Operation Manual

17
Handboek
NL
DEFINITIE TRAJECT OMTREKDRAAD
De robot zal na de werkcyclus manoeuvres
uitvoeren zoals wordt aangeduid op de  guur,
nabij de rand van het grasveld tot de draad
voor de terugkeer wordt tegengekomen, om
hem in wijzerszin te volgen. Om de robot te
helpen om de draad voor de terugkeer naar
het laadstation te vinden, wordt aanbevolen
om de draad zodanig te positioneren dat
hij langs eventuele voorwerpen loopt, zoals
bijvoorbeeld een zwembad dat zich binnen
het te maaien het grasveld bevindt, waar dus
de robot veel tijd zou nodig hebben om die
zone te verlaten. Als in de tuin een doorgang
tussen de ene en de andere zone aanwezig is
die smaller is dan 150 cm (59,05 inc.), moet
de draad verplicht in de andere zone gelegd
worden zodat de robot hem makkelijk kan
vinden.
Begin de draad te leggen vanaf de achterzijde
van het laadstation, en laat enkele meters
teveel over om hem daarna op maat te kunnen
afsnijden wanneer het leggen is uitgevoerd.
Positioneer de draad in wijzerszin, langs het
volledige traject, en bevestig hem met de
daarvoor bestemde en bijgeleverde spijkers
(maximum afstand tussen de spijkers 100 cm
(39,37 inc.).
In de rechtlijnige delen moet de draad zodanig
bevestigd worden dat hij niet te veel spant,
gebogen en/of gedraaid is.
In de niet-rechtlijnige delen moet de draad
zodanig bevestigd worden dat een grote en
regelmatige bocht wordt gevormd.
min. 150 cm
/ 59,05 inc.
In geval van een ingegraven draad, of een
draad die boven de grond geplaatst is,
moet indien noodzakelijk een koppeling
uitgevoerd worden met een andere draad
die dezelfde kenmerken heeft (raadpleeg
de  guur). Tijdens de fase van de koppeling
wordt aanbevolen om een plakband
type 3M Scotch 23 te gebruiken. Gebruik
geen isolatietape of andere types van
koppelingen (kabelschoenen, klemmen,
enz.).
Belangrijk
1
3 4
2