Operation Manual
8
Handboek
NL
HOOFDZAKELIJKE MECHANIEK
A – Batterijen van accu’s: voeden de motoren van het mes en de inwerkingstelling van de wielen.
B – De acculander: dient voor het laden of het behouden van de lading van de batterijen (A).
C – Elektronische kaart: controleert de automatische functies van de robot.
D – Toetsenbord met de bedieningen: dient voor het instellen en weergeven van de
werkingsmodaliteiten van de robot.
E – Maaimes: maait het gras.
F – Elektrische motor: stelt het maaimes (E) in werking.
G – Elektrische motor: één stelt de aandrijfunit van het rechter wiel in werking, en de andere
stelt die van het linker wiel in werking.
H – Sensoren: dienen voor het herkennen van de kenmerken van het terrein waar de robot werkt.
I-Diepte sensoren: Dienen voor het herkennen van lege zones. De positie in lijn van de wielen
bevordert de omkering van de werkrichting voordat een obstakel wordt tegengekomen.
L – Zender: om het signaal naar de draad te zenden.
M-Diepte sensoren: om de batterijen (A) op te laden of opgeladen te houden
N-Bedekking
A
F
G
C
D
E
H
H
I
B
L
N
M