M o n t a g e- e n i n s t a l l a t i e i n s t r u c t i e s NL MadZ 8X.51.10.NL /11.12 Wijzigingen voorbehouden.
Inhoud Algemene veiligheidsinstructies .....................................................3 Veiligheidsmaatregelen voor de montage volgens de EMC-richtlijn....3 Centraal apparaat ...........................................................................5 Montage .................................................................................................................. 5 Elektrische installatie ..............................................................................................
Algemene veiligheidsinstructies 3. Bij de montage van regelapparaten of ruimtestations moet tot andere elektrische inrichtingen met elektromagnetische emissie zoals contactgevers, motoren, transformators, dimmers, microgolf- en televisietoestellen, luidsprekers, computers, radiotelefoons enz. een minimumafstand van 40 cm worden aangehouden.
6. Als databusleidingen moeten afgeschermde kabels gebruikt worden. Aanbevolen uitvoeringen: J-Y(St)Y 1 x 2 x 0.6mm2 8. De buitenvoeler mag niet in de buurt van zend- en ontvangstinrichtingen gemonteerd worden (op garagemuren in de buurt van ontvangstinrichtingen voor garagepoortopeners, amateurradioantennes, alarmradioinstallaties en in de onmiddellijke nabijheid van grote zendinstallaties enz.). 7. De aarding van de kabelafscherming moet eenzijdig aan de aardleidingaansluiting gebeuren, b.v.
Centraal apparaat Montage 230 V~ Alle centrale apparaten zijn geconcipieerd als inbouwapparaten en worden nadat de elektrische aansluitingen zijn gerealiseerd van voor in het betreffende ketelschakelveld gezet. De bevestiging gebeurt met de klok mee met de beide zijdelingse snelkleminrichtingen (1). De demontage gebeurt in omgekeerde volgorde.
Elektrische aansluiting Aansluiting aan netzijde Voeler-/databusaansluiting 1 - Uitgang relais warmteopwekker (leidingsniveau) 2 - Ingang relais warmteopwekker (leidingsniveau) 3 - Pomp directe groep 4 - Codeerstekker 5 - Waterverwarmerlaadpomp 6 - L 1 / 230 V 7 - Mengerklep 1 OPEN 8 - Mengerklep 1 SLUIT 9 - Menggroeppomp 1 10 - Variabele uitgang 1 11 - Variabele uitgang 2 12 - L 1 / 230 V 13 - Mengerklep 2 OPEN 14 - Mengerklep 2 SLUIT 15 - Menggroeppomp 2 16 17 - Uitgang relais warmteopwekker (volgnivea
Ketelschakelveld Montage Klemmen met veiligheidskleinspanning: Het ketelschakelveld is geconcipieerd als compleet voorgemonteerd inbouwschakelveld en wordt nadat de elektrische aansluitingen zijn gerealiseerd van voor in de betreffende uitsparing van de schakelvelddrager in de warmteopwekker gezet. De bevestiging gebeurt met vier plaatschroeven. De demontage gebeurt in omgekeerde volgorde.
Elektrische aansluiting 14 15 16 17 19 25 20 21 18 22 23 24 26 5 11 4 9 10 8 6 3 7 2 12 1 13 Aansluiting aan netzijde Voeler-/databusaansluiting 01 - Netaansluiting 230V~ +6/-10%, 50 Hz 02 - Veiligheidscircuit 1 (branderlus) 03 - Veiligheidscircuit 2 (branderlus) 04 - Brander 1 (eentraps uitvoering) 05 - Brander 2 (tweetraps uitvoering) 06 - Pomp direct circuit 07 - Waterverwarmerlaadpomp 08 - Mengerverwarmingscircuitpomp 1 09 - Stelaandrijving menger 1 10 - Menggroeppomp 2 11 - Stelaand
Wandsokkel MS-K Toepassing: De wandsokkel MS-K dient om het centraal apparaat te dragen en wordt gebruikt bij de wandmontage. Uitvoering De wandaansluitsokkel is uitsluitend voorbereid om het centraal apparaat te dragen. Het centraal apparaat is operationeel nadat het op de basisprintplaat gestoken en de uitgaande elektrische bedrading gerealiseerd is.
Elektrische aansluiting Aansluitingen aan netzijde X7 X9 X8 N (Net) 1 N 1 T2 T1 N 2 2 DGP N 3 3 WW-P N 4 4 5 1 5 L1(Net) 6 v N M N b 6 MGP1 N 7 B4 7 LVA1 N 8 B5 8 LVA2 N 9 T6 9 10 T8 10 11 T7 11 X10 2 v N M N b MGP2 N N Voeler- en databusaansluitingen X5 1 2 B- databus - A Buiten 1 2 3 Warmteopwekker 3 4 Warmwaterreservoir 4 5 Aanvoer menggroep 1 5 6 Variabele ingang 1 6 7 Variabele ingang 2 7 8 Variabele ingang 3 8 9 Aanv
Ruimtestation – aan ongeïsoleerde buitenmuren. – in hoeken of nissen, rekken of achter gordijnen (onvoldoende luchtcirculatie). – in de buurt van deuren naar onverwarmde ruimtes (invloed van externe koude). – op niet afgedichte ingelaten contactdozen (invloed van externe koude door schoorsteeneffect in de installatiebuizen). – in ruimtes waar de radiators geregeld worden met thermostaatkleppen (wederzijdse beïnvloeding).
Elektrische aansluiting Databusadressering De 2-aderige databusleiding wordt aangesloten aan de klemmen A en B van de 2-polige aansluiting op de montageplaat. De aansluitingen kunnen niet verwisseld worden en moeten overeenkomstig de kenmerking A en B in de sokkel geïnstalleerd worden. Als de beide aansluitingen verwisseld worden, dan verschijnt er evt. niets in het display. De aansluiting van een of meerdere ruimteapparaten aan het centraal apparaat gebeurt via een 2-aderige databusleiding.
Regeleenheid Ruimteapparaat Busadres Functie Verwarmingsgroep BUS ADRES Busadres Basisapparaat 10 Directe groep Menggroep 1 Menggroep 2 11 12 13 1. Uitbreiding 20 Directe groep Menggroep 1 Menggroep 2 21 22 23 2. Uitbreiding 30 Directe groep Menggroep 1 Menggroep 2 31 32 33 3. Uitbreiding 40 Directe groep Menggroep 1 Menggroep 2 41 42 43 4.
Toebehoren De aansluiting gebeurt aan de beide schroefklemmen in de voelerbehuizing en is verwisselbaar. 6– Deksel aanbrengen en stevig vastschroeven op het onderste deel. Let op een juiste zitting van de dichtingsring. Buitenvoeler AF (BV) Buitenvoeler AF 200 Dompelvoeler KVT Montageplaats De buitenvoeler moet op ongeveer een derde van de hoogte van het gebouw (minimumafstand tot de grond 2 m) aan de koudste kant van het gebouw (noord resp. noord-oost) worden aangebracht.
Toevoercontactvoeler VF Elektrische aansluiting Voeler aansluiten aan de bijhorende aansluitklemmen van de betreffende regeleenheid (zie bijhorend aansluitdiagram). De tweedraads aansluiting is verwisselbaar. Afvoergasvoeler/collectortoevoervoeler Contactvoeler VF...
Weerstandswaarden van de voelers afhankelijk van de temperatuur Buitenvoeler BV 200 T (°C) - 20 - 18 - 16 - 14 - 12 - 10 - 8 - 6 - 4 - 2 ± 0 2 4 6 8 10 12 14 16 18 20 25 30 Warmteopwekker-/ketelvoeler KVT 20 Warmwater-/buffervoeler KVT 20 Toevoercontactvoeler VF 202/204 Blokbrandstof-/ketelvoeler KVT 20 R (kΩ) 1,383 1,408 1,434 1,459 1,485 1,511 1,537 1,563 1,590 1,617 1,644 1,671 1,699 1,727 1,755 1,783 1,812 1,840 1,869 1,898 1,928 2,002 2,078 Gasafvoervoeler, zonnecollectorvoeler PT1000 T (°C) R (kΩ)
Ingebruikname van de thermostaat Code-invoer Installateurcode Na invoer van de installateurcode worden de voor de installateur bedoelde parameters vrijgeschakeld en kunnen ze overeenkomstig de uitvoering van de thermostaat bewerkt worden. Voor de invoer van de installateurcode moeten de toetsen ¥ en § ca. drie seconden lang tegelijk ingedrukt worden tot de code-invoer verschijnt in het display. Segmenttest en codering Bij ingebruikname resp.
Manuele activering De AUTO-SET-functie kan op elk moment manueel geactiveerd worden door bij het inschakelen van de regeleenheid tijdens de segmenttest de draaiknop in te drukken. Automatische set-functie Met deze functie kunnen regelgroepen uit bedrijf genomen worden die niet resp. pas later nodig zijn. De regelgroepen worden automatisch geregistreerd als hun bijhorende voelers aangesloten zijn en toegelaten meetwaarden leveren.
De AUTO-SET-functie bevat de volgende voeleringangen: – buitenvoeler – toevoervoeler 1 – toevoervoeler 2 – boilersensor – ketelvoeler Verder wordt de AUTO-SET-functie alleen uitgevoerd als de aan de voelers toegewezen groepen in de hierna opgesomde hoofdstukken dienovereenkomstig geparametreerd werden: Voor de warmwatervoeler: Hoofdstuk HYDRAULISCH Parameter 2 - functie WW-laadpomp instelwaarde UIT of 1 (ww-laadpomp) Voor de toevoervoeler 1: Hoofdstuk HYDRAULISCH Parameter 3 - functie menggroep instelwaarde
Storingsmeldingen De weergave en verdere verwerking van storingsmeldingen kan door een parameterinstelling in het THETA vrijgeschakeld resp. onderdrukt worden (zie niveau SYSTEEM – Parameter 13 (Logische foutmelding). Om in geval van storing een zo nauwkeurig mogelijke diagnose te kunnen stellen is het regelsysteem uitgerust met een uitgebreid storingsmeldsysteem. Al naargelang het soort storing verschijnt een bijhorende storingsmelding in het display van het centraal apparaat.
Aanduiding Toevoervoeler 2 Soort fout Onderbreking Toevoervoeler 2 Kortsluiting 18-1 Collect./toevoervoel. Onderbreking 19-0 Collect./toevoervoel. Kortsluiting 19-1 Warmteopwekker: Brander 1 Niet UIT 30-2 Brander 1 Niet AAN 30-3 Brander 2 Niet UIT 31-2 Brander 2 Rookgastemp. Niet AAN Overschreden 31-3 33-5 Rookgastemp. Storingshoofdstuk De regeleenheid beschikt over een stoormeldingsregister, waarin maximaal 20 stoormeldingen kunnen worden opgeslagen.
INFORMATION INDICATIEWAARDE gemiddelde waarde/ Buiten (1) actuele waarde Min./Max.-waarde Buiten (1) (0.00 tot 24.00 uur) gemiddelde waarde/ Buiten 2 actuele waarde Min./Max.-waarde Buiten 2 (0.00 tot 24.
Menggroep 2 Thermostaatfunctie Directe groep Thermostaatfunctie Menggroep 1 Thermostaatfunctie Menggroep 2 Ketel vaste brandstof Bufferreservoir boven Bufferreservoir beneden Collectortoevoer Zonnereservoir Collectorretour werkelijke waarde THERMOSTAAT DG THERMOSTAAT MG-1 THERMOSTAAT MG-2 ruimtevoeler vrijgeschakeld Ruimtethermostaatfunctie actief UIT = geen ruimtebegrenzing Ruimtethermostaatfunctie actief UIT = geen ruimtebegrenzing Ruimtethermostaatfunctie actief UIT = geen ruimtebegrenzing Werkelijke
Functie en status pomp Pomp directe groep Functie en status pomp Variabele uitgang 1 Functie en status pomp Variabele uitgang 2 Inschakelingen Warmteopwekker (1) Bedrijfsuren Warmteopwekker (1) Inschakelingen Warmteopwekker 2 Bedrijfsuren Warmteopwekker 2 STARTS 1234 (BR-1) BEDRYFSTYD 246 STARTS 268 BEDRYFSTYD 45 BR-2 Testtemperatuur voor metingen INFO-TEMP.
Parameteroverzicht Toegang tot het programmeerniveau Druk-draaiknop 3 seconden lang indrukken - automatische oproep van het kloktijdniveau. (niveauselectie) Gewenst hoofdstuk selecteren met de druk-draaiknop en bevestigen, evt. eerst code i Programmering Configuratie 2 Jaar 3 Dag-Maand 4 Omstell. Zo-WI-Auto SYSTEEM TYD (h/min) HYDRAULISCH TYDDATUM 1 KLOKTYDEN PARAMETER NR.
3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 Verlaagde Bedrijfsmodus Verwarmingssysteem Ruimtevoeler Ruimte-invloed factor StooklijnVoelerkeuze adaptief Maximum WWInschakeltemperatuur optimering WWVerwarmingsprogramma grens BoilerMinimum ontladingsruimtetempebescherming ratuur Laadtemp. Ruimtethermoverhoging staatfunctie WWBuitenvoelerschakelverschil toekenning Constante Nalooptijd temperatuur WW-P (gewenste waarde) Min. begrenz. Klokprogramma verwarmingsTRSP groep Max. begrenz.
Parameters zonder achtergrondkleur: toegankelijk voor de gebruiker Parameters met een grijze achtergrond: Installateur-parameter, alleen met juiste installateurcode toegankelijk. Aanvull. Communicat. module Max.begrenz. collector Max.begrenz. zonnebuffer Zonneprogramma Klokblokkering warmteopw. Zonneprioriteits-/ Parallelbedrijf Warmtebalans Terugzetten warmtebalans Volumestroom WT-medium Dichtheid WT-medium Warmtevermogen WTmedium Einduitschake ltemperatuur Testcircuit sol.laad.omsch.
Overzicht van de installateursparameters en hun instelmogelijkheden Hoofdstuk HYDRAULISCH Aanduiding 02 Functiebezetting van de uitgang warmwateropwarmpomp (type ..B..) 03 Functie van de uitgang menggroep 1 (type ..3..) 04 Functie van de uitgang menggroep 2 (Type ..3.3..) 05 Functie van de uitgang pomp directe groep 06 Functie van de variabele uitgang 1 (type ..VV..) 07 Functie van de variabele uitgang 2 (type ..VV..
09 10 11 Functie van de variabele ingang 2 (..VV..) Functie van de variabele ingang 3 (..VV..) Indirecte retourverhoging door menggroep Instelbereik en toekenning zoals bij parameter 08, maar zonder instelmogelijkheid 16 (afvoergasvoeler) Instelbereik en toekenning zoals bij parameter 08, maar zonder instelmogelijkheid 16 (afvoergasvoeler) UIT, AAN (alleen type ..3.., ..33..
cyclustemperaturen geblokkeerd cyclustemperaturen vrijgegeven permafrostbescherming volgens afstelling Parameter 05 – 19 Vorstbeveiligingmodus vorstbescherming 0.5...60 min klokbedrijf Blokkeringscode UIT (0000) geen blokkering 23 bedieningsniveau AAN (0001...
12 TRSP-klokprogramma 13 TRSP-Spaarinterval (pauze) 14 TRSP-spaarinterval (duur) 17 Gedrag warmteopwekker tijdens nalooptijd Hoofdstuk AUTO 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 0 Min ...
13 Maximumtemperatuurbegrenzing Instelwaarde minimumtemperatuurbegrenzing (parameter 12) ...
1 11* Vrijgavemodus niveau II (..22..) 12* Warmwaterlaadmodus 1- resp. 2-traps (..22..) Onbegrensde vrijgave tijdens aanloopontlasting Tijdblokkering tijdens aanloopontlasting twee-traps WW-lading met tijdvertraging vollastniveau twee-traps WW-lading onbegrensd een-traps WW-lading (alleen deellastniveau) 2 1 13* 14* 15* Aanvoertijd ketelgroeppomp parall. toestelvrijgave Nalooptijd ketelgroeppomp Nalooptijd voedingspomp resp. prioriteitspomp 2 3 2 1 0 ... 10 min 0 min 0 ... 60 min 2 min 0 ...
Niveau ZON SYSTEEM (..VV..) 01 Aanduiding Instelbereik / Instelwaarden 10 K Inschakelverschil (Uitschakelverschil +3 K) ... 30 K 02 Uitschakelverschil 2 K ... (Inschakelverschil -3 K) 03 Temperatuurverhoging ZLP 0 ... 60 Min 3 Min 70 ... 210 °C 120 °C 20 ... 110 °C 75 °C 04 05 Zonne-collectorMaximumtemperatuur Zonnereservoirmaximumbegrenzing 06 Zonne-programma 07 Klokblokkering warmteopwekker 08 Zon. Prior./Parallelomsch.
Niveau VASTE BRANDSTOF (..VV..) Aanduiding Instelbereik / Instelwaarden 01 Minimumtemperatuur 20 ... 80 °C 60 °C 02 Maximumtemperatuur 30 ... 100 °C 90 °C 03 Inschakelverschil (Uitschakelverschil + 3K) ... 20 K 10 K 04 Uitschakelverschil Klokblokkering warmteopwekker 2 K ... (Inschakelverschil – 3K) 5K UIT, 2...180 min UIT 05 Instelling PARAMETER Fabrieksinstelling De parameters in dit niveau hebben betrekking op speciale instellingen met betrekking tot de vaste brandstofregeling.
Aanduiding Instelbereik / Instelwaarden 01 P-aandeel Xp GV-regeling 0,0 ... 50,0 %/K 02 Aftasttijd Ta GV -regeling 1 ... 600 sec. 03 I-aandeel Tn GV -regeling 1 ... 600 sec. Instelling PARAMETER Fabrieksinstelling Hoofdstuk SOMAANVOERREGELING 5 %/K 20 sec. 180 sec. Hoofdstuk CASCADE Aanduiding Instelbereik / Instelwaarden 01 Schakelverschil 6.0...30.0 K 8K 02 Bijschakelvertraging 0...200 min 0 Min 03 0...60 min 0 Min 10...
Hoofdstuk DATA-BUS 01 Aanduiding Busadres centraal apparaat Instelbereik / Instelwaarden 10, 20, 30, 40, 50 1 02 Busrechten RS DG 03 Busrechten RS MG-1 04 Busrechten RS MG-2 2 1 2 1 2 Uitgebreide toegangsrechten (Conciërgestatus) Beperkte toegangsrechten (Huurderstatus) Uitgebreide toegangsrechten (Conciërgestatus) Beperkte toegangsrechten (Huurderstatus) Uitgebreide toegangsrechten (Conciërgestatus) Beperkte toegangsrechten (Huurderstatus) Instelling PARAMETER Fabrieksinstelling De Paramet
Hoofdstuk FOUTMELDINGEN Aanduiding Instelbereik / Instelwaarden 01 Foutmelding 1 02 Foutmelding 2 Eén na laatste foutmelding … … … 20 Foutmelding 20 Eerste foutmelding Instelling PARAMETER Fabrieksinstelling In dit hoofdstuk kunnen maximaal 20 foutmeldingen worden opgeslagen, die voortdurend geactualiseerd worden. Laatste foutmelding Hoofdstuk FOUT 2 (..C..
Aantekeningen Wijzigingen voorbehouden Art.
www.atagheating.