8A.51.08.06/09.11 Wijzigingen voorbehouden.
Verklaring van symbolen en tekens van het display Bedrijfsindicatie 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 A Sun Hot (op de eerste positie van het display bij technische weergave.
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 17 18 Inleiding...........................................................................................................................................4 Regelgeving....................................................................................................................................4 Leveringsomvang............................................................................................................................6 Ketelbeschrijving..........
1 Inleiding Dit installatievoorschrift beschrijft de werking, installatie, bediening en het primaire onderhoud van de ATAG Q-Solar CV-ketels. Dit installatievoorschrift is bedoeld voor erkende installateurs die de ATAG ketels installeren en in gebruik stellen. Lees ruim voor aanvang van installatie van de ketel dit installatievoorschrift goed door. Voor gebruikers van de ATAG Q-Solar is een aparte gebruikshandleiding bij de ketel geleverd.
Voer de volgende handelingen uit bij (onderhouds-) werkzaamheden aan een reeds aangesloten ketel: - schakel alle functies uit - sluit de gaskraan - trek de stekker uit de wandcontactdoos - sluit de stopkraan van de inlaatcombinatie in de ketel. Indien er controle- en afstelwerkzaamheden uitgevoerd moeten worden let dan op het volgende; - de ketel moet tijdens deze werkzaamheden kunnen functioneren, dus moeten zowel de voedingsspanning, de gasdruk alsook de waterdruk op de ketel blijven staan.
3 Leveringsomvang ATAG SolarCollector De collector behoort niet tot de standaard leveringsomvang. Er zijn namelijk meerdere mogelijkheden ten aanzien van collectortype (geschikt voor platdak of opdak/ pannendak) en collectoroppervlak door koppelen van collectoren. De bij het toestel meegeleverde ø6 mm collectorsensor dient gemonteerd te worden op de juiste positie in de collector. Zie het installatievoorschrift van de collector.
De collectorpomp schakelt in zodra de temperatuur van de collector ca. 10°C hoger is dan de temperatuur in de boiler (T > 10°C: pomp aan). Het medium (glycol/wateroplossing) wordt door de collector gepompt. In de collector wordt het medium door (zon)licht verwarmd. Daarna stroomt het verwarmde medium weer door de spiraalvormige warmtewisselaar in de boiler. De warmte wordt daar op het sanitairwater via een warmtewisselaar in de boiler overgedragen.
Installatievoorschrift ATAG Q-Solar 4.1 Schematische voorstelling Q-Solar 8 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. RVS OSS warmtewisselaar Control Management System (CMS) met Zonmodule Driewegklep (CV/WW) Ketelpomp Warmwaterwisselaar Warmwatersensor CV-Zonsensor CV-wisselaar Modulerende driewegklep (CV-Zon) CV-Zonretoursensor Zonwisselaar Vul-/aftapkraan en overstort collectorcircuit 13. Collectorpomp en doorstroombegrenzer 14. Expansievat 15. Boilervoeler Zon (Delta-T) 16.
Plaatsen van het toestel Het toestel dient in een vorstvrije ruimte te worden geïnstalleerd. Om warmteverlies uit de leidingen te beperken dient de boiler zo dicht mogelijk bij de collector te worden geplaatst en, indien mogelijk, eveneens zo dicht mogelijk bij het meest gebruikte warmwatertappunt. De Q-Solar is zodanig geconstrueerd dat uitsluitend een verticale opstelling mogelijk is, hierbij moet het toestel op een vlakke horizontale ondergrond staan.
5.1 Maatgegevens Plafond min. 350 mm Wand 150 Q-Solar Keteltype Q25SC200 Q25SC380 Q38SC200 Q38SC380 Installatievoorschrift ATAG Q-Solar 10 mm mm A hoogte totaal 1880 1860 B hoogte boiler 1820 1830 C breedte 510 660 D diepte 895 1040 E linkerzijde / rookgasafvoer 340 415 F achterzijde / rookgasafvoer 780 920 G h.o.h.
Aansluiten van de ketel De ketel beschikt over onderstaande aansluitleidingen die, door middel van het omdraaien van de knieverbindingen, zowel links als rechts van de ketel kunnen worden aangesloten (de leidingen zijn voorgemonteerd voor aansluiting vanaf de linkerzijde). - CV-leidingen. Deze kunnen met knelfittingen aangesloten worden op de installatie; - CV-Expansievatleiding. Op deze leiding ø22 mm moet het expansievat voor CV worden aangesloten; - Gasleiding.
6.1 CV-systeem Monteer het cv-systeem volgens de huidige regelgeving. De ketelleidingen moeten door middel van knelfittingen aangesloten worden op de installatie. Voor het aansluiten op dikwandige pijp (gelast of gefit), moeten verloopstukken worden gebruikt. Plaats buiten de ketel het meegeleverd T-Stuk met vul- en aftapkraan in de retourleiding van de installatie naar de ketel. Het aanbrengen van een warmteslot in de CV-leidingen buiten het toestel is niet nodig.
Indien de installatieweerstand te hoog is, kan in combinatie met een open verdeler een extra externe pomp in serie met de ketel worden geïnstalleerd. De voeding voor deze externe circulatiepomp kan in de ketel op het aansluitblok worden aangesloten, waardoor deze pomp op dezelfde tijdstippen schakelt als de ketelpomp. Het maximaal opgenomen vermogen van de externe circulatiepomp mag maximaal 230 W (1 Amp) zijn.
6.3 Verwarmingssystemen met kunststof leidingen Bij het aansluiten of het toepassen van kunststof leidingen (vloer- en/of wandverwarming) of leidingdelen (radiatoraansluitingen, verdeeleenheden), moet men er rekening mee houden dat de toegepaste kunststof leidingen voldoen aan: - DIN 4726 t/m 4729 (geen hogere zuurstofdoorlatend-heid dan 0,1 g/m3.d bij 40°C) of - Nationale BRL 5606 van KIWA (geen hogere zuurstofdoorlatendheid dan 0,18 g/ m2.
6.5 Warmwatervoorziening Monteer de drinkwaterinstallatie volgens de huidige regelgeving. De ketelleidingen van de warmwatervoorziening moeten door middel van een knelfitting aangesloten worden op de installatie. De ketel is voorzien van een inlaatcombinatie met een veiligheidsventiel van 8 bar. Deze is samen met de condensafvoer en de afvoer van het CV-veiligheidsventiel (3 bar) aangesloten op één rioolaansluitleiding.
6.7 Rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem Met het rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem wordt bedoeld: - De rookgasafvoerleiding; - De luchttoevoerleiding; - Dak- of geveldoorvoer. De rookgasafvoer- en luchttoevoerinstallatie moet voldoen aan: - Afvoersysteem aangegeven op de typeplaat van de ketel (Afvoerklasse) - Wetgeving: Bouwbesluit Het bouwbesluit bevat prestatie-eisen over opstelling, afvoer en uitmonding.
De ketelaansluitdiameter is ø 80/125 mm. Hierop kan het rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem gemonteerd worden al dan niet voorzien van bochten. Zie tabel 5 voor de maximaal toepasbare leidinglengte. Wij adviseren een eenvoudig rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem samen te stellen uit de componenten uit het ATAG Monopass Rookgasafvoerprogramma. Voor nadere informatie omtrent het Monopass leveringsprogramma verwijzen wij u naar de Prijswijzer Monopass Rookgasafvoerprogramma.
6.7.1 Dimensionering rookgasafvoerkanaal / luchttoevoerkanaal De diameter wordt bepaald door de totale lengte, inclusief aansluitpijp en, verloop van het rookkanaal (zoals bij inmeten is vastgesteld) en het type ketel. Een te kleine diameter kan leiden tot storing. Zie tabel 5 voor keuze van het systeem met de juiste diameter en zie ook NEN 2757. De tabel toont de maximale afvoerlengte bij verschillende ketelvermogens. Er is een langere afvoerlengte te behalen door de diameter van te vergroten naar ø100mm.
7 Collectorcircuit De boiler van de ZonneGasCombiQ voor druksysteem is te herkennen aan de volgende typebenaming op de typeplaat van de boiler SC200N en SC380N N= non vented. Dit systeem is een gesloten systeem onder druk. Het systeem moet gevuld worden met glycol/water. Volg hierbij de aanwijzingen in het installatievoorschrift van de SolarCollector. De leidingen met appendages tussen boiler en collector zijn geen onderdeel van de standaard levering. Kies hiervoorbij voorkeur een standaard product.
8 Elektrische aansluiting De ketel voldoet aan de CE- machinerichtlijn 89/392/EEG. De installatie moet (blijven) voldoen aan: - Voorschriften voor elektrische apparaten NEN 1010; - Een afwijking op het net van 230V/50Hz van +10% of -15% - De plaatselijk geldende voorschriften; - De ketel moet worden aangesloten op een geaarde wandcontactdoos. Deze moet zichtbaar en onder handbereik zijn.
8.1 Elektrische aansluitingen tussen boiler en ketel A B C D E F G Sluit de volgende componenten volgens figuur 11 en 12 aan: - Collectorvoeler Zon T7 Voer de draden door de kabeldoorvoer A aan de zijkant van de ketel. Sluit de draden vanaf de collector aan op de deelbare kroonsteen met de groene draden. Let daarbij ook op de aanwijzingen van de levernacier van de collector. - Boilervoeler Zon T6 Voer de rode draden vanaf de boiler door de doorvoerplaat (B).
elektrisch aansluitschema Installatievoorschrift ATAG Q-Solar T 102°C figuur 13
8.2 Buitenvoeler (optie) Plaats de buitenvoeler op de noordgevel. De buiten-voeler moet op een zodanige plaats bevestigd worden (bijv. onder een dakgoot), dat deze niet beïnvloed wordt door bijvoorbeeld zon, sneeuw of luchtstromen van een afvoer. Sluit de buitenvoeler aan met 2-aderig snoer 0,75 mm2 op de klemmen 18 en 19 (zie figuur 10 en 13). 8.3 Collectorsensor Zon De PT100 collectorsensor T7 (groen) maakt samen met de PT100 boilersensor T6 (rood) deel uit van de Delta-T regeling.
9 Ketelregeling De ketel is voorzien van een zelfsturende regeling, het zogenaamde Control Management System (CMS). Deze regeling neemt een groot deel van de handmatige instellingen over, waardoor het in bedrijf nemen sterk is vereenvoudigd. Na het insteken van de stekker in de wandcontactdoos zal de ketel geen bedrijfsactie ondernemen en zal geen enkel bedrijfslampje gaan branden, totdat één van de functietoetsen wordt bediend. Het display zal de betreffende status weergegeven.
9.1 Verklaring van de functietoetsen - (CV) functietoets. (de-)activeren van de Centrale Verwarming (lampje uit/aan); - (WW) functietoets. (de-)activeren van de Warmwatervoorziening (lampje uit/aan); - (PC) functietoets. stelt de pomp op continu watercirculatie over de CV-installatie (lampje aan), of volgens de nadraaitijden op de betreffende functie's (lampje uit); • Mode-toets. Met kort indrukken kan een selectie van de gegevenshoofdstukken worden opgevraagd.
9.2 Zonmodule In de Control Tower bevindt zich naast het CMS voor de toestelregeling ook de Zonmodule voor de regeling van het collectorcircuit (Delta-T regeling). Deze regeling werkt volledig onafhankelijk van de toestelregeling en met de schakelaar op de Control Tower kunt u de collectorpomp uitschakelen. Zonmodule figuur 9.
10 Vullen en ontluchten van de installatie Vul de volgende onderdelen van de installatie in volgorde: 1. sanitairzijdig (boiler) 2. collectorcircuit 3. CV-systeem 10.1 Sanitairzijdig Gebruik uitsluitend sanitairwater van het waterleidingbedrijf voor het vullen. Het vullen en ontluchten gaat als volgt: 1. open in de installatie een warmwaterkraan; 2. open de hoofdtoevoer van het koudwater; 3. open de stopkraan van de inlaatcombinatie; 4. vul de boiler totdat er water uit de geopende warmwaterkraan komt.
10.2 Collectorcircuit Het vullen en ontluchten van het collectorcircuit moet volgens de volgende aanwijzingen plaatsvinden. 1. Laat de ketel spanningsloos tijdens het vullen en spoelen van het collectorcircuit. 2. Het vullen moet in koude toestand gebeuren. Er mag geen zoninstraling op de collectoren zijn op het moment van vullen om dampvorming te voorkomen. Dek de collectoren zonodig af. Zie ook het installatievoorschrift SolarCollector. 3. Maak gebruik van een speciale spoel-/vulpomp met reservoir. 4.
10.3 CV-systeem De CV-installatie dient gevuld te worden met drinkwater. Voor het vullen van de CVinstallatie gebruikt u de vul- en aftapkraan die buiten het toestel is geplaatst. Het vullen gaat als volgt: 1 Steek de stekker in de wandcontactdoos; 2 Het display toont FILL. 3 Alle functies uit (Verwarming, warmwater en pomp); 4 Druk kort op de 'STEP'-toets: Px.
11 In werking stellen van de ketel Zorg ervoor, alvorens de ketel in bedrijf te stellen, dat de ketel en de installatie goed ontlucht zijn. Ontlucht de gasleiding en open de gaskraan van de ketel. De ketel behoeft geen afstelling van branderdruk en luchthoeveelheid, omdat deze zelfregelend is en fabrieksmatig is afgesteld en mag niet worden nagesteld. Meet alleen de maximale luchtverplaatsing over de ketel (zie hoofdstuk 13.1). 11.
11.4 Instellingen Wanneer de ketel geïnstalleerd is, is het in principe gereed om in gebruik genomen te worden. Alle instellingen van de besturing zijn reeds geprogrammeerd voor een verwarmingsinstallatie met radiatoren/convectoren met een aanvoertemperatuur van 85°C. De instellingen zijn beschreven in het Parameter-hoofdstuk op pagina 32.
Parameter-hoofdstuk fabrieksinstelling PARA 1 2* °C Omschrijving Instelmogelijkheden maximale aanvoerwatertemp.
Service-hoofdstuk SERV 1 2 3 4 200 201 Waarde OFF OFF OFF OFF 0 0 Error-hoofdstuk ERRO Waarde Err.L - Err.5 1 2 3 °C 4 °C 5 kW 6 % Omschrijving toestel in bedrijf met branderfunctie aan ventilator instelbaar en brander uit pomp instelbaar met brander aan showroomstand op ON = actief en OFF = niet actief collectorpomp aan (1) / uit (0) driewegklep Zon-CV open (1) / dicht (0) Instelmogelijkheden OFF - max. OFF - max. OFF - max.
12 Buiten bedrijf stellen In sommige situaties kan het voorkomen dat de gehele ketel buiten bedrijf moet worden gesteld. Door de drie functietoetsen ( , of ) uit te zetten (indicatielampjes uit), wordt de ketel buiten bedrijf gesteld. Zet ook de schakelaar voor het collectorcircuit op 0. ATAG adviseert om de stekker in de wandcontactdoos te laten zitten, zodat automatisch één keer in de 24 uur de circulatiepomp en de driewegklep worden geactiveerd om vastzitten te voorkomen.
13.1 Controle op vervuiling Om de ketel gedurende bedrijfsjaren te kunnen controleren op vervuiling is het raadzaam om tijdens het in bedrijf nemen van de ketel de maximale luchtverplaatsing over de ketel te meten. Deze waarde kan per type ketel verschillend zijn. Om deze waarde te kunnen meten dienen de volgende handelingen te worden verricht: - Druk 5 seconden op de MODE-toets.
12.2 Controle CO2 / O2 Het CO2 (of O2) percentage is fabrieksmatig ingesteld. Deze moet bij controle, onderhoud en storing gecontroleerd worden. Door middel van de volgende handeling kan deze worden gecontroleerd: - Verwijder de zwarte afdekkap van het gasblok door het losschroeven van de afgelakte schroef. - Zorg ervoor dat de ketel in bedrijf is en de warmte die hij produceert kwijt kan; Tip: indien er voor CV onvoldoende warmtevraag is, draai dan een warmwaterkraan volledig open en voer de meting uit.
12.3 Onderhoudswerkzaamheden te kunnen verrichten moeten de volgende handelingen uitgevoerd 2 3Om onderhoud worden: 1 - schakel het toestel uit; Zie figuur 19: - verwijder de schroef achter het deurtje (1); - til de mantel iets op (2) en neem de mantel naar voren weg (3). 2 3 Mantel verwijderen figuur 19 OPEN Openen luchtkast figuur 20 2 9 1 4 3 ventilator en gasklep figuur 21 10 figuur 22 Ventilatorunit en brandercassette (zie fig.
Ontstekingselektrode Het vervangen van de ontstekingselektrode is alleen noodzakelijk als de pennen versleten zijn. Dit is te constateren door de ionisatiestroom te meten. De minimale ionisatiestroom moet groter zijn dan 2,5 µA op vollast. Zie figuur 24. Als het kijkglas beschadigd is moet de gehele ontstekingselektrode vervangen worden.
14 Technische specificaties Q-Solar 200 Liter 380 Liter Q25SC200N Q38SC200N Q25SC380N Q38SC380N Belasting op bovenwaarde CV Qn Belasting op onderwaarde CV Efficiency klasse volgens BED Rendement volgens EN677 (36/30°C deellast, onderw.) Rendement volgens EN677 (80/60°C vollast, onderw.) Modulatiebereik CV (vermogen, 80/60°C) Modulatiebereik CV (vermogen, 50/30°C) Nox klasse EN483 CO2 Rookgastemp. CV (80/60°C op vollast) Rookgastemp.
15 Onderdelen van de ketel P1 T2 4 G T1 11 A Installatievoorschrift ATAG Q-Solar toestelweergave ATAG Q-Solar 40 2 5 8 12 E S 3 1 R C 6 7 9 13 14 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Warmtewisselaar Ontstekingselektrode Ventilatorunit Luchtinlaatdemper Gasblok Overstortventiel Automatische ontluchter Rookgasafvoer Luchtkast 10 11 12 13 14 15 16 17 18 Bedieningspaneel Typeplaat ketel Control Tower (CMS) Driewegklep WW Circulatiepomp Modulerende 3-wegklep (Zon-CV) Inlaatcombinatie Thermostat
T1 2 1 3 5 8 7 6 9 4 T2 P1 T3 10 14 11 12 13 G Z T8 K W A R U I 15 17 T9 16 20 E C 24 23 T6 19 21 22 schematische toestelweergave ATAG Q-Solar Q38SC380N Druksysteem figuur 21 Installatievoorschrift ATAG Q-Solar 18 41
17 Storingsindicatie Op het display wordt een geconstateerde fout aangegeven in blokkerings- of errormeldingen. Er dient een onderscheidt gemaakt te worden tussen deze twee meldingen, omdat blokkeringen van tijdelijke aard kunnen zijn en errormeldingen vaste vergrendelingen zijn. De regeling zal proberen een vergrendeling te voorkomen en het toestel tijdelijk uit schakelen door een blokkering. Hieronder een opsomming van enkele meldingen.
18 Conformiteitsverklaring CE DECLARATION OF CONFORMITY Hereby declares ATAG Verwarming Nederland BV that, the condensing boiler types: ATAG Q25SC380N Q38SC380N Q25SC200N Q38SC200N are in conformity with the provisions of the following EC Directives, including all amendments, and with national legislation implementing these directives: Directive Used standards Gas Appliance Directive 2009/142/EC EN483: 1999,A2 ;2001 (ex.
Met deze vernieuwde uitgave vervallen alle voorgaande installatievoorschriften. Postbus105 • 7130 AC Lichtenvoorde • Telefoon: 0544 - 391777 • E-mail: info@atagverwarming.com • Internet: www.atagverwarming.