Operation Manual
68
•
••
•
Werken met relaiskaarten Aritech Access Control Software Installatiehandleiding
Vooraf gedefinieerde uitgangen
Als een relaiskaart wordt gebruikt voor dit doel, stelt u de “werkingstoestand” in de instellingen van de hoofdlezer
voor de betreffende uitbreidingskaart (A of B) in op VOORAF GEDEFINIEERDE UITGANGEN”
Als de opgegeven gebeurtenissen zich bij deze controller voordoen, worden de betreffende uitgangsrelais geactiveerd en
kunnen ze voor willekeurige toepassingen worden gebruikt.
In de Windows-software hoeft niets te worden geprogrammeerd omdat alle functies deel uitmaken van de software van
de controller.
De vooraf gedefinieerde gebeurtenissen en de bijbehorende uitgangen zijn:
Relaiskaart A
Gebeurtenis Uitgang
Lezer, overvalalarm - lezer 0 en 4, deur 1 1
Deur, zonder autorisatie geopend - lezer 0 2
Lezer, overvalalarm - lezer 1 en 5 = deur 2 3
Deur, zonder autorisatie geopend - lezer 1 4
Lezer, overvalalarm - lezer 2 en 6 = deur 3 5
Deur, zonder autorisatie geopend - lezer 2 6
Lezer, overvalalarm - lezer 3 en 7 = deur 4 7
Deur, zonder autorisatie geopend - lezer 3 8
Relaiskaart A
Gebeurtenis Ingang
Reset - overvalalarm - lezer 0 en 4 = deur 1 1
Reset - deur, zonder autorisatie geopend - lezer 0 2
Reset - overvalalarm - lezer 1 en 5 = deur 2 3
Reset - deur, zonder autorisatie geopend - lezer 1 4
Reset - overvalalarm - lezer 2 en 6 = deur 3 5
Reset - deur, zonder autorisatie geopend - lezer 2 6
Reset - overvalalarm - lezer 3 en 7 = deur 4 7
Reset - deur, zonder autorisatie geopend - lezer 3 8
Relaiskaart B
Gebeurtenis Uitgang
Deur, alarm niet gesloten - lezer 0 1
Deur, alarm niet gesloten - lezer 1 2
Deur, alarm niet gesloten - lezer 2 3
Deur, alarm niet gesloten - lezer 3 4
Stroomstoring 5
Sabotage lezerlus 6
Zekeringalarm 7
CRC 8










