog en bevestig het.
6. Breng de afstandsbus (9) en de schroef M8x205 weer aan.