Operation Manual
38
Handboek
NL
REINIGING VAN DE ROBOT
1 – Leg de robot in alle veiligheid stil (raadpleeg “Veilige stillegging van de robot” op pagina 34).
Voorzichtig - Waarschuwing
Gebruik beschermende handschoenen om eventueel gevaar op snijwonden te vermijden
2 – Reinig alle externe oppervlakken van de robot met een spons die ondergedompeld werd in
water en neutrale zeep. Wring de spons vóór het gebruik goed uit zodat het teveel aan water
wordt verwijderd.
Voorzichtig - Waarschuwing
Als tijdens de reiniging teveel water wordt gebruikt,
kunnen de elektrische onderdelen van de robot
beschadigd worden.
3 – Gebruik geen oplosmiddelen of benzine om de gelakte oppervlakken en de plastic delen niet
te beschadigen.
4 – Was de interne delen van de robot niet, en gebruik geen waterstraal onder druk zodat de
elektrische en elektronische onderdelen niet beschadigd worden.
Voorzichtig - Waarschuwing
Om de elektrische en elektronische onderdelen niet onherstelbaar te beschadi-
gen, mag de robot niet geheel of gedeeltelijk ondergedompeld worden in water,
omdat hij niet waterdicht is.
5 – Controleer het onderste deel van de robot (de zone van het maaimes en de wielen), en
verwijder de afzettingen en/of de resten die de goede werking van de robot zouden kunnen
belemmeren.
6 – Gebruik een geschikte borstel om de afzettingen en/of andere resten te verwijderen van het
mes.
7 – Reinig de laadknoppen-batterijen op de robot en de contactplaten in het laadstation, en
elimineer eventuele roestvlekken of resten als gevolg van elektrische contacten met behulp van
een reine doek, en indien noodzakelijk met jn schuurpapier.
8 – Verwijder opgehoopte resten uit de binnenkant van het laadstation.
9 – Controleer of het maaimes geslepen is. Slijp het indien noodzakelijk.