Operation Manual
41
Handboek
NL
Probleem Oorzaken Oplossingen
De itsen van de led duiden
“Fout motor/mes” aan.
3 itsen van de groene led
ON.
ON
OFFOFF
ONON
3
3 FLITSEN
fout betreffende
het mes
Maaimes beschadigd.
Vervang het maaimes met een
nieuw (raadpleeg “Vervanging
mes” op pagina 43).
Maaimes vastgelopen door
de aanwezigheid van resten
(linten, koorden, fragmenten
van plastic, enz.)
Leg de robot in alle veiligheid
stil (raadpleeg “Veilige stillegging
van de robot” op pagina
34). Gebruik beschermende
handschoenen om gevaar
op snijwonden te vermijden.
Deblokkeer het mes.
De start van de robot
gebeurde wanneer de
obstakels zich te dichtbij
bevonden (op minder dan
1 m (40,0 in.) afstand) of
wanneer onverwachte
obstakels aanwezig waren
(gevallen takken, vergeten
voorwerpen, enz.).
Leg de robot in alle veiligheid
stil (raadpleeg “Veilige
stillegging van de robot” op
pagina 34).
Verwijder de obstakels en
start de robot weer.
Elektrische motor defect.
Laat de motor herstellen of
vervangen bij het dichtst
bijzijnde assistentiecentrum.
Gras te hoog.
Verhoog de maaihoogte
(raadpleeg “Regeling van de
maaihoogte” op pagina 27).
Maai het gras eerst met een
normale grasmaaier.
De itsen van de led duiden
“Fout kanteling” aan
Led (ON) 4 opeenvolgende
itsen.
ON
OFFOFF
ONON
4
4 FLITSEN
fout betreffende
de kanteling
Terrein met excessieve
hellingen of met
niet-afgebakende boorden.
Controleer de
installatieregels. “raadpleeg
pag. 19 en volgende”.
Kantelsensor defect.
Probeer de robot weer te
doen werken. Als het
probleem aanhoudt,
moet de robot hersteld
worden bij het dichtst
bijzijnde assistentiecentrum
De tsen van de led duiden
“Fout diepte sensor” aan. Led
(ON) 5 opeenvolgende tsen.
De robot detecteert tijden
de start de informatie van de
diepte sensoren niet correct.
Reinig de sensoren en start
de robot opnieuw. Als het
probleem blijft bestaan,
moet geprobeerd worden
om de robot te starten
met de diepte sensoren
gedesactiveerd. Contacteer
anders het dichtst bijzijnde
erkende assistentiecentrum.