Operation Manual
109Hoofdstuk 5 De interne onderdelen
Analoge geluidsinvoer, lijningang (standaardwaarden)
Gebaseerd op een standaardsituatie bij het afspelen van een -3dBFS 24-bits-sinusgolf
van 1 kHz en een uitvoersamplefrequentie van 44,1 kHz, tenzij hieronder anders
vermeld.
 Maximale ingangsspanning: 2 V
rms
(+8,2 dBu)
 Ingangsimpedantie: Meer dan 17 kOhm
 Signaal-ruisverhouding: Groter dan 90 dB
 Totale harmonische vervorming en ruis: Kleiner dan -85 dB (0,006 procent)
 Kanaalscheiding: Groter dan 85 dB
Analoge geluidsuitvoer, lijningang (standaardwaarden)
Gebaseerd op een standaardsituatie bij het afspelen van een -3dBFS 24-bits-sinusgolf
van 1 kHz en een uitvoersamplefrequentie van 44,1 kHz in 100 kilo-ohm, tenzij
hieronder anders vermeld.
 Uitgangsspanning: 2 V
rms
(+8,2 dBu)
 Uitgangsimpedantie: 33 ohm
 Signaal-ruisverhouding: Groter dan 90 dB
 Totale harmonische vervorming en ruis: Kleiner dan -85 dB (0,006 procent)
 Kanaalscheiding: Groter dan 85 dB
Externe-microfooninvoer via de koptelefoonaansluiting (standaardwaarden)
Gebaseerd op een standaardsituatie bij het afspelen van een 1-kHz, 28-mV
rms
sinusgolf
met een invoersamplefrequentie van 44,1 kHz en 24-bits-sampling, tenzij hieronder
anders vermeld.
 Maximale ingangsspanning: 39 mV
rms
(-26 dBu)










