Operation Manual

Bijlage A Voorzieningen voor mensen met een beperking 161
Vegen of slepen met twee, drie, vier of vijf vingers: Tik op de menuknop, tik op 'Apparaat' >
'Meer' > 'Gebaren' en tik vervolgens op het aantal vingers dat nodig is voor de beweging. Als de
bijbehorende cirkels op het scherm worden weergegeven, veegt of sleept u in de richting die
nodig is voor de beweging. Tik op de menuknop wanneer u klaar bent.
Een knijpbeweging maken: Tik op de menuknop, tik op 'Favorieten' en tik vervolgens op
'Knijpen'. Wanneer de knijpcirkels worden weergegeven, verplaatst u deze cirkels door ergens
op het scherm te tikken en sleept u de cirkels vervolgens naar binnen of naar buiten om een
knijpbeweging te maken. Tik op de menuknop wanneer u klaar bent.
Een eigen beweging aanmaken: U kunt uw eigen favoriete bewegingen toevoegen aan het
bedieningsmenu (zoals uw vinger vasthouden op een onderdeel of draaien met twee vingers).
Tik op de menuknop, tik op 'Favorieten' en tik vervolgens op een lege plaatsaanduiding
voor bewegingen. U kunt ook tikken op 'Instellingen' > 'Algemeen' > 'Toegankelijkheid' >
'AssistiveTouch' > 'Maak nieuw gebaar aan'.
Voorbeeld 1: Om de draaibeweging aan te maken, tikt u op 'Instellingen' > 'Toegankelijkheid' >
'AssistiveTouch' > 'Maak nieuw gebaar aan'. In het scherm waarin u de beweging kunt opnemen,
draait u twee vingers rond een punt op het scherm van de iPhone. Als dit niet het gewenste
resultaat oplevert, tikt u op 'Annuleer' en probeert u het opnieuw. Wanneer het er goed uitziet,
tikt u op 'Bewaar' en geeft u een naam voor de beweging op, bijvoorbeeld "Draaien 90". Als u nu
bijvoorbeeld de weergave in Kaarten wilt draaien, opent u Kaarten, tikt u op de knop voor het
AssistiveTouch-menu en selecteert u 'Draaien 90' in 'Favorieten'. Wanneer u de blauwe cirkels
ziet die de beginposities van uw vingers aanduiden, sleept u deze cirkels in de richting waarin u
de kaart wilt draaien en laat u vervolgens uw vingers los. Het kan handig zijn om verschillende
bewegingen aan te maken, elk met een andere rotatiegraad.
Voorbeeld 2: In dit voorbeeld maken we de vasthoudbeweging aan waarmee u de symbolen in
uw beginscherm anders kunt ordenen. Dit keer houdt u in het opnamescherm uw vinger op één
plaats vast totdat de voortgangsbalk aangeeft dat de opname halverwege is. Vervolgens haalt u
uw vinger van het scherm. Verplaats uw vinger niet tijdens de opname omdat het gebaar anders
wordt opgenomen als sleepbeweging. Tik op 'Bewaar' en geef een naam voor de beweging op.
Om de beweging te gebruiken, tikt u op de knop voor het AssistiveTouch-menu en selecteert u
uw beweging in 'Favorieten'. Wanneer u de blauwe cirkel ziet die uw aanraking aanduidt, sleept
u deze cirkel naar het symbool van een beginscherm en laat u vervolgens uw vinger los.
Het scherm vergrendelen of draaien, het volume van de iPhone aanpassen of het schudden
van de iPhone simuleren: Tik op de menuknop en tik vervolgens op 'Apparaat'.
Drukken op de thuisknop simuleren: Tik op de menuknop en tik vervolgens op 'Thuis'.
Een menu verlaten zonder een beweging te maken: Tik ergens buiten het menu.
TTY-ondersteuning
Met de iPhone TTY-adapterkabel (in veel landen afzonderlijk verkrijgbaar) kunt u de iPhone op
een teksttelefoon aansluiten. Ga naar www.apple.com/nl/store (mogelijk niet overal beschikbaar)
of neem contact op met de Apple winkel bij u in de buurt.
De iPhone op een teksttelefoon aansluiten: Tik op 'Instellingen' > 'Telefoon' en schakel 'TTY' in.
Sluit vervolgens de iPhone met de iPhone TTY-adapter op uw teksttelefoon aan.
Wanneer TTY op de iPhone is ingeschakeld, wordt het TTY-symbool in de statusbalk boven
in het scherm weergegeven. Informatie over het gebruik van een specieke teksttelefoon is te
vinden in de documentatie die bij de telefoon is geleverd.