Operation Manual
26
Handboek
NL
HET OPLADEN VAN DE BATTERIJEN VOOR HET EERSTE GEBRUIK
Plaats de robot nabij de acculander.
1. Controleer of de acculander aangesloten is op het stopcontact van 110 V of 220 V.
ROBOTS ZONDER LAADSTATION
2. Sluit de zwarte stekker aan op het wiel met het zwarte symbool “-”.
3. Sluit de rode stekker aan op het wiel met het rode symbool “+”.
ROBOTS ZONDER LAADSTATION
2. Positioneer de robot in het laadstation met het rode symbool van “+” dat zich op de
buitenzijde van het maaigebied bevindt, zoals wordt aangeduid op de guur.
Na de aansluiting wordt de robot automatisch aangeschakeld, en wordt het niveau van lading van
de batterijen weergegeven. (raadpleeg “betekenis combinatie LED” op pagina 29).
Na het opladen, moet de robot afgesloten worden en moet op de toets “OFF” gedrukt worden.
H. min. 160 cm
/ 63 inc.
unit stroomvoorzieningstoestel - zender
Correcte aansluiting van de laadknoppen
op de polen die zich op de wielen van de
robot bevinden
Op de afbeelding wordt de correcte
installatie van de zone voor het opladen
van de robot aangeduid.
Belangrijk
De batterijen moeten bij de eerste oplading minstens 24 uren aangesloten blijven.