Operation Manual

14
2.5.1. Gebieden
U kunt bepalen welke gebieden
(Area’s) in uw systeem zijn in- of
uitgeschakeld door te dubbelklikken
op de gebieden in het
linkerdeelvenster. De geselecteerde
gebieden worden vervolgens naar
het rechterdeelvenster verplaatst,
waarin u de gewenste wijzigingen
kunt aanbrengen. Klik op de knop
Arm of Disarm om de bijbehorende
opdracht via TITAN naar de
geselecteerde gebieden te
verzenden. U vraagt de
gebeurtenissen of de huidige status
van elk gebied op door op de knop Status of het tabblad Status results te klikken.
2.5.2. DGP
Met deze optie kunt u de DI's (Data
Interfaces of Data Gathering Panels
(DGP’s)) in uw beveiligingssysteem
besturen. Dubbelklik op de DI's die
u wilt gebruiken. De geselecteerde
DI's worden weergegeven in het
rechterdeelvenster. Klik op de knop
Inhibit, Uninhibit of Battery Test om
de bijbehorende opdracht via
TITAN naar de geselecteerde DI's
te verzenden. U kunt de
gebeurtenissen of de huidige status
van elke DI opvragen door op de
knop of het tabblad Status te klikken.
2.5.3. Door
U kunt de deuren in uw systeem
besturen door te dubbelklikken op de
deuren links in het venster Desc. De
geselecteerde deuren worden
vervolgens naar het rechterdeelvenster
verplaatst, waarin u de gewenste
wijzigingen kunt aanbrengen. Klik op
de knop Open, Time open, Lock,
Unlock, Enable of Disable om de
bijbehorende opdracht via TITAN naar
de geselecteerde deuren te
verzenden. Klik op de knop of het
tabblad Status om de geselecteerde deuren weer te geven.
In dit gedeelte
worden niet alle
opdrachten van het
menu Control
beschreven.
Zie hoofdstuk 3
voor een compleet
overzicht.