Operation Manual

23
Handboek
NL
HELLINGEN
Controleer of alle zones van het grasperk zich binnen de toegestane waarde van de helling bevinden
(raadpleeg “Technische gegevens”op pagina 9).
De zones waar de helling groter is of die kenmerken hebben die niet compatibel zijn voor de
correcte werking van de robot (raadpleeg de volgende punten) mogen niet gemaaid worden. In
geval de waarde van de helling groter is, moet ze afgebakend worden.
ù
Belangrijk
De sensoren van de robot herkennen de hellingen die niet gemaaid kunnen worden,
en keren de voortbewegingszin om zodat de robot niet kan kantelen of slecht kan
werken. Ondanks dit alles moeten ter bescherming van de robot zelf de zones met
hellingen afgebakend worden die gemaaid kunnen worden.
Als de helling zich nabij de limietwaarden bevindt, wordt aangeraden de robot te
controleren bij het eerste gebruik.
1 m.
+40%
OK
tussen 0 en +40%
langer dan 1 m. / 39,3 inc..
HELLING
De robot kan hellingen met een stijgingsgraad tot
40% maaien Op voorwaarde dat de daling een
afstand van minder dan een meter heeft.
1 m.
-40%
OK
langer dan 1 m. / 39,3 inc..
tussen 0 en -40%
DALING