Operation Manual

Hoofdstuk 3 Basiskenmerken 25
Terwijl u op een lettertoets drukt, verschijnt de letter boven uw duim of vinger. Als u per ongeluk
de verkeerde toets aanraakt, plaatst u uw vinger op de juiste toets. De letter wordt pas ingevoerd
op het moment dat u de toets loslaat.
Een hoofdletter typen: Tik op de Shift-toets ( ) voordat u de gewenste letter typt. U kunt ook
uw vinger op de Shift-toets houden en vervolgens met uw vinger naar een letter schuiven.
Snel een punt en een spatie typen: Tik tweemaal op de spatiebalk.
Caps Lock inschakelen: Tik tweemaal op de Shift-toets ( ). Als u Caps Lock wilt uitschakelen,
tikt u op de Shift-toets.
Cijfers, interpunctie en symbolen invoeren: Tik op de nummertoets ( ). Als u extra interpunctie
en symbolen wilt zien, tikt u op de symbooltoets ( ).
Letters met accenttekens of andere speciale tekens invoeren: Houd een toets ingedrukt en
selecteer vervolgens een van de opties die boven de toets verschijnen.
Om een ander teken te typen,
houdt u een toets ingedrukt en
veegt u vervolgens om een
optie te selecteren.
Om een ander teken te typen,
houdt u een toets ingedrukt en
veegt u vervolgens om een
optie te selecteren.
Opties instellen voor typen: Tik op 'Instellingen' > 'Algemeen' > 'Toetsenbord'.
Tekst wijzigen
Als u tekst moet bewerken, kunt u met een vergrootglas op het scherm het invoegpunt op de
gewenste positie plaatsen. U kunt tekst selecteren, knippen, kopiëren en plakken. In sommige
apps kunt u ook foto's en video's knippen, kopiëren en plakken.
Het invoegpunt op de gewenste positie plaatsen: Houd uw vinger op de tekst zodat het
vergrootglas verschijnt en sleep het invoegpunt naar de gewenste positie.