Operation Manual

35
Handboek
NL
STILLEGGING VAN DE ROBOT
De robot wordt automatisch stilgelegd in de onderstaande omstandigheden:
• Gras gemaaid: De sensor detecteert dat het gras gemaaid is en dat het grasperk niet verder
gemaaid moet worden. Voer het opladen van de batterijen uit en start de robot weer na 1 of
2 dagen, op basis van de groei van het gras.
• Gras niet aanwezig of problemen met de draad: De sensoren voor de herkenning van het
gras hebben de aanwezigheid van gras niet gedetecteerd gedurende een lange periode, of de
robot bleef geblokkeerd tijdens een poging om zich binnen de omtrek te begeven.
• Batterijen leeg: De batterijen zijn leeg.
• Batterijen in beschermingsmodus: Wanneer de batterijen een niveau bereikt hebben dat
lager is dan het niveau van de ‘batterijen leeg’ bevindt, wordt de robot helemaal uitgeschakeld
zonder enige aanduiding op de leds van het toetsenbord. In dit geval moet de robot opgeladen
worden. De robot wordt niet onmiddellijk aangeschakeld, zoals gewoonlijk gebeurt, maar
slechts na enkele minuten.
HIGH BATTERY
ON
OFF
ON
LOW BATTERY
PAUSE
START
STOP
HIGH BATTERY
O
N
ON
1
3
4
2
IN PAUZE
VAST AAN
TRAGE KNIPPERING
1 KNIPPERING
3 KNIPPERINGEN
4 KNIPPERINGEN
2 KNIPPERINGEN
in pauze, in pauze omdat het niveau van,
de batterijen laag is
Robot in stand-by. Wanneer op de knop
START/STOP wordt gedrukt, toont de
robot de staat van de LEDs.
het gras werd gemaaid
gras niet aanwezig of problemen met de
positionering van de omtrekdraad.
De robot kon het laadstation niet
bereiken. Draad onderbroken of
laadstation in een zone gepositioneerd
die niet gemakkelijk kan bereikt worden.
Omtreksignaal afwezig. Draad
onderbroken of problemen met de unit
stroomvoorzieningstoestel-zender.