Operation Manual

20 Hoofdstuk 1 QuickTime Player gebruiken
In Mac OS X een mediasleutel invoeren
1 Open Systeemvoorkeuren. Klik op 'QuickTime' en klik vervolgens op 'Geavanceerd'.
2 Klik op de knop 'Mediasleutels'.
3 Klik op de knop 'Voeg toe' en voer de sleutel in die u van de maker of leverancier hebt
ontvangen.
In Windows een mediasleutel invoeren
1 Kies 'Bewerken' > 'Voorkeuren' > 'QuickTime-voorkeuren'.
2 Klik op 'Geavanceerd'.
3 Klik op de knop 'Mediasleutels'.
4 Klik op 'Toevoegen' en voer de sleutel in die u van de maker of leverancier hebt
ontvangen.
Informatie over een bestand weergeven
In QuickTime Player kunt u allerlei informatie over een QuickTime-bestand weergeven,
zoals de compressiestructuur, de grootte en de beeldsnelheid tijdens het afspelen.
Informatie over een bestand weergeven
1 Open het bestand.
2 Kies 'Venster' > 'Toon filminfo' (Mac) of 'Venster' > 'Filminfovenster tonen' (Windows).
In QuickTime Pro kunt u extra informatie over een film weergeven door
'Venster' > 'Toon filmkenmerken' (Mac) of 'Venster' > 'Filmkenmerken tonen' (Windows)
te kiezen. Raadpleeg voor meer informatie over filmkenmerken het gedeelte
“Filmkenmerken wijzigen op pagina 44.
Het afspelen regelen
U kunt de afspeelopties van een film wijzigen. U kunt bijvoorbeeld de balans en de
afspeelsnelheid wijzigen en aangeven op welke grootte een film wordt afgespeeld en
of het QuickTime Player-venster wordt weergegeven. U kunt films ook optimaliseren
voor weergave op bepaalde computers.
Audio- en video-instellingen aanpassen
Bij elke QuickTime-film met een audiospoor kunt u de balans, het volume, en de hoge
en lage tonen aanpassen. Daarnaast kunt u bij alle films de afspeelopties wijzigen,
bijvoorbeeld de snelheid en het aantal beelden per seconde (de “jog shuttle”).
De instellingen van de audio- en videoregelaars wijzigen
1 Kies 'Venster' > 'Toon A/V-regelaars' (Mac) of 'Venster' > 'A/V-regelaars tonen'
(Windows).
2 Sleep een schuifknop om de instelling te wijzigen.